Ga verder naar de inhoud

Algemeen om­gangs­ver­bod met min­der­ja­ri­gen voor ver­oor­deel­den gaat te ver

donderdag 02 juli 2026

We hebben een advies ingediend over het wetsvoorstel tot invoering van een algemeen omgangsverbod met minderjarigen voor daders met een verhoogd recidiverisico. Hoewel het aanpakken van recidiveproblematiek een legitieme doelstelling is, is de voorgestelde maatregel volgens ons niet proportioneel.

Auteur

Nico Moons

Jurist studiedienst
Avatar

Deel dit artikel

Doel­stel­ling wets­voor­stel

Het uitgangspunt van het wetsvoorstel (56-1494) is dat het nieuwe Strafwetboek recidive voor daders van kindermishandeling onvoldoende voorkomt. De rechter moet bij bepaalde misdrijven daarom de mogelijkheid krijgen om, na afloop van de vrijheidsberovende straf, een algemeen omgangsverbod op te leggen als uit een gemotiveerde risicobeoordeling door een deskundige blijkt dat er een verhoogd recidiverisico bestaat en een ernstig een reëel gevaar op nieuwe feiten aanwezig is.  

De indieners benadrukken dat dit geen bijkomende straf is, maar een preventieve beschermings- en beveiligingsmaatregel die steeds gekoppeld wordt aan het individuele recidiverisico en niet de schuld van de veroordeelde.

Die zienswijze is volgens ons echter moeilijk te verdedigen. In bepaalde gevallen zou het recidiverisico immers zelfs niet hoeven te worden beoordeeld. Bovendien wordt de maximumduur van de maatregel gekoppeld aan de maximumstraf van het gepleegde misdrijf. Daarmee spreken de indieners hun eigen doelstelling, namelijk een koppeling van de maatregel aan het recidiverisico, tegen. 

Daarnaast kan, gelet op de ingrijpende (repressieve) impact en reikwijdte van de maatregel voor de veroordeelde, die zijn straf op dat moment al heeft uitgezeten, bezwaarlijk worden volgehouden dat de maatregel een louter preventief karakter heeft.

Pro­por­ti­o­ne­le impact

Hoewel de voorliggende maatregel, die een beperking inhoudt van (artikel 8 EVRM) en van de vrijheid van verplaatsing, een legitieme doelstelling nastreeft, voldoet hij volgens de OVB niet aan de evenredigheidstoets. Het voorgestelde omgangsverbod gaat om activiteiten waarbij rechtstreeks én onrechtstreeks contact met minderjarigen mogelijk is en strekt zich zelfs uit tot de aanwezigheid van de veroordeelde op plaatsen waar minderjarigen vaak samenkomen. Wat betekent dit voor plaatsen als bibliotheken, fitnesscentra of festivals? Mag de veroordeelde op het pleintje om de hoek of in het park zitten? Mag hij worden bediend door een jobstudent? En wat met het contact met de eigen kinderen?

Het wetsvoorstel voorziet dat de rechter enkel strikt afgebakende uitzonderingen kan toestaan, zoals begeleide contacten en enkel in familiale context. De veroordeelde zal het toneelstuk van zijn zoon of de voetbalmatch van zijn dochter dus moeten missen. Wordt tijdens de duur van de maatregel een kind geboren, nemen we aan dat de veroordeelde niet bij de bevalling aanwezig mag zijn en de gezinswoning moet verlaten, minstens totdat de SURB een uitzondering heeft toegestaan. 

Verplicht om­gangs­ver­bod

De maatregel lijkt ons in het bijzonder disproportioneel voor de gevallen waarin de maatregel verplicht wordt. 

Het algemeen omgangsverbod wordt automatisch opgelegd bij misdrijven van niveau 7 of 8 als men eerder is veroordeeld voor één van de in het wetsvoorstel vermelde misdrijven waarop de wet ook een straf van niveau 7 of 8 stelt. 

Die regeling roept verschillende bezwaren op: 

  • De huidige formulering vereist niet dat het misdrijf waarvoor de betrokkene veroordeeld wordt, betrekking heeft op minderjarigen;
  • De indieners nemen voetstoots aan dat de veroordeelde tijdens zijn gevangenisstraf geen stappen heeft gezet, psychologische of andere hulp heeft verzocht of gekregen. Het vooruitzicht van een algemeen omgangsverbod werkt op die manier niet bevorderend voor de re-integratie.
  • Men ontneemt de rechter alle appreciatiemarge. Niet ieder misdrijf waarvoor de maatregel kan worden opgelegd en dat gepleegd wordt ten aanzien van een minderjarige wordt ook gepleegd omwille van die minderjarigheid. Dat onderscheid is cruciaal voor het recidiverisico. 

Praktische opmerkingen

Niet enkel het inconsistente materiële toepassingsgebied en de misdrijven waarvoor voor de maatregel in aanmerking komt, maar ook de voorgestelde plaats van de maatregel in het nieuwe Strafwetboek en vooral de praktische uitvoering roepen vragen op. 

Waar eindigt de vrijheidsberoving waarop de maatregel ingaat? Zijn er voldoende middelen voorhanden om dit toe te passen? Hoe wordt de naleving gecontroleerd en wat is het gevolg van de miskenning van het omgangsverbod?

Recidive aanpakken

De OVB heeft in het verleden al meermaals aangekaart dat recidive een reëel probleem is. Echter heeft een daadwerkelijk preventieve aanpak een overkoepelend beleid nodig. Humane detentie waar meer op re-integratie wordt ingezet en begeleiding bij terugkeren naar de maatschappij. Dit wetsvoorstel werkt het isoleren, in plaats van re-integreren van veroordeelden in de hand. Dit laatste leidt niet tot een veiligere samenleving. 

De OVB roept  op om in eerste instantie werk te maken van de implementatie van de verlengde opvolging (art. 46 Sw.), die thans kan worden uitgesteld tot 2035. Daarnaast kan er gekeken worden naar de minder ingrijpende en meer doelgerichte maatregel van een uitgebreider beroepsverbod of een systeem van pre-employment screening

Ook interessant

Europees & internationaal recht Strafrecht
donderdag 18 juni 2026

Comité van Ministers streng over toestand Belgische gevangenissen

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft een nieuwe beslissing met aanbevelingen gepubliceerd over de gebrekkige implementatie van het Vasilescu-arrest over de overbevolking en de erbarmelijke leefomstandigheden in de Belgische gevangenissen.

Het Comité heeft duidelijk rekening gehouden met de input die we voorafgaand via een Rule 9 bijdrage hebben overgemaakt.

Meer lezen
Gerechtelijk recht Strafrecht
woensdag 17 juni 2026

Partijen moeten in staat blijven hun rechter te kennen

We hebben een kritisch advies geschreven bij het wetsvoorstel over de bescherming van magistraten en griffiers via het afschermen van hun identiteit. We vinden de voorgestelde regeling onverenigbaar met de fundamenten van een eerlijk proces en hekelen de manke argumentatie en rechtsvergelijking.

Meer lezen