Over eenheid en macht Voorzitter op vrijdag: “L’onion fait la farce?”
Om de twee weken biedt deze rubriek ruimte voor reflectie over wat leeft in de advocatuur, Justitie en de samenleving. Vanaf dit gerechtelijk jaar neemt voorzitter Erik Valgaeren zelf het woord of leidt hij een bijdrage van een bestuurder in. Deze week neemt hij opnieuw zelf de pen ter hand en deelt hij zijn visie op een actueel thema.
Auteur
Erik Valgaeren
New York, vorige week. De 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties komt bijeen onder het geruststellende motto "Restoring trust, managing transformation: A United Nations that delivers for all". Mooie woorden. Helaas bewijst het podium het tegendeel. Een transformatie is het zeker, maar dan een waar voor het oog van allen de tempel van de internationale rechtsorde wordt verguisd met deloyale uitspraken, haantjesgedrag en spierballengerol. De weerzinwekkende aanval op het Internationaal Strafhof, de denigrering van VN-organisaties zoals UNESCO en de simplistische stelling dat de enige nuttige beveiligingsmaatregel tegen agressieve AI-agenten erin bestaat een “slimme en sterke Amerikaanse president” te hebben, verwijzen het noodzakelijke vertrouwensherstel al snel naar de prullenmand. Een andere wereldleider kwam zich verdedigen tegen aanklachten over zinloos oorlogsgeweld en genocide door het licht van de zon te ontkennen en het eigen gedrag als voorbeeldig te bestempelen. Het gevolg was een massale “walk-out” uit het halfrond, de enige manier om het trommelvlies en de hersenpan te beschermen tegen een morele afsmelting.
Onze eigen minister van Buitenlandse Zaken nam met reden afstand: Maxime Prévot wees op de rol van het internationaal recht als "gemeenschappelijk kompas", en noemde multilateralisme "het belangrijkste schild van middelgrote mogendheden tegen imperialistische of vijandige mogendheden". Echter, het schild van de internationale rechtsorde en het multilateralisme is alleen bruikbaar als je het met z'n allen vasthoudt. Deze week in New York hield iedereen zijn eigen schild vast, elk in zijn eigen richting. Ook de premier van onze noorderburen moest in het verweer. Rob Letten...
Eenheid, met andere woorden, was vorige week op het wereldtoneel vooral een “farce”.
Gelukkig hoefde ik voor het betere voorbeeld niet ver te reizen. Vorige week woensdag, in Leuven, vond de eerste Algemene Vergadering van de Orde van Vlaamse Balies in haar nieuwe samenstelling plaats — 69 afgevaardigden van acht Vlaamse balies en een vertegenwoordiger van de Cassatiebalie. Het nieuwe bestuur en de nieuw samengestelde algemene vergadering werden er voorgesteld. Met drie nieuwe bestuurders en bijna 30 nieuwe afgevaardigden combineren we vernieuwing en continuïteit. Ook in dit halfrond spelen verschillen in visies, gevoeligheden en prioriteiten. Iedereen kan er vrij zijn mening serveren, kritiek uiten en de stemknop hanteren naar eigen inzicht. Hier echter geen stoten onder de gordel of deloyaal gedrag, maar constructief debat met het belang van de beroepsgroep en de rechtzoekende als leidraad. Het nieuwe beleidsplan 2026-2029 werd aangenomen en zal het startpunt worden voor verdere uitdieping en concrete projecten die onze werking zullen schragen in de volgende jaren. De rol van de advocaat als “trusted advisor”, de digitalisering van justitie en van onze eigen werkprocessen evenals de bescherming van de meest kwetsbaren in de samenleving (minderjarigen, geestesziekten, slachtoffers, ...) zijn alvast enkele van de speerpunten die we vooropstellen. De rol van advocaten in de sociale media en de mogelijkheden tot het gebruik van vreemd kapitaal zullen eveneens aangesneden worden. Zich daarrond verenigen is precies dé oefening waarin een beroepsorganisatie als de onze in moet slagen: zorgen dat verscheidenheid niet verwordt tot verdeeldheid, maar tot een gedragen standpunt.
Eenheid in verscheidenheid, niet opgelegd van bovenaf, maar opgebouwd van onderuit — het tegendeel van wat we in New York zagen, en precies daarom een stuk overtuigender.
Maar wat met de eenheid binnen de organisatie van de hoven en rechtbanken?
Het debat over een efficiëntere gerechtelijke organisatie is niet nieuw, maar is wel opnieuw volop in de actualiteit, en gelukkig maar want de nood is zeer hoog. De gerechtelijke achterstand, de structurele onderbezetting van de kaders in bepaalde ressorten en de soms onbegrijpelijke verschillen in werkwijzen binnen hetzelfde wetboek schreeuwen om oplossingen.
Ter opfrissing, het gaat over de eenmaking binnen de structuren van justitie, meerbepaald de hoven en rechtbanken, om door de vereniging van middelen te komen tot meer slagkracht en efficiëntie. De eenheidsrechtbank zou in essentie inhouden dat op het niveau van eerste aanleg één rechtbank zou komen in elk van de ressorten van beroep (Brussel, Gent, Antwerpen). Deze zou dan alle bestaande rechtbanken verenigen die we vandaag kennen (rechtbank van eerste aanleg, ondernemingsrechtbank, arbeidsrechtbank). Op niveau van het hoger beroep zou het arbeidshof dan samensmelten met het hof van beroep en zou het Brusselse hof gesplitst worden waardoor één hof van beroep kan ontstaan aan elke zijde van de taalgrens. Het arbeidsauditoraat wordt geïntegreerd in het parket en op kantonaal niveau versmelten vredegerechten en politierechtbanken.
De ui is een zeer bijzondere groente. Ze scoort hoog in voedingswaarde en voegt smaak en structuur toe aan de gerechten. In Aalst weten ze dat, daar is de ui (“ajuin”) het lokale embleem. De structuur van onze gerechtelijke organisatie bestaat ook uit verschillende lagen, een beetje zoals de “schillen” (of “rokken”) van een ui. Om die lagen tot hun recht te laten komen, is het belangrijk de ajuin te pellen en de verschillende lagen op hun bijdrage aan justitie te taxeren om deze vervolgens optimaal te laten bijdragen tot de nieuwe gerecht(elijke)structuur.
Het valt te verwachten dat er niet enkel voorstanders zijn van de eenheidsrechtbank. Bij het pellen van de ui vallen soms ook tranen. En er zijn natuurlijk variaties mogelijk op het thema, maar het is vooral van belang dat er consequent en breed wordt ingezet op de operatie, wars van de “baronieën”. Het thema mag ook niet herleid worden tot dat van het “autonome beheer”, want dat is een ander debat, dat zeker niet garant staat voor de broodnodige efficiëntiewinsten.
Nog enkele kanttekeningen:
- De eenheidsrechtbank hoeft niet gepaard te gaan met een verlies aan expertise. Een doordachte organisatie van de kamers en dito verdelingsreglement kunnen dit ondervangen.
- Een moderne gerechtelijke structuur vergt een modern managementkader, met professionals; op die manier kunnen de magistraten en griffiers zich wijden aan hun kerntaken.
- De proximiteit kan verzekerd worden door een slimme hertekening van de “front office” en “back office” van de rechtbank en door lokale ankerpunten voor de rechtsprekende functie
- Verdere digitalisering zal de efficiëntie enkel verder ten goede komen: een digitale ontsluiting van de rollen en het zittingsbeheer, digitale neerlegging in strafzaken, ...
Als actor van justitie is de balie zeer bereid haar medewerking aan de oefening te verlenen. Want de concrete rechtbank en rechter voor wie wij onze cliënten verdedigen zijn een essentieel onderdeel van ons beroep en de dienst die wij aanbieden. Ook voor de advocatuur zal een nieuwe structuur dus een behoorlijke aanpassing vergen. Vanuit onze eigen zoektocht naar efficiëntie kennen wij de voordelen en aandachtspunten bij schaalvergroting. De baliefusies in het noorden en het zuiden van het land getuigen daarvan. En het thema blijft op de agenda staan.
Door doorgedreven samenwerking komen wij sneller tot de “Restoring trust, managing transformation” binnen het ganse justitiële landschap.
De ui kan dan relevant zijn voor de vulling, maar enkel "l’union fait la force”!
Met warme groeten,
Erik Valgaeren
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Ook interessant
Voorzitter op vrijdag: "Let’s (re)build Justice"
Om de twee weken biedt deze rubriek ruimte voor reflectie over wat leeft in de advocatuur, Justitie en de samenleving. Vanaf dit gerechtelijk jaar neemt voorzitter Erik Valgaeren zelf het woord of leidt hij een bijdrage van een bestuurder in. Deze week neemt hij opnieuw zelf de pen ter hand en deelt hij zijn visie op een actueel thema.
Peter Callens gehuldigd voor uitzonderlijke bijdrage aan advocatuur en rechtstaat
Een avond vol erkenning, herinneringen en genegenheid. Zo kan de hulde aan stafhouder Peter Callens op woensdag 9 september 2026 in de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel het best worden samengevat. De Orde van Vlaamse Balies en de Nederlandse Orde van Advocaten bij de balie Brussel (NOAB) brachten er samen hulde aan hun gewezen voorzitter en oud-stafhouder, die zich gedurende meer dan vier decennia onvermoeibaar inzette voor de advocatuur en de rechtstaat.