Ga verder naar de inhoud

Voorzitter op vrijdag: "Een on­af­han­ke­lij­ke balie en een on­af­han­ke­lij­ke rech­ter­lij­ke macht zijn on­ont­beer­lijk"

vrijdag 13 maart 2026

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Auteur

Peter Callens

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Portret voorzitter Peter Callens

Deel dit artikel

In The Open Society and Its Enemies (1945) schrijft Karl Popper dat wij instellingen nodig hebben. Zoals hefbomen stellen die ons in staat om te bereiken wat onze spierkracht overstijgt. Zoals machines kunnen instellingen onze kracht vermenigvuldigen, zowel ten goede als ten kwade. Daarom hebben instellingen, zoals machines, verstandig toezicht nodig, vanwege iemand die hun werking en bovenal hun doel begrijpt, want volledig autonoom kunnen wij ze niet laten werken.

Tegenwoordig worden wij voortdurend overspoeld met berichten die bevestigen dat instellingen, als een hefboom, onze krachten vermenigvuldigen. Helaas niet altijd ten goede. Zodat verstandig toezicht allesbehalve overbodig is. Maar dat raakt dun gezaaid.

De advocatenkantoren die de banvloeken van president Trump moesten ondergaan, kunnen ervan meespreken. Niemand is vergeten hoe de president het een jaar geleden gemunt had op kantoren die hem niet aanstonden. Gemunt, inderdaad, want de president dacht dat hij die kantoren kon verplichten tot afdracht van tientallen miljoenen dollars, bij gebreke waarvan zij zowat op non-actief zouden gezet worden. Sommige kantoren gingen overstag en sloten een ‘deal’ met de president. Het leverde hun het verwijt van ‘kapitalistische lafheid’ op. Andere verweerden zich en durfden het aan om de institutionele afpersing waarvan zij het slachtoffer werden, te betwisten.

Het recht is voor de durvers, en die kregen gelijk. Rechters, van uiteenlopende politieke gezindheid, schortten de presidentiële maatregel op en toonden zich streng. De president houdt echter niet van nederlagen en dus ging het Department of Justice (DoJ) in beroep.

Vorige week raakte bekend dat het DoJ het beroep introk. Dat leek een overwinning voor de moedige advocaten die zich niet wilden laten ringeloren. En vooral een overwinning voor het recht en voor de onafhankelijkheid van de advocaat en van de rechterlijke macht. Eén geviseerd kantoor, Susman Godfrey, verborg in de pers zijn genoegen niet: ‘De regering heeft gecapituleerd, en dat is het gepaste einde van een eenvoudigweg ongrondwettelijke aanval op ons kantoor en op de rechtstaat.’

Te vroeg gejuicht. Vier dagen later kondigde het DoJ aan, klaarblijkelijk zonder verdere uitleg, dat het de intrekking van het beroep… introk. De vertegenwoordigers van het DoJ zullen die bizarre wispelturigheid mogen uitleggen aan de rechters. Ondertussen woedt de strijd wel voort.

Is het een ‘ver-van-ons-bed’-show? Wij mogen onszelf niet in slaap laten wiegen. Wat aan de overzijde van de Atlantische Oceaan gebeurt, kunnen wij bij ons niet uitsluiten. Mocht dat ons lot worden, dan zou de druk op advocaten allicht een andere vorm aannemen, misschien subtieler geformuleerd worden, of net iets anders in elkaar gestoken worden – maar de gevolgen kunnen vergelijkbaar zijn. Wij kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is een onafhankelijke balie te hebben, in combinatie met een onafhankelijke rechterlijke macht. Het ene gaat niet zonder het andere, beide zijn onontbeerlijk.

Dat impliceert dat de advocaat niet alleen onafhankelijk moet staan ten opzichte van derden of van de overheid, maar ook ten overstaan van de cliënt: de advocaat mag niet vereenzelvigd worden met de cliënt. Wij verdedigen de belangen van de cliënt, maar wij zijn die cliënt niet. Een cliënt bijstaan wil niet zeggen dat de advocaat het gedrag van de cliënt goedkeurt. Evenmin zal de advocaat meegaan met alle grillen van de cliënt. Hij blijft kritisch en bewaart afstand.

Natuurlijk stelt de advocaat zich ook onafhankelijk op ten opzichte van de rechter of het Openbaar Ministerie. Advocaten leggen een eed af, waarin zij zweren niet te zullen ‘afwijken van de eerbied aan het gerecht en de openbare overheid verschuldigd’, maar die eerbied is geen melige onderdanigheid noch valse slaafsheid. Een advocaat blijft respectvol, maar moet opkomen voor zijn cliënt. Dat impliceert dat de advocaat mag protesteren tegen een incorrecte gang van zaken, en dat hij kritische of scherpe uitspraken mag doen. Steeds een kwestie van dosering, zowel naar inhoud als naar vorm.

Wij weten dat zaken kunnen escaleren, en dat represailles niet uitgesloten zijn: de magistraat is en blijft een exponent van de staatsmacht terwijl de advocaat en zijn cliënt dat niet zijn. Bij een conflict trekken die laatsten aan het kortste eind. De rechtspraak van het EHRM in Straatsburg toont dat aan, en snelt de advocaat te hulp, bijvoorbeeld in de zaak van onze onfortuinlijke confrater André Lutgen t. Luxemburg, die ik eerder besprak.

Om al die redenen is het belangrijk dat de Europese Conventie ter bescherming van het beroep van advocaat geratificeerd raakt. Graag vlug. Vandaag zijn onze advocaten beschermd door wetgeving en rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, het EHRM en het Europese Hof van Justitie. Maar de politieke ontwikkelingen roepen om de extra beschermlaag die de Conventie biedt.

Verder in zijn boek bekritiseert Karl Popper de vraag die Plato zich stelde in de 4de eeuw vóór onze tijdrekening: ‘wie moet de macht krijgen?’ De vraag van Plato peilt naar de kenmerken van de heerser, en veronderstelt dat er geen checks & balances bestaan, zodat persoonlijke kwaliteiten bepalen of iemand geschikt is voor het hoogste ambt. Voor Popper kan dat niet de centrale vraag van de politiek zijn. De echt relevante vraag luidt volgens hem eerder: ‘hoe kunnen wij de politieke instellingen zo organiseren, dat slechte of onbekwame heersers ervan weerhouden worden al te veel schade aan te richten?’

Die vraag is helaas actueler dan ooit. Er valt werk te verrichten en wij, advocaten, moeten onze steen bijdragen.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies

Ook interessant

Voorzitter op vrijdag
vrijdag 26 juni 2026

Voorzitter op vrijdag: "Investeren in een goed werkende justitie is een investering in welvaart"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen
Voorzitter Peter Callens
Voorzitter op vrijdag
vrijdag 12 juni 2026

Voorzitter op vrijdag: "Luisteren naar advocaten loont"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen