Deontologie-advies Advies 758
Een verboden maatschap of vennootschap met – naast advocaten – ook een niet-advocaat als aandeelhouder en met als voorwerp “het beoefenen van de activiteit van advocaat” wordt niet plots wél toegestaan omdat ze in de praktijk – anders dan wat haar statuten zeggen - dan toch geen advocatenactiviteiten zou beoefenen.
Een verboden structuur kan niet gedoogd worden enkel omdat men zegt dat zij niet gebruikt wordt, zoals de juridische realiteit ervan nochtans wel doet veronderstellen.
Het voorwerp van de commanditaire vennootschap zou dus minstens moeten worden aangepast als de echtgenote (stille) vennoot van de commanditaire vennootschap blijft.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
De vraag betreft het aandeelhouderschap van de echtgenote (niet-advocaat) in een commanditaire vennootschap van een advocaat.
Naar aanleiding van de controle op de statuten van de Limburgse advocaten bestaan er binnen uw balie uiteenlopende visies op de volgende situatie.
In een commanditaire vennootschap van een lid van uw balie, die als voorwerp heeft “het uitoefenen van het beroep advocaat”, is de echtgenote van de advocaat, die zelf geen advocaat is, stille vennoot.
Volgens de advocaat beoefent die commanditaire vennootschap geen advocatenactiviteiten. De commanditaire vennootschap zou enkel de functie van managementvennootschap hebben. Zij factureert maandelijks aan een (andere) advocatenvennootschap, die dus de activiteit van advocaat beoefent en in de welke enkel advocaten aandeelhouder zijn.
Volgens de controleur van de statuten van balie Limburg is deze constructie niet in overeenstemming met de deontologie. Ofwel moet de echtgenote vervangen worden door een andere vennoot, die wel advocaat is; ofwel moet het voorwerp van de commanditaire vennootschap worden gewijzigd. De controleur verwijst naar de adviezen 366, 419 en 573.
Uzelf bent van mening dat er zich deontologisch geen probleem stelt omdat met de opgebouwde structuur wel degelijk het doel, zijnde het waarborgen van de onafhankelijkheid van de advocaat, wordt bereikt.
Ik verleen u volgend advies.
Advies
De commanditaire vennootschap (CommV) is een maatschap, die bestaat uit één of meer beherende vennoten die onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap en anderzijds nog één of meer vennoten die zich beperken tot inbreng in geld of in natura en die niet deelnemen aan het beheer, de commanditaire of stille vennoten genoemd.
Krachtens artikel 4:25. § 1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen mag een commanditaire vennoot geen enkele daad van bestuur verrichten, zelfs niet krachtens een volmacht.
De echtgenote van de advocaat in kwestie zou dus geen enkele invloed hebben op het bestuur.
Dat volstaat evenwel niet voor de garantie van de onafhankelijkheid.
Zoals in advies nr. 573 gesteld, betreft deze aangelegenheid niet zozeer de vraag naar de samenwerking tussen advocaten en niet-advocaten, maar wel naar de inbreng van kapitaal door een niet-advocaat.
De inbreng van vreemd kapitaal is volgens de thans geldende reglementering (met name Afdeling V.1.1 ‘Samenwerkingsverbanden tussen advocaten’) verboden.
De advocaat argumenteert dat er zich nochtans geen probleem zou stellen omdat de commanditaire vennootschap in feite geen advocatenactiviteiten zou beoefenen; de CommV zou enkel als managementvennootschap fungeren. Ze factureert maandelijks aan een andere (werkings)vennootschap, die wel de advocatenactiviteiten beoefent en die alleen advocaten als aandeelhouder heeft.
Uit uw brief leid ik af dat de commanditaire vennootschap waarin de echtgenote/niet-advocaat stille vennootschap en minderheidsaandeelhouder is, nochtans als voorwerp heeft: “het uitoefenen van het beroep advocaat”.
Hiermee geeft de advocaat dus aan dat de juridische werkelijkheid niet overeenstemt met de feitelijke realiteit.
In die omstandigheden deel ik de visie van uw controleur.
Immers, een verboden maatschap of vennootschap met – naast advocaten – ook een niet-advocaat als aandeelhouder en met als voorwerp “het beoefenen van de activiteit van advocaat” wordt niet plots wél toegestaan omdat ze in de praktijk – anders dan wat haar statuten zeggen - dan toch geen advocatenactiviteiten zou beoefenen.
Een verboden structuur kan niet gedoogd worden enkel omdat men zegt dat zij niet gebruikt wordt, zoals de juridische realiteit ervan nochtans wel doet veronderstellen.
Het maatschappelijk doel van een vennootschap moet het juridische spiegelbeeld zijn van de effectieve economische activiteit van de vennootschap.
Het voorwerp van de commanditaire vennootschap zou dus minstens moeten worden aangepast als de echtgenote (stille) vennoot van de commanditaire vennootschap blijft.
Bijkomend merk ik evenwel op dat de advocaat via de CommV zijn prestaties factureert aan de andere vennootschap (de zo genaamde uitbatingsvennootschap). Deze gefactureerde prestaties betreffen noodzakelijk diensten verleend als advocaat, wat andermaal met zich brengt dat het maatschappelijk kapitaal van die vennootschap enkel in handen mag zijn van advocaten.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering