Deontologie-advies Advies 765
Het verbod op vreemd kapitaal (zie onder meer art. 172.5.b CDA) is er ter bestendiging van het beroepsgeheim en de onafhankelijkheid van de advocaat, welke kernwaarden van openbare orde zijn. Aan de voormelde principes afbreuk doen louter om redenen van successieplanning, kan dan ook niet worden aanvaard.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een advocaat van uw balie heeft een ontwerp van statutenwijziging voorgelegd waarbij deze, in het kader van successieplanning, de intentie heeft om de blote eigendom van de aandelen van zijn advocatenvennootschap te schenken aan zijn kinderen, met behoud van het vruchtgebruik.
De advocaat zou ook bestuurder blijven.
Ik verleen u volgend advies.
Advies
Uw stafhouder heeft negatief geadviseerd, doch de betrokken advocaat volhardt en meent dat het verbod op vreemd kapitaal strijdig zou zijn met zijn persoonlijke rechten en vrijheden.
In het door u reeds geciteerde arrest Halmer (HvJ 19 december 2024) heeft de Grote Kamer van het Europees Hof onder meer duidelijk geoordeeld (randnummer 70) dat het doel van een financiële investeerder beperkt is tot het nastreven van winst, terwijl advocaten hun activiteiten niet met een zuiver economisch doel uitoefenen, maar beroeps- en gedragsregels in acht moeten nemen.
Het verbod op vreemd kapitaal (zie onder meer art. 172.5.b CDA) is er ter bestendiging van het beroepsgeheim en de onafhankelijkheid van de advocaat, welke kernwaarden van openbare orde zijn.
Aan de voormelde principes afbreuk doen louter om redenen van successieplanning, kan dan ook niet worden aanvaard.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering