Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 752

Artikel 472 Ger.W. bepaalt dat eerherstel de doorhaling van “de vermeldingen bepaald in art. 461 §1 Ger.W.” met zich meebrengt. De vermelding naast “de naam van de betrokken advocaat” in het register dat op het secretariaat van de balie en van de OVB wordt gehouden, moet dus worden doorgehaald.1

Het gegeven van een “herstel in ere” betekent dat in het register van art. 461§1 Ger.W. geen spoor van de eerder opgelegde schorsing(en) mag worden teruggevonden. Het eerherstel is immers net bedoeld om een kans te krijgen om (minstens naar de buitenwereld toe) als het ware met een propere lei te beginnen.

In tuchtzaken mag de schorsing waarvoor eerherstel is bekomen geen grond meer vormen om op basis van art. 460 eerste lid Ger.W. geschrapt te worden.

In tuchtzaken kan het register dus als het ware worden aanzien als al dan niet “blanco strafregister” naar derden/de buitenwereld toe, maar blijft de vermelding van enerzijds de schorsing (of schrapping) en anderzijds het bekomen eerherstel in het eigen dossier van de advocaat wel een bron van nuttige feitelijke informatie voor de ordinale overheden.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Ik verwijs naar uw brief met betrekking tot de concrete gevolgen van een door de tuchtraad of tuchtraad van beroep verleend eerherstel. 

U geeft aan dat - overeenkomstig art. 472 §4 Ger.W. - het eerherstel de doorhaling van de vermeldingen in art. 461 §1 Ger.W. met zich meebrengt. 

U stelt de vraag hoe deze doorhaling dient te worden geïnterpreteerd en uitgevoerd en of het dus volstaat om het eerherstel en de doorhaling te vermelden in het register conform art. 461 §1 Ger.W., dan wel of de beslissing tot schorsing volledig dient te worden verwijderd. 

Indien een beslissing tot schorsing volledig dient te worden verwijderd uit het register, stelt zich bijkomend de vraag of de beslissing tot schorsing tevens dient te verdwijnen uit het dossier van de betrokken advocaat en dus ook niet meer als verzwarende omstandigheid of tuchtrechtelijk voorgaande kan worden vermeld bij een nieuwe tuchtprocedure. 

Ik verleen u volgend advies. 

Advies

- De huidige wettelijke regeling 

Art. 461 §1 Ger.W. bepaalt dat een schorsing of schrapping wordt vermeld naast de naam van de betrokken advocaat in een register dat op het secretariaat van de balie en van de Orde van Vlaamse balies of van de Ordre des barreaux francophones et germanophone wordt gehouden en dat door de advocaten kan worden ingezien. 

Artikel 472 Ger.W. luidt momenteel als volgt: 

§ 1. Een geschrapte advocaat kan niet worden ingeschreven op een tableau van de Orde, of op een lijst van advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie, of op een lijst van stagiairs dan na het verstrijken van een termijn van tien jaar nadat de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan en indien buitengewone omstandigheden het wettigen.  

De inschrijving is niet geoorloofd dan na een met redenen omkleed advies van de raad van de Orde van de balie waartoe de advocaat behoorde. De weigering tot inschrijving wordt met redenen omkleed. 

§ 2. Een geschorste advocaat kan aan de tuchtraad of aan de tuchtraad van beroep die de schorsing heeft uitgesproken eerherstel vragen na een termijn van zes jaar te rekenen van de uitspraak. De weigering tot eerherstel moet met redenen worden omkleed. De beslissing is niet vatbaar voor hoger beroep. De aanvraag tot eerherstel kan om de zes jaar opnieuw worden ingediend. 

§ 3. De lichtere tuchtstraffen worden van rechtswege uitgewist na een periode van zes jaar te rekenen van de uitspraak. 

§ 4. De herinschrijving, het eerherstel of de uitwissing van de straf brengen de doorhaling van de vermeldingen bepaald in artikel 461, §1, met zich. 

De wet schrijft dus voor dat eerherstel de doorhaling van “de vermeldingen bepaald in art. 461 §1 Ger.W.” met zich mee brengt. De vermelding naast “de naam van de betrokken advocaat” in het register dat op het secretariaat van de balie en van de OVB wordt gehouden, moet dus worden doorgehaald.

- Wat is doorhaling? 

De concrete vraag is wat onder “doorhaling” in de zin van art.472 §4 Ger.W. moet worden verstaan: dient dit te worden geïnterpreteerd als het letterlijk doorstrepen, hetzij een lijn er doorheen zetten, of gaat het om het daadwerkelijk volledig verwijderen van de vermeldingen. 

Studie van de voorbereidende werken van de Wet van 21 juni 2006 tot wijziging van een aantal bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de balie en de tuchtprocedure voor haar leden, die voor het eerst eerherstel toestaat, brengt geen antwoord op die vraag. 

In de Memorie van Toelichting wordt in dat opzicht enkel bepaald: “Al deze maatregelen brengen natuurlijk de doorhaling van de vermeldingen en publicaties van de straffen, zoals bepaald in artikel 12 van het voorstel, mee”.  

Hoe die doorhaling in de praktijk moet plaatsvinden wordt niet verduidelijkt. 

- De idee van “herstel in ere” - register vs. eigen dossier 

Het idee achter het gegeven van een “herstel in ere” betekent m.i. dat in het register, bedoeld in art. 461§1 Ger.W. als het ware geen spoor van de eerder opgelegde schorsing(en) meer mag worden teruggevonden. 

Het eerherstel is immers net bedoeld om een kans te krijgen om (minstens naar de buitenwereld toe) als het ware met een propere lei te beginnen. 

De vergelijking kan worden gemaakt met het opzet en de uitwerking van het verzoek tot eerherstel in strafzaken.  

Dat strekt er ook toe om aan welbepaalde derden voor welbepaalde doeleinden een blanco uittreksel van het strafregister te kunnen voorleggen. 

Dit impliceert m.i. echter niet dat de initiële schorsing ook volledig uit het eigen dossier van de advocaat moet/mag verdwijnen.  

De eerder opgelopen sanctie(s) van schorsing blijf(t)(ven) – ondanks het verleende eerherstel - immers relevant als gegeven op zich voor de ordinale overheden, die kennis moeten hebben van de relevante antecedenten van de betrokkene. Zo kan gedacht worden aan een zij het misschien louter hypothetische situatie waarbij een advocaat gedurende zijn carrière bv. om de 8 jaar opeenvolgend telkens een schorsing oploopt en een eerherstel krijgt. Het kan niet de bedoeling zijn dat over tuchtinbreuken die tot een schorsing leiden telkens opnieuw wordt geoordeeld alsof het voor die advocaat de eerste keer is.  

Ook in strafzaken leidt een eerherstel niet tot het volledig verdwijnen van de eerder opgelopen veroordelingen. Ondanks een bekomen eerherstel zal de strafrechter, wanneer een beklaagde zich voor nieuwe feiten moet verantwoorden, de initiële veroordeling wel degelijk nog op het strafregister zien staan, ondanks het bekomen eerherstel. 

Uiteraard mag de strafrechter met de eerdere veroordeling(en) waarvoor eerherstel werd verleend, geen rekening gehouden bij het beoordelen van een eventuele staat van wettelijke herhaling (voor zover dat zelfs zou kunnen qua timing wat niet het geval is nu er een wachttijd is voor het aanvragen van eerherstel, die in de praktijk langer is dan de termijn voor wettelijke herhaling), maar de strafrechter zal wel weet hebben van het bestaan van enerzijds de veroordeling en anderzijds het eerherstel. 

Ook in tuchtzaken mag de schorsing waarvoor eerherstel is bekomen geen grond meer vormen om op basis van art. 460 eerste lid Ger.W. geschrapt te worden. 

In tuchtzaken kan het register dus als het ware worden aanzien als al dan niet “blanco strafregister” naar derden/de buitenwereld toe, maar blijft de vermelding van enerzijds de schorsing (of schrapping) en anderzijds het bekomen eerherstel in het eigen dossier van de advocaat wel een bron van nuttige feitelijke informatie voor de ordinale overheden. 

Ten overvloede kan worden opgemerkt dat anders oordelen (met name het na het eerherstel wél volledig verwijderen van de schorsing uit het dossier van de advocaat) zou betekenen dat in dat geval niet alleen de initiële schorsing, maar ook het eerherstel zelf ook meteen uit het dossier zou moeten verdwijnen. Uit het enkele gegeven dat een advocaat eerherstel heeft gekregen, blijkt immers op zich reeds dat hij ooit een schorsing heeft opgelopen.  

In het licht van het bovenstaande komt het mij dan ook voor dat het register zodanig moet worden aangepast dat de schorsing niet meer te zien is, terwijl alle gegevens wel bewaard blijven in het eigen dossier van de advocaat.  

Voorbehoud voor toekomstige wijzigingen aan de nu bestaande wettelijke regeling wordt hier uitdrukkelijk gemaakt. 

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 371

Meer lezen

Advies 781

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen