Ga verder naar de inhoud

Voorzitter op vrijdag: "Feiten kun je bewijzen, waar­de­oor­de­len niet"

vrijdag 07 juni 2024

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Peter Callens

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Portret voorzitter Peter Callens

Deel dit artikel

De advocaat vervult een bijzondere, onvervangbare functie in Justitie, en dus in de samenleving. Als burger geniet de advocaat, zoals elke burger, van de vrije meningsuiting. Maar de wijze waarop hij die kan uitoefenen, hangt nauw vast met de eigen opdracht van de advocaat. Het is steeds weer zoeken naar een delicaat evenwicht. In dat speciale concert zijn het niet de deontologische regels die de eerste viool spelen. De zelfregulering van de advocatuur komt op het achterplan en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens doet het werk voor ons. De recentste variatie op dat thema, een must read in die bewegende materie, is het arrest Lutgen t. Luxemburg van 16 mei 2024.

Wat was er aan de hand? Er gebeurt een arbeidsongeval met dodelijke afloop in een fabriek van ArcelorMittal. De onderzoeksrechter beveelt een deskundig onderzoek en de site wordt verzegeld. Onze Luxemburgse confrater André Lutgen, die optreedt voor ArcelorMittal, dringt bij de onderzoeksrechter aan op snelle behandeling. Het verlengde hemelvaartweekend lonkt en mr. Lutgen vreest dat de expertise pas daarna zal doorgaan. In dat geval moet de directie de fabriek stilleggen en dreigt technische werkloosheid voor ongeveer 200 werknemers. Het verlies voor de onderneming is aanzienlijk. Lutgen meldt dat aan de onderzoeksrechter, maar er komt geen antwoord.

Op de dag vóór hemelvaart dringt onze confrater om 8.01u nogmaals aan bij de onderzoeksrechter. Die antwoordt dat hij verzegeling zou opheffen zodra zij voor de deskundige niet langer nodig is. De deskundige komt dezelfde ochtend nog ter plaatse en doet zijn vaststellingen. Hij wil echter zelf de verzegeling niet opheffen, omdat enkel de onderzoeksrechter daarvoor bevoegd is. Om 15.18u vraagt Lutgen de onderzoeksrechter andermaal om de site vrij te geven, en wel binnen het half uur. Geen antwoord. Hij probeert de rechter ook telefonisch te bereiken, tevergeefs.

Om 16.24u schrijft Lutgen de ministers van Justitie en Economische Zaken aan, met een kopie aan de procureur-generaal. Daarin legt Lutgen de teneur uit van zijn verzoek aan de onderzoeksrechter. Hij voegt er woordelijk aan toe dat het niet de eerste keer is dat hij met die magistraat een incident heeft en dat hij dit alles totaal onaanvaardbaar vindt. Hij vertelt het verhaal van de onbereikbaarheid van de rechter en eindigt met de woorden: ‘ik laat u raden welke conclusies ik hieruit trek.’

Om 17.22u beveelt de rechter de opheffing van de verzegeling. Lutgen wordt daarvan niet op de hoogte gebracht.

Geïnformeerd over de brief van Lutgen doet de onderzoeksrechter aangifte bij de procureur. Het parket opent een opsporingsonderzoek wegens intimidatie en smaad aan een magistraat.

De stafhouder opent een tuchtonderzoek maar concludeert dat er geen tuchtvergrijp is geweest: de confrater had volgens de stafhouder de minister willen inlichten over een mogelijke aansprakelijkheid van de overheid wegens een disfunctie van de rechterlijke macht. De stafhouder aanzag de vermelding door Lutgen dat hij al eerder incidenten had gehad met die onderzoeksrechter niet als smadelijk, misprijzend, arrogant of hautain.

De strafrechter zag dat anders. In eerste aanleg kreeg onze confrater een boete opgelegd van 2000 euro wegens smaad aan de rechter, plus een schadevergoeding van 1 euro. Lutgen tekende hoger beroep aan. Het hof van beroep bevestigde de veroordeling maar herleidde de boete tot de helft. Het hof oordeelde dat de advocaat de feiten wel mocht melden aan de overheid. Het ging het hof niet om het principe van de kritiek. Wel nam het hof aanstoot aan ‘de wijze waarop, de stijl en de ongezonde insinuaties’, die kwetsend en beledigend waren voor de magistraat.

Een voorziening in cassatie werd verworpen en onze confrater trok naar Straatsburg. De CCBE en de Luxemburgse balie kwamen tussen in de procedure, om het standpunt van de advocaat te steunen.

De Luxemburgse balie wees op de noodzaak dat de advocaat buiten de rechtszaal ‘gedecomplexeerd’ het woord moest kunnen voeren voor zijn cliënt – zeker als de advocaat de correctheid van zijn beweringen kan bewijzen. Lutgen kon in detail aantonen dat hij meermaals incidenten had gehad met de betreffende onderzoeksrechter. Er viel hem dus op dat punt niets te verwijten. En bovendien, als een advocaat in een dergelijke context over de schreef gaat, zo argumenteerde de Luxemburgse balie, dan is het tuchtrecht perfect geplaatst om sanctionerend op te treden.

Het EHRM maakt, zoals in die andere mijlpaalzaak Morice t. Frankrijk, een onderscheid tussen feiten en waardeoordelen. Feiten kun je bewijzen, waardeoordelen niet. Zoals de Amerikaanse democratische politicus Daniel Patrick Moynihan (1927-2003) het gevat uitdrukte: ‘you are entitled to your own opinion, but not to your own facts.’ Maar ook waardeoordelen moeten een afdoende feitelijke grondslag hebben.

Het Hof herhaalt dat er ten aanzien van magistraten, die nu eenmaal behoren tot de fundamentele instellingen van de Staat, een ruimere marge voor kritiek bestaat dan ten aanzien van particulieren. Het Hof beoordeelt de uitspraken van Lutgen als duidelijk ‘désobligeants’. Een moeilijk te vertalen woord, iets tussen onvriendelijk en denigrerend in. Smadelijk waren zij echter niet. Het was geen gratuite persoonlijke aanval en Lutgen handelde binnen zijn opdracht als advocaat, voor de verdediging van de belangen van zijn cliënt.

Door de sanctionering was het evenwicht zoekgeraakt tussen de noodzaak om het gezag van de rechterlijke macht te waarborgen en deze om de vrijheid van meningsuiting te beschermen. Lutgen kreeg gelijk.

Allemaal zeer casuïstisch, natuurlijk, en dat is ook zo in andere precedenten zoals Morice t. Frankrijk en Pais Pires de Lima t. Portugal, maar daarom niet minder verplichte lectuur voor advocaten.

In Redmond-Bate v DPP (1999) zei Lord Justice Sedley, met Britse flair: ‘Freedom to speak inoffensively is not worth having’. Ook advocaten mogen scherp uit de hoek komen, maar zonder hun deontologisch kompas en hun Fingerspitzengefühl te verliezen. Smalend kan, smadelijk niet.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies

Ook interessant

Voorzitter op vrijdag
vrijdag 24 mei 2024

Voorzitter op vrijdag: "Wat is er fout met ‘betrouwbaarder, wijzer, dienstvaardiger’?"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen
Voorzitter op vrijdag
vrijdag 03 mei 2024

Voorzitter op vrijdag: "Wij moeten alle vrees overwinnen en AI integreren in ons leven en dus ook in ons beroep"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen