Deontologie-advies Advies 738
Art. 5 §2 CDA verbiedt de advocaat op te treden voor meer dan één cliënt, indien er een belangenconflict tussen die cliënten bestaat of een wezenlijke dreiging daartoe, tenzij en zolang aan de voorwaarden van art. 6 CDA wordt voldaan.
Een situatie waarin een advocaat optreedt enerzijds voor de huurder en anderzijds voor (één van) de verhuurder(s) in een geschil met betrekking tot een handelshuurhernieuwing of met betrekking tot een onteigeningsvergoeding, maakt ontegensprekelijk een inbreuk op dit verbod uit.
In deze discussie stelt zich evenwel eerder een probleem van bewijs en van interpretatie dan een deontologisch vraagstuk.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een lid van één balie is van mening dat er in hoofde van een lid van een andere balie sprake is van een belangenconflict. Deze laatste zou optreden voor de beweerde handelshuurder van een onroerend goed én voor een mede-eigenaar van datzelfde onroerend goed.
De advocaat in kwestie ontkent op te treden of opgetreden te hebben voor de mede-eigenaar en ziet dan ook geen reden om zich uit het dossier terug te trekken
Elk van de advocaten worden in hun visie gevolgd door hun respectieve stafhouders.
Ik verleen u volgend advies.
Advies
Art. 5 §2 CDA verbiedt de advocaat op te treden voor meer dan één cliënt, indien er een belangenconflict tussen die cliënten bestaat of een wezenlijke dreiging daartoe, tenzij en zolang aan de voorwaarden van art. 6 wordt voldaan.
Een situatie waarin een advocaat optreedt enerzijds voor de huurder en anderzijds voor (één van) de verhuurder(s) in een geschil met betrekking tot een handelshuurhernieuwing of met betrekking tot een onteigeningsvergoeding, maakt ontegensprekelijk een inbreuk op dit verbod uit.
In deze discussie stelt zich evenwel eerder een probleem van bewijs en van interpretatie dan een deontologisch vraagstuk.
De advocaat wordt verweten te zijn opgetreden voor de mede-eigenaar in het kader van minnelijke onderhandelingen met de vastgoedcommissaris over de onteigening van het onroerend goed in kwestie.
Er wordt gewezen op hetgeen werd geschreven door de vastgoedcommissaris.
Daarover geïnterpelleerd door zijn stafhouder is de advocaat in kwestie formeel wanneer hij stelt inhoudelijk nooit de belangen van de mede-eigenaar te hebben waargenomen en zich nooit te hebben geprofileerd als diens raadsman.
Samen met zijn stafhouder ben ik van mening dat de bewoordingen van de advocaat in de communicatie met de vastgoedcommissaris enigszins ongelukkig zijn gekozen, maar dat het niet vaststaat dat hij optrad voor de mede-eigenaar.
De vrije keuze van raadsman betreft een belangrijk principe, waaraan slechts uitzonderlijk getornd kan worden.
In die omstandigheden is er in deze geen reden om een belangenconflict in hoofde van de betrokken advocaat te weerhouden en hem te gebieden zich uit de zaak terug te trekken.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering