Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

777 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 777 items op pagina 25 van de 65.
maandag 27 oktober 2014

Advies 501

Of de bewindvoerder kan optreden in een procedure voor zijn pupil in de hoedanigheid van advocaat, is afhankelijk van de concrete situatie en van de procedure in kwestie. Het is uit den boze om een procedure te voeren waarin de beoordeling van een beslissing van de bewindvoerder zelf aan de orde is. Andere procedures waarbij zich geen tegenstrijdige belangen manifesteren, maar die dermate ingrijpend kunnen zijn voor de pupil, lijken ook uitgesloten. Er bestaat in principe geen bezwaar tegen dat een advocaat optreedt voor de pupil in een kleinere zaak - de advocaat van de pupil zal ten allen tijde onafhankelijk zijn en in zijn verdediging van de pupil niet gehinderd worden door zijn gerechtelijk mandaat.

Meer lezen
maandag 27 oktober 2014

Advies 498

Telefonisch juridisch advies wordt verleend zonder dat de advocaat zekerheid heeft over de identiteit van de persoon die hij te woord staat. De advocaat moet zich hiervan vergewissen omdat hij geen advies mag verstrekken aan twee partijen met tegengestelde belangen - aan de telefoon en gedurende een veelheid van gesprekken is het de advocaat niet mogelijk om tijdens het korte tijdsbestek een inhoudelijk ernstig advies te verlenen - vermoedelijk voldoet overigens een dergelijke wijze van consult evenmin aan de BTW-verplichtingen van de advocaat.

Meer lezen
maandag 27 oktober 2014

Advies 497

De vertrouwelijkheid van de briefwisseling tussen vakbondsafgevaardigden en de advocaat van de onderneming is geenszins de regel, maar kan wel afgesproken worden met de betrokken vakbondsafgevaardigden - deze confidentialiteit kan niet worden opgelegd in een reglement. De advocaten zijn gebonden door reglementen, de vakbonden niet.



Meer lezen
maandag 27 oktober 2014

Advies 502

Een onderzoeksrechter mag een advocaat niet vragen zelf brieven of mails te komen overhandigen zonder dat de stafhouder of een door hem aangewezen lid van de raad van de Orde toezicht kan houden over de documenten en stuk voor stuk zijn commentaar hierover kan geven. De commentaar in verband met het beroepsgeheim moet genotuleerd worden door de onderzoeksrechter en in beginsel moeten de stukken vallend onder het beroepsgeheim onder gesloten omslag worden gestoken om rechterlijke instantie hierover afzonderlijk te laten beslissen.

Een ereloonnota valt in de regel onder het beroepsgeheim. Mailverkeer kent eenzelfde statuut als de briefwisseling. Wanneer cliënt en derden samen bestemmeling zouden zijn, dan is het niet uitgesloten dat dergelijke mails niet onder het beroepsgeheim vallen, maar mailverkeer van de advocaat naar de cliënt valt onder het beroepsgeheim evenals in beginsel het omgekeerde.

Meer lezen
dinsdag 07 oktober 2014

Advies 493

Advocaten zijn werkzaam voor de administratie geremunereerd op basis een abonnement. Een eenzijdige verbintenis van de overheid om t.a.v. de advocaten een bijkomend ereloon te voorzien bestaande in een fractie van de rechtsplegingvergoeding in geval de zaak voor de overheid een gunstige afloop kent, is toegestaan.

Meer lezen
donderdag 02 oktober 2014

Advies 496

Een door de cliënt voorgebrachte bandopname kan in aanmerking worden genomen bij de behandeling van de discussie over het ereloon, ook al was de advocaat onwetend over de geluidsopname tijdens het gesprek – het is voor een advocaat verboden zijn honoraria niet officieel te ontvangen. Een advocaat behoort zoals iedere burger zijn inkomsten aan de fiscale overheid kenbaar te maken en mag dan ook niet over niet-officiële inkomsten beschikken. Een advocaat kan bovendien niet ontkennen bepaalde geldsommen die de tegenprestatie zijn voor gepresteerde diensten of een voorschot daarop, niet te hebben ontvangen ook al zou hij deze geldsommen op een niet-correcte fiscale wijze hebben verwerkt – de financiële relatie tussen een advocaat en zijn cliënt is niet gedekt door het beroepsgeheim van de advocaat.


Meer lezen
vrijdag 05 september 2014

Advies 481

Bij het beoordelen van de vraag of bepaalde informatie onder het beroepsgeheim van de advocaat valt, is het van belang te weten of die informatie vernomen werd in het kader van zijn beroepsactiviteit en in zijn hoedanigheid van advocaat.


Meer lezen
vrijdag 01 augustus 2014

Advies 485

Er is voor de stafhouder in principe geen beletsel om een ander kantoor te hebben aan een andere balie. Hij moet er wel voor waken dat hij voldoende beschikbaar is in het gerechtsgebouw en op zijn batonnaat.



Meer lezen
vrijdag 01 augustus 2014

Advies 489

1. De artikelen 2 en 3 van het OVB-reglement van 22 januari 2003 inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten werden vernietigd door het Hof van Cassatie. Dit betekent dat in principe een samenwerkingsverband met niet-advocaten wel mogelijk is, op voorwaarde dat de vereisten van artikel 1 van het reglement nageleefd worden.

2. De bepaling in de overeenkomst “bij voorkeur te werken in onderaanneming” kan de toets van de onafhankelijkheid niet doorstaan - de onafhankelijkheid brengt tevens met zich mee dat de advocaat en de niet-advocaat onder geen enkele vorm erelonen kunnen delen.

3. De clausule “Zij zijn elk gehouden tot strikte confidentialiteit met betrekking tot alle dossiers waarin wordt samengewerkt.” volstaat niet. Ook binnen de “samenwerking” moet er voorzien zijn dat niet-advocaten geen toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens en vertrouwelijke briefwisseling tussen advocaten of met anderen. De advocaat moet er ook op toezien dat de niet-advocaat bij cliënten de indruk wekt dat hij mee zou genieten van het beroepsgeheim van de advocaat.


Meer lezen
woensdag 30 juli 2014

Advies 483

Het is weinig kies en waardig voor een advocaat om in zijn eigen zaak op te treden. Hij kan alleszins niet optreden in zijn eigen zaak ‘als advocaat’, wegens gebrek aan onafhankelijkheid. Het zijn de deontologische beginselen van waardigheid en kiesheid die aan de grondslag liggen van het ‘verbod’ voor de advocaat om op te treden in een eigen zaak. Op basis van deze waarden kan de stafhouder het verbod opleggen, indien ‘de voorzichtigheid dit eist’ (artikel 473 Ger. W.).


Meer lezen
maandag 28 juli 2014

Advies 490

Hoewel het verhuren van advertentieruimte op een website van een advocaat niet wettelijk kan gekwalificeerd worden als een daad van koophandel, kan het wel beschouwd worden als “het drijven van handel” in de zin van artikel 437, eerste lid, 3° Ger. W. - als de advocaat op zijn website derden uitnodigt om publiciteit te maken op zijn website omtrent hun producten of diensten, dan is dit geen eenmalige activiteit. Er zullen immers wellicht meerdere overeenkomsten gesloten worden. Bovendien gaat mogelijk het aanbieden van advertentieruimte op een website in tegen de basisprincipes van de waardigheid en de kiesheid. De appreciatie hiervan komt de stafhouder/ de raad van de Orde toe. Verder kadert het verhuren van advertentieruimte niet binnen het algemeen mandaat van juridische bijstand en is het dus niet gelieerd aan een bijzondere procedure.



Meer lezen
vrijdag 25 juli 2014

Advies 491

1. Een advocaat werd aangezocht in het kader van een faillissementsprocedure voor de rechtbank van koophandel - artikel 5, § 1 en § 3, 1° van de witwaspreventiewet - bij het bepalen van de rechtspositie van de cliënt of wanneer de advocaat hem in of in verband met een rechtsgeding verdedigt of vertegenwoordigt, met inbegrip van advies in het licht van een dergelijke procedure en in het bijzonder over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, blijft de witwaspreventiewet weliswaar van toepassing, alleen zijn er uitzonderingen.
2. Voor de bestemming van de gelden op de derdenrekening van een advocaat wordt gewezen op artikel 2, § 6 van de wet van 21 december 2013 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de kwaliteitsrekening van advocaten betreft.

Meer lezen