Advies 761
Artikel 183 van de Codex Deontologie bepaalt dat een advocaat zich moet inschrijven op het tableau van elke Orde van Advocaten waar hij kantoor houdt. Onder ‘kantoor’ wordt bedoeld de plaats waar daadwerkelijk het beroep van advocaat wordt uitgeoefend.
De zetel van een vennootschap dient niet noodzakelijk gevestigd te zijn op de plaats waar de vennootschap haar activiteit uitoefent.
Advies 759
Wanneer een advocaat optreedt voor een cliënt, verliest hij niet (tijdelijk) de mogelijkheid om op te komen tegen schendingen van de AVG in verband met de verwerking van zijn persoonsgegevens als advocaat.
Er bestaat geen recht van een advocaat om in een bepaalde zaak als advocaat op te treden. De cliënt heeft een recht op vrije keuze van raadsman, maar ook dat recht is niet absoluut. Indien de vrije gekozen advocaat de zaak niet kan/mag behandelen om redenen van algemeen belang dan zal de cliënt een andere keuze moeten maken.
Advies 754
Een advocaat kan deel uitmaken van de politieraad, maar voorzichtigheid in het optreden als advocaat maar ook als raadslid is zeker aangewezen.
Advies 757
De activiteit van de onderneming die niet het beroep van advocaat uitoefent en waarover een advocaat de bevoegdheden van dagelijks bestuur uitoefent of waarin de advocaat uitvoerend bestuurder is of de effectieve leiding uitoefent, onder welke titel ook, wordt voor de toepassing van de bepalingen van de CDA over de onverenigbaarheden gelijkgesteld met een andere activiteit die de advocaat persoonlijk uitoefent.
Dit geldt eveneens voor de onverenigbaarheden van artikel 437 Ger.W.
Er dient dus te worden onderzocht of de activiteiten en dus ook het maatschappelijk voorwerp van de vennootschap, al dan niet verenigbaar zijn met het beroep van advocaat.
Advies 753
Aangezien de deontologie van de advocaat niet aan de cliënt kan worden tegengeworpen en een injunctie naar aanleiding van een inbreuk op artikelen 105 en 106 van de Codex Deontologie voor Advocaten afbreuk zou doen aan de burgerlijke rechten van de cliënt, lijkt het aangewezen om de advocaat slechts te suggereren zijn cliënt op te roepen om te verzaken aan het voordeel van het verstekvonnis en niet over te gaan tot betekening, in plaats van hem dit te gebieden. Indien de cliënt hieraan geen gevolg zou geven, zou de advocaat zich niet langer hoeven terug te trekken uit de zaak.
De loyaliteit gebiedt een advocaat alles in het werk te stellen om de nadelige gevolgen van zijn ondeontologisch handelen zoveel mogelijk teniet te doen.
Bij een inbreuk op artikel 105 Codex Deontologie voor Advocaten kan de stafhouder een inberaadname door de rechter niet ongedaan maken. Hij zou de advocaat wel kunnen bevelen zich niet te verzetten tegen een verzoek van zijn tegenstrever tot heropening der debatten, maar het is uiteindelijk de rechter die over dat verzoek zal beslissen.
Een injunctie van de stafhouder kan een financiële tussenkomst tot voorwerp zou kunnen hebben.
Advies 758
Een verboden maatschap of vennootschap met – naast advocaten – ook een niet-advocaat als aandeelhouder en met als voorwerp “het beoefenen van de activiteit van advocaat” wordt niet plots wél toegestaan omdat ze in de praktijk – anders dan wat haar statuten zeggen - dan toch geen advocatenactiviteiten zou beoefenen.
Een verboden structuur kan niet gedoogd worden enkel omdat men zegt dat zij niet gebruikt wordt, zoals de juridische realiteit ervan nochtans wel doet veronderstellen.
Het voorwerp van de commanditaire vennootschap zou dus minstens moeten worden aangepast als de echtgenote (stille) vennoot van de commanditaire vennootschap blijft.
Advies 756
Advocaat-intermediairs moeten de cliënt als relevante belastingplichtige inlichten dat ze wegens het beroepsgeheim zijn ontheven van de meldingsplicht en dat die dientengevolge doorschuift naar de cliënt.
Voor zover de advocaat-intermediairs geen instemming ontvangen van hun cliënt dat zij de meldingsplicht in diens naam en voor diens rekening uitvoeren, moeten ze aan hun cliënt de nodige gegevens bezorgen opdat hij zelf zijn meldingsplicht kan vervullen in overeenstemming met artikel 326/8 WIB92.
De regeling van artikel 334 WIB92 geldt ook voor verzoeken van de BBI die gebaseerd zijn op artikel 323ter WIB92. In dat geval komt het aan de stafhouder toe om na te gaan of de informatie die de BBI wenst te ontvangen, gedekt is door het beroepsgeheim van de advocaat zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof in de arresten over de DAC6-meldingsplicht (cf. rechtspraak vermeld in nr. 2.3.). Als die informatie gedekt is door het beroepsgeheim, kan die uiteraard niet aan de BBI worden bezorgd.
Advies 755
Voor het onderscheid tussen een verhuring in het kader van het beheer van het eigen patrimonium en de voorgestelde verhuring via Airbnb, lijkt het dat de verhuring van het eigen patrimonium niet als handel en nijverheid kan worden aanzien; dat heeft in principe geen commerciële insteek. Verhuring via Airbnb kan daarentegen in sommige gevallen wel degelijk als een handelsactiviteit worden beschouwd, doch niet in deze.
Advies 752
Artikel 472 Ger.W. bepaalt dat eerherstel de doorhaling van “de vermeldingen bepaald in art. 461 §1 Ger.W.” met zich meebrengt. De vermelding naast “de naam van de betrokken advocaat” in het register dat op het secretariaat van de balie en van de OVB wordt gehouden, moet dus worden doorgehaald.1
Het gegeven van een “herstel in ere” betekent dat in het register van art. 461§1 Ger.W. geen spoor van de eerder opgelegde schorsing(en) mag worden teruggevonden. Het eerherstel is immers net bedoeld om een kans te krijgen om (minstens naar de buitenwereld toe) als het ware met een propere lei te beginnen.
In tuchtzaken mag de schorsing waarvoor eerherstel is bekomen geen grond meer vormen om op basis van art. 460 eerste lid Ger.W. geschrapt te worden.
In tuchtzaken kan het register dus als het ware worden aanzien als al dan niet “blanco strafregister” naar derden/de buitenwereld toe, maar blijft de vermelding van enerzijds de schorsing (of schrapping) en anderzijds het bekomen eerherstel in het eigen dossier van de advocaat wel een bron van nuttige feitelijke informatie voor de ordinale overheden.
Advies 751
Hoewel Advies 91 volgens het dan heersende recht toeliet dat een advocaat - voorlopig bewindvoerder een legaat kon aanvaarden, verbiedt artikel 4.141 van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek dit uitdrukkelijk. Voor advocaten blijft daarentegen artikel 1 van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden. Een advocaat mag aldus testamentair begunstigde zijn. Hij moet daarbij toezien op zijn onafhankelijkheid. Uiteraard mag hij de cliënte niet hebben bijgestaan bij de redactie van het testament (zie ook Advies 453).
Advies 750
Het vermijden van belangenconflicten is één van de essentiële kernwaarden die de advocaat moet naleven bij zijn behoorlijke beroepsuitoefening. Het feit dat een advocaat geen dossier heeft aangemaakt of geen ereloon heeft aangerekend voor een telefoongesprek, belet niet dat zij kennis heeft gekregen van gevoelige en strikt vertrouwelijke informatie die de dame haar in volle vertrouwen heeft toevertrouwd en welke informatie evident valt onder het beroepsgeheim van de advocaat. Eveneens dient vastgesteld te worden dat de geheimhouding van de vertrouwelijke informatie die een advocaat heeft ontvangen, dreigt te worden aangetast bij de behoorlijke behartiging van de belangen van de tegenpartij in (de uitloper van) dezelfde betwisting.
Advies 749
Een mail die vermeldt dat "de mail een mededeling van partij tot partij vervangt en derhalve niet vertrouwelijk is" zou kunnen voldoen aan de uitzondering van art. 114 §3 Codex Deontologie voor Advocaten. Bijkomende voorwaarde voor deze uitzondering is evenwel dat de geadresseerde confrater deze mededeling uitdrukkelijk aanvaardt als niet vertrouwelijk. Als dit niet werd gevraagd, zou enkel nog gesteund kunnen worden op de striktere uitzondering van art. 114 §3bis Codex Deontologie voor Advocaten, met name de schriftelijke mededeling met vermelding ‘niet vertrouwelijk’, die uitsluitend de nauwkeurige omschrijving van precieze feiten bevat en die hetzij een deurwaardersexploot, hetzij een mededeling van partij tot partij vervangt.