Deontologie-advies Advies 748
Het recht op gegevenswissing in de AVG geeft in bepaalde omstandigheden (opgelijst in de AVG) het recht op een integrale wissing van persoonsgegevens. De advocaat, die niet bereid is om vrijwillig de informatie over een gewezen cliënt van zijn website te verwijderen, gedraagt zich niet waardig, rechtschapen en kies ten opzichte van zijn voormalig cliënt. Artikel 86 van de Codex Deontologie Advocaten bepaalt overigens dat, tenzij het beroepsgeheim van een advocaat of de regelgeving die verband houdt met de gegevensbescherming zich ertegen verzet, de advocaat in zijn publiciteit gewag maken van de aard, de omvang en het resultaat van de dossiers die hij behandelde of die hij behandelt, dit doet zonder vermelding van de naam van de cliënt, tenzij die laatste zich hiermee specifiek akkoord verklaart.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Arthur Ockerman
Vraag
Een voormalige cliënt van een advocaat verblijft in de gevangenis wegens moord. Niettegenstaande de feiten en de uitspraak dateren van bijna 10 jaar geleden, vermeldt de advocaat deze procedure nog op zijn website. De veroordeelde vraagt zich af of de advocaat hier mag naar blijven verwijzen gezien het recht op vergetelheid. Uiteraard zijn de filmpjes, krantenartikelen en foto’s ook beschikbaar op het internet. De advocaat is verzocht deze vrijwillig te willen verwijderen maar gezien hij niet bereid is om hieraan vrijwillig gevolg te geven, verzoekt u mij u hierin te adviseren.
Drie vragen staan centraal:
- Heeft de betrokken veroordeelde voormalige cliënt een recht op gegevenswissing?
- Was de originele gegevensverwerking rechtmatig?
- Komt de advocaat tekort in zijn deontologische verplichtingen?
Ik verleen u volgend advies.
Advies
1 Recht op gegevenswissing?
Het recht op gegevenswissing in de AVG geeft de betrokkenen in bepaalde omstandigheden (opgelijst in de AVG) het recht op een integrale wissing van hun persoonsgegevens. In die omstandigheden geldt een verplichting voor de onderneming om de persoonsgevens te wissen. Gezien de verregaande implicaties van dit recht, geldt dit slechts in de omstandigheden die uitdrukkelijk worden opgelijst in de AVG. Het betreft doorgaans omstandigheden waarbij de verwerking van persoonsgegevens onrechtmatig is of intussen onrechtmatig is geworden. Eén daarvan is de omstandigheid dat de persoonsgegevens ab initio al onrechtmatig werden verwerkt (zie punt 2). Een andere is de omstandigheid dat de betrokkene bezwaar uitoefent tegen een verwerking van zijn gegevens (zie punt 3.)
2 (On)Rechtmatigheid van de originele verwerking?
Of een gegevensverwerking al dan niet rechtmatig is wordt beoordeeld aan de hand van artikel 6 van de AVG:
(a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;
Betrokkene heeft in casu geen toestemming verleend.
(b) de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen;
De verwerking is niet noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is.
(c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
De verwerking is niet noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de advocaat rust.
(d) de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen;
De advocaat zou kunnen menen dat de verwerking noodzakelijk is om andere natuurlijke personen te beschermen, door hen te waarschuwen voor een veroordeeld moordenaar, maar een vermelding op de website van de advocaat lijkt niet noodzakelijk noch proportioneel tot dit doel. Het valt te betwijfelen of de advocaat op zijn website het grote publiek bereikt. Bovendien vervult een advocaat sowieso geen journalistieke functie.
(e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;
Opnieuw lijkt de verwerking niet noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang.
(f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.
Ook hier lijkt geen gerechtvaardigd belang voorhanden te zijn. Als wordt geredeneerd dat het gerechtvaardigd belang van de advocaat zijn financieel belang is, moet men nog altijd rekening houden met de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokken voormalig cliënt. Privacy is zeker en vast een grondrecht. De gegevensverwerking van de advocaat is daarom mogelijk in se al onrechtmatig. Aldus heeft de voormalige cliënt recht op gegevenswissing.
3. Bezwaar door de betrokkene
Een andere omstandigheid waar een verplichting geldt voor de advocaat om de persoonsgegevens te wissen is de situatie wanneer de betrokkene een recht van bezwaar uitoefent tegen de verwerking en de advocaat geen dwingende rechtvaardigingsgronden kan inroepen voor de verwerking. De AVG kent de betrokkene een recht toe om zich te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens op basis van een algemeen belang of een gerechtvaardigd belang (zoals zijn privacy).
De advocaat moet een reëel en doeltreffend recht van bezwaar aanbieden aan de betrokkene. Volgens de GBA kunnen ondernemingen bij gebrek daaraan bovendien geen beroep doen op de rechtsgrond gerechtvaardigd belang. Het niet (correct) beantwoorden van een recht van bezwaar houdt een inbreuk in op artikel 21 AVG. De betrokkene moet wel zijn verzoek motiveren. Hij kan daarbij zijn privacy en proportionaliteit aanhalen.
Het is weliswaar publiek geweten dat hij veroordeeld is (de filmpjes, krantenartikelen en foto’s zijn ook elders beschikbaar op het internet). Het is echter niet omdat elders de gegevens wel rechtmatig verwerkt worden, dat dezelfde verwerking door de advocaat automatisch ook rechtmatig is. Deze redenering zou niet in lijn zijn met het principe van dataminimalisatie in de AVG, dat inhoudt dat organisaties alleen persoonlijke gegevens mogen verzamelen, verwerken en bewaren die strikt noodzakelijk zijn voor het beoogde doel.
4. Deontologische verplichtingen van de advocaat
Om voorgaande redenen en gezien de advocaat niet bereid is om vrijwillig de informatie op zijn website te verwijderen lijkt de advocaat zich ook niet waardig, rechtschapen, en kies te gedragen ten opzichte van zijn voormalig cliënt. Artikel 86 van de Codex Deontologie Advocaten bepaalt overigens dat, tenzij het beroepsgeheim van een advocaat of de regelgeving die verband houdt met de gegevensbescherming zich ertegen verzet, de advocaat in zijn publiciteit gewag maken van de aard, de omvang en het resultaat van de dossiers die hij behandelde of die hij behandelt, dit doet zonder vermelding van de naam van de cliënt, tenzij die laatste zich hiermee specifiek akkoord verklaart.
In casu is de cliënt expliciet niet akkoord. Het komt ons dan ook voor dat de advocaat ook op deontologische gronden het verzoek dient in te willigen om de persoonlijke informatie van zijn cliënt te verwijderen van zijn website. Ook voor alle andere beeldfragmenten behoeft de advocaat overigens de uitdrukkelijke toestemming van zijn (gewezen) cliënten.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering