Deontologie-advies Advies 767
Wanneer een door het BJB aangestelde advocaat de minderjarige spreekt ter voorbereiding van een verhoor, is hij verondersteld dat te doen in dat kader en zal zijn tussenkomst vergoed worden in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.
Als tijdens datzelfde gesprek de niet tegenstrijdige, maar wel afzonderlijke burgerlijke belangen van de ouders worden besproken en ook daarover wordt geadviseerd (als dat kan en er geen strijdigheid van belangen is), kan de advocaat voor die tussenkomst een factuur opmaken die dan inderdaad vrijwillig door de ouders kan betaald worden.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een advocaat aanvaardt een Salduz-oproep met betrekking tot een minderjarige; hij ontvangt de minderjarige samen met zijn ouders op zijn kantoor.
Het verhoor van de minderjarige wordt voorbereid met de minderjarige en zijn ouders, dit ook mede in het licht van hun burgerlijke aansprakelijkheid.
De advocaat deelt mede dat hij dit dossier in die omstandigheden niet onder tweedelijnsbijstand zal doen en reikt een factuur uit die zonder opmerkingen wordt betaald.
De opvolgende advocaat schrijft daarna de advocaat aan in terugbetaling daarvan.
De advocaat contacteert u met de vraag of hij al dan niet correct heeft gehandeld (waar hij van oordeel is van wel).
U wijst op art.89 van de Codex Deontologie voor Advocaten dat voorziet dat de advocaat die geconsulteerd wordt door een cliënt en vermoedt of weet dat de cliënt in aanmerking komt voor juridische tweedelijnsbijstand, verplicht is de cliënt hierover te informeren.
Dit lijkt u voldaan.
Ook citeert u het Compendium, dat bepaalt:
"De minderjarige geniet van de volledige kosteloosheid, ongeacht zijn situatie.
…
Wanneer de ouders ‘qualitate qua’ tussenkomen voor hun kind dat niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, wordt geen rekening gehouden met hun inkomsten. Dat mag niet verward worden met het optreden van de ouders in eigen naam bijvoorbeeld als burgerrechtelijk aansprakelijke partij."
Ik verleen u volgend advies.
Advies
Waar u verwijst naar art. 89 van de Codex Deontologie voor Advocaten en meent dat aan de daarin opgenomen verplichting is voldaan, moet worden vastgesteld dat het in casu niet zozeer gaat om een situatie waarvoor dit specifieke artikel geldt.
De verplichting van artikel 89 van de Codex Deontologie voor Advocaten strekt ertoe cliënten, die vrij een advocaat consulteren en mogelijk niet op de hoogte zijn van hun recht op juridische tweedelijnsbijstand, daarvan in te lichten.
Deze advocaat is niet vrij geraadpleegd, maar is aangesteld door het BJB en diende in die hoedanigheid de minderjarige bij het Salduz-verhoor bij te staan. Wanneer hij de minderjarige spreekt ter voorbereiding van het verhoor, is hij verondersteld dat te doen in dat kader en zal zijn tussenkomst vergoed worden in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.
Als tijdens datzelfde gesprek de niet tegenstrijdige, maar wel afzonderlijke burgerlijke belangen van de ouders worden besproken en ook daarover wordt geadviseerd (als dat kan en er geen strijdigheid van belangen is), kan de advocaat voor die tussenkomst een factuur opmaken die dan inderdaad vrijwillig door de ouders kan betaald worden.
Voor zover de advocaat zijn tussenkomst voor het verdedigen van de belangen van de minderjarige zelf heeft aangerekend, is dat dus niet correct. De aanrekening voor het onderzoek of advies inzake de burgerlijke verantwoordelijkheid van de ouders kan apart worden aangerekend en dus – na betaling – niet worden teruggevraagd.
Vraag zal dus zijn wat de advocaat precies heeft aangerekend.
Het staat u uiteraard vrij de advocaat de injunctie op te leggen (een deel van) de factuur terug te betalen.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering