Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

781 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 781 items op pagina 26 van de 66.
vrijdag 01 augustus 2014

Advies 489

1. De artikelen 2 en 3 van het OVB-reglement van 22 januari 2003 inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten werden vernietigd door het Hof van Cassatie. Dit betekent dat in principe een samenwerkingsverband met niet-advocaten wel mogelijk is, op voorwaarde dat de vereisten van artikel 1 van het reglement nageleefd worden.

2. De bepaling in de overeenkomst “bij voorkeur te werken in onderaanneming” kan de toets van de onafhankelijkheid niet doorstaan - de onafhankelijkheid brengt tevens met zich mee dat de advocaat en de niet-advocaat onder geen enkele vorm erelonen kunnen delen.

3. De clausule “Zij zijn elk gehouden tot strikte confidentialiteit met betrekking tot alle dossiers waarin wordt samengewerkt.” volstaat niet. Ook binnen de “samenwerking” moet er voorzien zijn dat niet-advocaten geen toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens en vertrouwelijke briefwisseling tussen advocaten of met anderen. De advocaat moet er ook op toezien dat de niet-advocaat bij cliënten de indruk wekt dat hij mee zou genieten van het beroepsgeheim van de advocaat.


Meer lezen
woensdag 30 juli 2014

Advies 483

Het is weinig kies en waardig voor een advocaat om in zijn eigen zaak op te treden. Hij kan alleszins niet optreden in zijn eigen zaak ‘als advocaat’, wegens gebrek aan onafhankelijkheid. Het zijn de deontologische beginselen van waardigheid en kiesheid die aan de grondslag liggen van het ‘verbod’ voor de advocaat om op te treden in een eigen zaak. Op basis van deze waarden kan de stafhouder het verbod opleggen, indien ‘de voorzichtigheid dit eist’ (artikel 473 Ger. W.).


Meer lezen
maandag 28 juli 2014

Advies 490

Hoewel het verhuren van advertentieruimte op een website van een advocaat niet wettelijk kan gekwalificeerd worden als een daad van koophandel, kan het wel beschouwd worden als “het drijven van handel” in de zin van artikel 437, eerste lid, 3° Ger. W. - als de advocaat op zijn website derden uitnodigt om publiciteit te maken op zijn website omtrent hun producten of diensten, dan is dit geen eenmalige activiteit. Er zullen immers wellicht meerdere overeenkomsten gesloten worden. Bovendien gaat mogelijk het aanbieden van advertentieruimte op een website in tegen de basisprincipes van de waardigheid en de kiesheid. De appreciatie hiervan komt de stafhouder/ de raad van de Orde toe. Verder kadert het verhuren van advertentieruimte niet binnen het algemeen mandaat van juridische bijstand en is het dus niet gelieerd aan een bijzondere procedure.



Meer lezen
vrijdag 25 juli 2014

Advies 491

1. Een advocaat werd aangezocht in het kader van een faillissementsprocedure voor de rechtbank van koophandel - artikel 5, § 1 en § 3, 1° van de witwaspreventiewet - bij het bepalen van de rechtspositie van de cliënt of wanneer de advocaat hem in of in verband met een rechtsgeding verdedigt of vertegenwoordigt, met inbegrip van advies in het licht van een dergelijke procedure en in het bijzonder over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, blijft de witwaspreventiewet weliswaar van toepassing, alleen zijn er uitzonderingen.
2. Voor de bestemming van de gelden op de derdenrekening van een advocaat wordt gewezen op artikel 2, § 6 van de wet van 21 december 2013 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de kwaliteitsrekening van advocaten betreft.

Meer lezen
woensdag 23 juli 2014

Advies 487

De vraag rijst of de advocaat een aparte brief moet versturen naar zijn confrater met de mededeling dat hij haar gerechtsdeurwaarder instructie tot betekening heeft gegeven. Een advocaat heeft duidelijk in zijn brief van 19.11.2013 geschreven dat er een mogelijkheid was tot onderhandeling, maar dat hij bij gebreke aan akkoord op het einde van de maand zou overgaan tot betekening. Zijn tegenstrever kon zijn cliënt vragen om een regelingsvoorstel te doen of om hem te berichten zodra het vonnis betekend was. Hij diende hierbij extra voorzichtig te zijn en zijn cliënt erop te wijzen dat een mogelijke betekening kort nabij was, waardoor de beroepstermijn begint te lopen - hoewel de advocaat zijn confrater best in kennis stelde van de (opdracht tot) betekening, lijkt de ‘sanctie’ van het verzaken aan het voordeel van de betekening in casu buiten proportie. De advocaat kon immers weten dat eind november – begin december 2013 het vonnis zou betekend worden bij gebreke aan reactie van zijnentwege.

Meer lezen
woensdag 23 juli 2014

Advies 484

1. Het beroepsgeheim van de advocaat strekt zich onder meer uit tot de briefwisseling van de cliënt aan de advocaat, van de advocaat aan de cliënt of van de advocaat aan zijn confrater of aan zijn correspondent en dit ter verdediging van zijn cliënt in zoverre deze briefwisseling de vertrouwelijke mededelingen en de geheimen van zijn cliënt bevat. Er is geen enkele reden om elektronische briefwisseling uit te sluiten van de bescherming van het beroepsgeheim van de advocaat. Het beroepsgeheim omvat immers alle geheimen die de advocaat verneemt van zijn cliënt of die hij vaststelt in uitvoering van zijn opdracht. De wijze waarop (mondeling, per brief, per e-mail,…) hij kennis krijgt van deze vertrouwelijke informatie is van geen belang.

2. Stukken (e-mails met briefwisseling) meegenomen door de BBI zijn beschermd door het beroepsgeheim van de advocaat, ook al bevinden ze zich in de lokalen van de cliënt. De fiscus dient zich zeer zeker te houden aan het beroepsgeheim van de advocaat en kan aldus niet de briefwisseling tussen de cliënt en de advocaat meenemen. Indien de stafhouder of desgevallend de onderzoeksrechter vaststelt dat de advocaat helpt bij het begaan van een misdrijf door de cliënt, is er geen sprake van beroepsgeheim.

De fiscus is zelf gehouden om mogelijks vertrouwelijke stukken (ongelezen) in een verzegelde envelop te steken en in afwachting van het verdere onderzoek aan de stafhouder te overhandigen, veeleer dan aan de cliënt of de advocaat.

Wanneer de (fiscale) administratie toch vertrouwelijke briefwisseling (e-mails) meeneemt tijdens een fiscale huiszoeking, dient zij de afgeprinte vertrouwelijk e-mails in een verzegelde envelop te steken en over te maken aan de stafhouder en/of dienen de stukken/brieven door de stafhouder of zijn vertegenwoordiger te worden onderzocht. Deze zal elke brief (tevens de aangehechte stukken) van een advocaat aan de cliënt en vice versa uit het administratief dossier moeten halen. Ook elektronische bestanden moeten gezuiverd worden (mogelijks zullen de stukken onleesbaar moeten worden gemaakt). De eventuele vertrouwelijke bestanden moeten wel onherroepelijk verwijderd worden uit de elektronische drager die in het bezit blijft van de Administratie en dit in aanwezigheid van de stafhouder of zijn vertegenwoordiger.


Meer lezen
dinsdag 22 juli 2014

Advies 492

Er is geen beletsel is om een advocaat als stille vennoot toe te laten tot de commerciële gewone commanditaire vennootschap waarin haar partner zaakvoerder zal zijn en haar bijdrage zich slechts beperkt tot een financiële inbreng.



Meer lezen
woensdag 11 juni 2014

Advies 486

Een advocaat-bemiddelaar werd geraadpleegd door uit de echt gescheiden partners die door bemiddeling de vereffening-verdeling wensten opgelost te zien. Hij heeft, al dan niet op de hoogte, de advocaat die optrad voor één van de partijen, niet verwittigd. De advocaat-bemiddelaar moest de advocaat van de partij(en) verwittigen. Het gaat hier niet om opvolging.

Meer lezen
dinsdag 10 juni 2014

Advies 488

De vraag rijst of artikel 6 van het reglement confraterniteit al dan niet in overeenstemming is met artikel 1139 BW. Artikel 6 van het reglement confraterniteit verbiedt het rechtstreeks contact van de advocaat met een partij, van wie hij weet dat deze in die zaak wordt bijgestaan door een advocaat, tenzij die advocaat uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven en op voorwaarde dat deze laatste op de hoogte wordt gehouden - in casu had de ingebrekestelling ook kunnen uitgaan van de cliënten zelf van mr. X aan de cliënten van mr. Y. Artikel 1139 van het Burgerlijk Wetboek doet hieraan geen afbreuk. Voor een ingebrekestelling in de zin van artikel 1139 BW is een aanmaning vereist of een ‘daarmee gelijkgestelde akte’. Onder ‘aanmaning’ wordt traditioneel een gerechtsdeurwaardersexploot begrepen Een beslag, dagvaarding of verzoek tot minnelijke schikking vormen in elk geval een ‘daarmee gelijkgestelde akte’. Ook de neerlegging van conclusies, het instellen van een beroep tegen de administratieve beslissingen, enz. … worden aanvaard als ‘daarmee gelijkgestelde aktes’. De rechtspraak is zich minder formalistisch gaan opstellen en aanvaardt thans dat de debiteur in gebreke kan gesteld worden zonder enige formaliteit, op voorwaarde dat de wil van de schuldeisers voldoende duidelijk en ondubbelzinnig tot uiting komt.

Meer lezen
woensdag 14 mei 2014

Advies 482

Een Belgisch advocaat vraagt of hij zijn beroep als advocaat kan uitoefenen als lid van een associatie, bestaande uit twee vennootschappen: één naar Belgisch recht voor de activiteiten in België en één naar Slovaaks recht voor de activiteiten in Bratislava. Het gaat hier om één associatie met een vestiging in België en een vestiging in het buitenland. Dit is conform artikel 2 van het reglement betreffende het houden van meerdere kantoren of vestigingen, toegestaan. In de Slovaakse vestiging dient wel minstens één lid van het samenwerkingsverband kantoor te houden – toepassing van Richtlijn 98/5/EG van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven.

Meer lezen
maandag 03 februari 2014

Advies 480

Een advocaat oordeelde dat zij de elementen en gegevens vervat in haar brief conform het reglement opvolging diende mee te delen aan haar opvolger. Dergelijke mededeling is strikt vertrouwelijk, zoniet kan de opgevolgde advocaat buiten het overmaken van stukken niets toevertrouwen aan zijn opvolger. Het ligt voor de hand dat de opgevolgde advocaat zijn opvolger moet inlichten over alle aspecten van de zaak. Dit dient dan ook in vertrouwen te geschieden. Daarnaast kan de kwestieuze brief zaken bevatten die gedekt zijn door het beroepsgeheim. Het zuiveren van een brief van elementen die gedekt zijn door het beroepsgeheim is niet opportuun. Een brief dient in zijn geheel te worden bekeken. Elementen uit een brief halen kan de inhoud van de brief “vervormen”.

Meer lezen
vrijdag 27 december 2013

Advies 475

De tegenpartij van een cliënt heeft geen raadsman en vraagt advies. De advocaat is verplicht de tegenpartij er nadrukkelijk op te wijzen dat hij alleen als de raadsman van zijn eigen cliënt optreedt. De advocaat moet in dergelijke contacten loyaal optreden, doch hij levert geen juridische bijstand aan die andere partij(en) en is derhalve ten aanzien van die partijen niet tot een voorlichtings- of adviestaak gehouden. De contacten beletten geenszins dat de advocaat ten aanzien van die partijen in rechte kan optreden en tussengekomen rechterlijke beslissingen kan laten uitvoeren.
Indien de tegenpartij in een hangende zaak een advocaat heeft aangesteld zal de briefwisseling moeten lopen tussen de raadslieden en zal de advocaat die rechtstreeks wordt aangeschreven, de advocaat van de tegenpartij verzoeken zijn cliënt te vragen geen rechtstreekse brieven meer te richten aan de tegenpartij.

Meer lezen