Deontologie-advies Advies 485
Er is voor de stafhouder in principe geen beletsel om een ander kantoor te hebben aan een andere balie. Hij moet er wel voor waken dat hij voldoende beschikbaar is in het gerechtsgebouw en op zijn batonnaat.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
Een stafhouder vraagt of er een beletsel is dat een stafhouder een bijkantoor heeft aan een andere balie voor de uitoefening van zijn ambt.
Advies
Vooreerst merk ik op dat er geen wettelijk of reglementair verbod bestaat. Artikel 447 Ger. W. bepaalt:
“De stafhouder is het hoofd van de Orde.
(...)”
De stafhouder is, als primus inter pares, de draaischijf van de werking van de Orde, zowel op administratief, als op reglementair en disciplinair vlak. Hij heeft een groot takenpakket. Een overzicht hiervan te geven is in casu niet relevant. Het is wel van belang eraan te herinneren dat de stafhouder instaat voor de dagelijkse werking van de Orde. Zijn dagelijkse aanwezigheid in het gerechtsgebouw – zodat hij ter beschikking staat van de advocaten en cliënten – maakt van hem een onmiddellijk bereikbaar gezagsorgaan. Zo kunnen problemen snel opgelost worden in een gemeenschap van soms duizend of meer advocaten. (J. STEVENS, I. VANDEVELDE en J. VERBIST, Artikel en commentaar. Balie. Commentaar Boek III Ger. W., Mechelen, Kluwer, 2013, 197.)
Als primus inter pares is de stafhouder ook een gelijke van de andere advocaten.
Dit betekent onder meer dat hij, net zoals de andere advocaten, meerdere kantoren kan houden in één of meerdere gerechtelijke arrondissementen, in binnen- of buitenland en dat hij zich dient te conformeren aan de bepalingen van het reglement van 12 mei 2010 betreffende het houden van meerdere kantoren of vestigingen.
Een stafhouder in functie – zelfs als hij geen kantoor houdt in een ander arrondissement – is en blijft een advocaat en is onderworpen aan alle verplichtingen zoals elke advocaat (bijvoorbeeld het volgen van permanente vorming, betalen van baliebijdragen, naleven van de diverse reglementen enz.). Elke inbreuk en/of klacht tegen een stafhouder in functie zal aanleiding geven tot een onderzoek ofwel door de pro-stafhouder, ofwel door de vice-stafhouder, naargelang hoe het bepaald is in het reglement van de balie die de vervanging van de stafhouder regelt of door de wet (artikel 447 Ger W vervang sh)
Indien de stafhouder – die hier niet optreedt in zijn hoedanigheid van stafhouder, maar als advocaat - een conflict of een probleem heeft met (een) andere advoca(a)t(en), zal naargelang het reglement van de balie, de vice- of de pro-stafhouder tussenkomen (in plaats van ‘de stafhouder’). Bij uw balie zal dat de vice-stafhouder zijn, daar de artikelen 32 en 34 van het reglement van uw balie het volgende bepalen:
“Artikel 32. De stafhouder kan voor een specifieke zaak of voor een algemeen domein zijn bevoegdheid delegeren aan de vice-stafhouder, dan wel aan een lid van de raad van de orde.”
“Artikel 34. Hij [lees: de vice-stafhouder] vervangt de stafhouder zo hij verhinderd is en telkens hij erom verzoekt.”
Daar een stafhouder onderworpen is aan de reglementen zoals elke advocaat, maakt het weinig verschil uit of de stafhouder ook een ander kantoor heeft in een ander arrondissement. Ik begrijp wel dat het voor een stafhouder in functie gênant kan zijn een collega-stafhouder te controleren of zelfs in tucht te vervolgen. Een stafhouder kan in zijn eigen balie het voorwerp uitmaken van controle en/of desgevallend tuchtvervolging. Ik heb dan ook geen bezwaar dat een in functie zijnde stafhouder een kantoor heeft in een ander arrondissement en aldaar onder de bevoegdheid valt van een andere stafhouder.
Tot slot wijs ik u volledigheidshalve nog op artikel 456 Ger. W.:
“Bij de zetel van ieder hof van beroep wordt een tuchtraad ingesteld, die tot taak heeft de inbreuken op de eer van de Orde en op de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, die aan het beroep ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen, alsook de inbreuken op de reglementen te bestraffen, onverminderd de bevoegdheid van de rechtbanken, indien daartoe grond bestaat.
In het rechtsgebied van het hof van beroep van Brussel worden twee tuchtraden ingesteld, één voor de Nederlandstalige Ordes en één voor de Franstalige Ordes.
Deze tuchtraden zijn bevoegd voor de advocaten behorend tot de Ordes van het rechtsgebied van het betrokken hof van beroep.
Ten aanzien van de voorzitter, de kamervoorzitters, de assessoren en de plaatsvervangende assessoren, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de tuchtraad en de advocaten die lid zijn van de tuchtraad van beroep, en ten aanzien van de stafhouders en de leden van de raden van de Orde, behoort de tuchtrechtelijke procedure in eerste aanleg tot de bevoegdheid van de tuchtraad van een ander rechtsgebied, dat wordt aangewezen door de voorzitter van de tuchtraad van beroep. In dat geval wordt het tuchtrechtelijk onderzoek gevoerd door de stafhouder, of in voorkomend geval door de voorzitter van de tuchtraad van bedoeld rechtsgebied.” (eigen markering)
Het komt mij voor dat dit artikel restrictief dient geïnterpreteerd te worden en dat elke doorverwijzing geldt voor de stafhouder voor zover deze in zijn eigen arrondissement het voorwerp uitmaakt van een tuchtonderzoek. Een stafhouder die in een ander arrondissement een kantoor heeft dient gelijkgeschakeld te worden met de andere advocaten en is geen stafhouder in dit arrondissement. Voor zover de vastgestelde inbreuk ook betrekking heeft op zijn hoofdkantoor zal hij dienen doorverwezen te worden.
Besluitend meen ik dat er voor de stafhouder in principe geen beletsel is om een ander kantoor te hebben aan een andere balie. Hij moet er wel voor waken dat hij voldoende beschikbaar is in het gerechtsgebouw en op zijn batonnaat.
Edward Janssens
Bestuurder departement deontologie