Deontologie-advies Advies 777
Wanneer levenspartners als advocaten tegenover elkaar staan, ontstaat er een belangenconflict dat ingevolge art. 17bis Codex Deontologie voor Advocaten het ganse kantoor treft, en de advocaat dient zijn onafhankelijkheid – ook naar perceptie toe – te vrijwaren overeenkomstig art. 2 CDA.
Op zich bestaat er geen deontologisch verbod voor een advocaat om op een welbepaalde aanbesteding in te schrijven, maar hij moet dossier per dossier de situatie beoordelen en – zodra blijkt dat zijn levenspartner (of diens kantoor) zijn tegenstrever is of zal worden – de opdracht weigeren of zich uit het dossier terugtrekken.
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een advocaat is feitelijk samenwonend is met een andere advocate, ook lid van uw balie, die als huisadvocate van een vakbond regelmatig voor de arbeidsrechtbank gesyndiceerden bijstaat in procedures tegen beslissingen van een ziekenfonds.
Dit ziekenfonds is op zoek naar een nieuwe raadsman voor die procedures voor de arbeidsrechtbank. De advocaat wenst in te tekenen op deze aanbesteding.
De advocaat geeft aan dat zijn partner niet zelf op de rechtbank zal komen pleiten voor de gesyndiceerden; een medewerkster van haar kantoor zal dat doen.
U stelt de vraag of er een tegenstrijdigheid van belangen is.
Advies
Wanneer de advocaat in kwestie door het ziekenfonds zou worden aangesteld als vaste huisadvocaat, zal het regelmatig voorkomen dat de (levens)partners als tegenstrevers tegenover elkaar komen te staan.
Het voornemen van de huisadvocate van de vakbond om in die dossiers niet zelf te komen pleiten op de rechtbank wijzigt niets aan hun hoedanigheid van tegenstrever. Die blijft bestaan, ook als één van hen zich ter zitting laat vervangen door een kantoorgenoot. Een onverenigbaarheid of belangenconflict tast immers het hele kantoor aan (art. 17bis CDA).
Een van de essentiële plichten van de advocaat is zijn onafhankelijkheid. De advocaat moet erop toezien dat hij kan optreden, vrij van alle druk, in het bijzonder van de druk van eigen belangen of van beïnvloeding van buitenaf. Hij moet elke aantasting van zijn onafhankelijkheid vermijden en mag de beroepsethiek niet veronachtzamen om de cliënt, de rechter of derden welgevallig te zijn (art. 2 CDA)..
Minstens is het even belangrijk dat de perceptie van een gebrek aan onafhankelijkheid en van een mogelijk belangenconflict moet vermeden worden.
Wanneer levenspartners onderling tegenstrevers zijn, doet er zich een belangenconflict voor.
De omstandigheid dat de medewerkster van zijn partner, en niet zijzelf, de zaak zou komen pleiten, doet daaraan geen afbreuk. Gelet op art. 17bis CDA is het weinig relevant wie van het kantoor optreedt: een onverenigbaarheid, belangenconflict of verbod om op te treden geldt immers voor het ganse kantoor.
Besluit
Op zich bestaat er geen deontologisch bezwaar dat de advocaat zou intekenen op de aanbesteding van het ziekenfonds, doch hij zou dossier per dossier moeten onderzoeken en – indien blijkt dat zijn levenspartner zijn tegenstrever is of wordt – de opdracht moeten weigeren of zich uit het dossier moeten terugtrekken. Hij zal zelf oordelen of het in deze omstandigheden opportuun is te dingen naar de aanstelling door de mutualiteit.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering