Advies 747
De onafhankelijkheid van de advocaat bij het optreden als syndicus kan op zich reeds een belemmering zijn om het mandaat van syndicus gezamenlijk uit te voeren met niet-advocaten, weze het onder de vorm van een kosten delende groepering. Verder valt het ook moeilijk in te zien hoe de rubriekrekening van een syndicus (advocaat-syndicus), die overeenkomstig art. 169 Codex Deontologie voor Advocaten onder het toezicht en de controle van de Orde valt, zou kunnen toebehoren aan een samenwerkingsverband tussen advocaten en niet-advocaten. Dat het advocaat weliswaar uitdrukkelijk is toegelaten om op te treden in de hoedanigheid van syndicus, betekent nog niet dat hij zich voor dit mandaat zou kunnen verenigen met andere syndici, die geen advocaat zijn en samen met hen een louter mercantiel platform in de markt zetten.
Advies 746
Op grond van artikel 172.5.b van de Codex Deontologie voor Advocaten dienen alle aandelen van de uitbatende vennootschap in handen te zijn van een advocaat. Inzake het zogenaamd vreemd kapitaal maakt onze actuele deontologie geen onderscheid tussen werkelijk vreemd kapitaal van een investeerder en een familiale of patrimoniale optimalisatie.
Advies 745
In beginsel is het verboden om rechtstreeks contact op te nemen met de tegenpartij die door een raadsman wordt bijgestaan, zoals blijkt uit artikel 102 Codex Deontologie voor Advocaten. Eén uitzondering hierop is evenwel de verjaringsstuitende advocatenakte, zoals bepaald in artikel 2244 (oud) BW. Een advocaat mag voor verjaringsstuitende rechtstreeks aan de tegenpartij brieven schrijven, op voorwaarde dat de brief in kopie aan de tegenstrever wordt verstuurd en met het uitsluitende doel de verjaring te stuiten.
Advies 743
Een brief die bewust verzonden wordt door een advocaat naar een niet-cliënt heeft geen vertrouwelijk karakter. Het feit dat een niet-vertrouwelijke brief per vergissing wordt verstuurd naar de advocaat van de tegenpartij, maakt die brief immers niet vertrouwelijk. Het komt de advocaat van de tegenpartij toe zelf te oordelen of hij het gebruik van dit stuk kan verantwoorden binnen de context van het aannemen en behandelen van een rechtvaardige zaak.
Advies 742
Overeenkomstig artikel 2 lid 1 Codex Deontologie voor Advocaten vereisen de verplichtingen die op de advocaat rusten, de absolute onafhankelijkheid van de advocaat, vrij van alle druk, in het bijzonder van de druk van eigen belangen of van beïnvloeding van buitenaf. Het voor zichzelf of voor de eigen vennootschap waarin de advocatenpraktijk is ondergebracht optreden, brengt ontegensprekelijk de onafhankelijkheid in het gedrang.
Advies 741
Overeenkomstig art. 117 Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt het recht de briefwisseling over te leggen niets aan het bestaan en de draagwijdte van de ingeroepen overeenkomsten. De stafhouder spreekt zich enkel uit over het karakter van een brief (vertrouwelijk of officieel), maar niet over de draagwijdte van de inhoud ervan of over het mandaat dat een advocaat al dan niet had om officieel te schrijven.
Dit geldt ook voor de uitzondering van art. 114 §1 Codex Deontologie voor Advocaten. Een brief van berusting is een officiële brief, ook al zou niet uitdrukkelijk worden vermeld dat de brief officieel is. De beschikkingen van dit artikel gelden enkel voor die mededelingen die niets anders behelzen dan wat als uitzondering in art. 114 Codex Deontologie voor Advocaten vermeld is (zie art. 114 CDA in fine).
Advies 740
De fiscus kondigt in het kader van een fiscale controle aan een kopij van alle digitale data op de volledige ICT-structuur van een belastingplichtige te zullen nemen. Die kopij name dient volgens het hof te gebeuren door de belastingplichtige in het bijzijn van een door het hof aangestelde sekwester en “onder toezicht van de Belgische Staat”.
De aanwezigheid van de stafhouder lijkt hierbij aangewezen. Zo kan worden nagegaan hoe de fiscus het door het hof voorziene “toezicht” feitelijk interpreteert. Dat mag immers niet meer betekenen dan een loutere aanwezigheid en alleszins geen inzage van welke data dan ook inhouden.
Advies 738
Art. 5 §2 CDA verbiedt de advocaat op te treden voor meer dan één cliënt, indien er een belangenconflict tussen die cliënten bestaat of een wezenlijke dreiging daartoe, tenzij en zolang aan de voorwaarden van art. 6 CDA wordt voldaan.
Een situatie waarin een advocaat optreedt enerzijds voor de huurder en anderzijds voor (één van) de verhuurder(s) in een geschil met betrekking tot een handelshuurhernieuwing of met betrekking tot een onteigeningsvergoeding, maakt ontegensprekelijk een inbreuk op dit verbod uit.
In deze discussie stelt zich evenwel eerder een probleem van bewijs en van interpretatie dan een deontologisch vraagstuk.
Advies 737
Het uitoefenen van het mandaat van onbezoldigd bestuurder in een private stichting is op zich niet onverenigbaar met het beroep van advocaat. Wel is het een meldingsplichtige andere activiteit, waarover de advocaat zijn stafhouder krachtens artikel 11bis van de Codex Deontologie voor Advocaten minstens één maand op voorhand omstandig en gedetailleerd moet informeren.
Niettegenstaande de principiële verenigbaarheid, kunnen het mandaat en de daaraan verbonden taken en bevoegdheden wel interfereren met de noodzakelijke onafhankelijkheid, de noodzakelijke partijdigheid en het beroepsgeheim van de advocaat.
De advocaat, noch zijn vennoten, medewerkers of stagiairs kunnen optreden als advocaat van de private stichting. (artikel 11quater en artikel 17bis van de Codex Deontologie voor Advocaten).
Advies 736
Het is een advocaat niet toegelaten zich in het kader van een procedure te manifesteren als schuldeiser van zijn cliënt en tegelijk in het kader van diezelfde procedure de belangen van die cliënt te behartigen.
Dat zou de de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengen. Hij zal zich dan niet volledig kunnen losmaken van zijn persoonlijke belangen als schuldeiser bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt. Dat elke advocaat schuldeiser is van zijn cliënt klopt, doch het zich als dusdanig in en nog tijdens de eigenlijke procedure profileren maakt een verschil. Het zou bij de cliënt of de tegenpartij wel degelijk de perceptie kunnen creëren dat bepaalde standpunten worden verdedigd uit eigen belang.
Advies 735
Briefpapier dat een QR-code bevat waarmee de deelnemende advocaten van het samenwerkingsverband worden geïdentificeerd kan worden toegelaten volgens artikel 171.16. van de Codex.
Advies 731
Het zodanig opbouwen van een website dat deze als resultaat verschijnt wanneer bij een zoekmachine een zoekopdracht met “advocaat …recht” wordt ingegeven, is het zich aanmatigen van de titel van advocaat en is strafbaar bij toepassing van artikel. 227 ter Strafwetboek. Tevens is het een schending van het verbod misleidende reclame te maken.