Advies 479
Een advocaat heeft geen afrekening bezorgd aan zijn tegenstrever vooraleer over te gaan tot betekening van de gerechtelijke beslissing. Hij heeft evenmin kennis gegeven van het feit dat hij opdracht heeft gegeven om de gerechtelijke beslissing te laten betekenen. Inbreuken op het reglement confraterniteit - de vraag rijst of de kosten van het exploot van het betekening-bevel ten laste moeten blijven van die advocaat. Om te kunnen overgaan tot kantonnement dient de schuldenaar niet te wachten tot er effectief beslag wordt gelegd. Reeds bij nakend beslag kan hij kantonneren. Derhalve wordt voorgehouden dat de kosten van het betekening-bevelexploot alleszins noodzakelijk waren ingeval van gerechtelijk kantonnement. Indien de advocaat een afrekening had gestuurd, had de tegenpartij de mogelijkheid om ofwel het vonnis vrijwillig uit te voeren, ofwel een minnelijk kantonnement voor te stellen, ofwel een gerechtelijk kantonnement voor te stellen. Enkel in het derde geval was de tegenpartij gehouden tot betaling van de kosten van het betekening-bevel exploot. Daar geen afrekening werd verzonden heeft de tegenpartij een kans verloren. Het verlies van de kans wordt begroot op de helft van de betekeningskosten en is ten laste van de advocaat.
Advies 476
De vraag rijst of het beheren van gelden van een cliënt tevens een taak is van de advocaat.
1. Een advocaat kan buiten zijn mandaat ad litem en de gerechtelijke mandaten, ook bijzondere gemeenrechtelijke mandaten van zijn cliënten ontvangen. Hij is dan als gewoon lasthebber onderworpen aan de regels van de advocatuur, althans voor zover hij dit bijzonder mandaat uitoefent in het kader van zijn beroepsactiviteit als advocaat
2. Indien het uitsluitend gaat om het beheer van gelden, gaat het om een activiteit die verbonden is met de uitoefening van een burgerlijk beroep (advocatuur). In dat geval verliest deze activiteit zijn commercieel karakter en is het niet onverenigbaar met het beroep van advocaat. Indien tevens het bewaren en beheren van waarden, effecten, aandelen en stukken worden geregeld, verliest deze activiteit zijn commercieel karakter niet en is het derhalve verboden volgens artikel 437, 3° Ger. W.
3. De wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme is van toepassing (artikel 3, 5°).
Advies 478
Een advocaat kan geen brieven/stukken overhandigen aan de curator indien ze vertrouwelijk zijn of een confidentieel karakter hebben, met name: vertrouwelijke briefwisseling tussen raadslieden, briefwisseling met de cliënt, memories, notities van de advocaat over vertrouwelijke gesprekken met derden, tegenstrevers of tegenpartijen, gegevens uit strafdossiers, persoonlijkheidsdossiers, medische dossiers, alle stukken die de advocaat bekwam onder uitdrukkelijke of stilzwijgende voorwaarde ze ook tegenover zijn cliënt als vertrouwelijk te beschouwen.
De advocaat zou kunnen overwegen aan de curator wel de officiële briefwisseling over te maken.
Briefwisseling met een Nederlandse advocaat wordt– gelet op het grensoverschrijdend karakter - beheerst door artikel 5.3 van de Gedragscode voor de advocaten van de Europese gemeenschap van 18 oktober 1998 en gewijzigd op 28 november 1998, 6 december 2002 en 19 mei 2006.
Advies 477
De vermelding op briefpapier “in samenwerking met advocatenkantoor X” is mogelijkerwijze niet in overeenstemming is met artikel 5.4 van het reglement samenwerkingsverbanden, daar het bij het publiek de indruk zou kunnen wekken dat de advocaat werkzaam is binnen een associatie of groepering. Het publiek moet gemakkelijk kunnen achterhalen wie de leden zijn van het samenwerkingsverband en over welke vorm van samenwerkingsverband het gaat. Om alle misverstanden of verwarring te vermijden, kan best uitdrukkelijk vermeld worden dat de samenwerking de vorm aanneemt van een netwerk. Zo biedt de formulering “netwerk met advocatenkantoor X” enigszins meer duidelijkheid.
Advies 474
Uit de voorliggende briefwisseling blijkt dat er geenszins een akkoord is tot stand gekomen. Geen enkele voorliggende brief beantwoordt aan artikel 2.4 van het reglement betreffende het overleggen van briefwisseling tussen advocaten. De briefwisseling mag dan ook niet in rechte worden voorgelegd, zelfs niet om een deelaspect, waarover mogelijks een akkoord is tot stand gekomen, aan te tonen.
Advies 468
Artikel 428 Ger. W beschermt enkel de titel van ‘advocaat’. De Angelsaksische titel ‘attorney’ – die niet kan gelijkgesteld worden met die van ‘advocaat’ - geniet niet van een wettelijke bescherming in Europa, zodat in principe eenieder deze titel kan gebruiken zonder een strafrechtelijke inbreuk te plegen.
Advies 466
Hoewel er geen formeel verbod bestaat (in het OVB-reglement van 7 mei 2008 betreffende de stage, noch in een lokaal reglement) is het om redenen van onafhankelijkheid niet raadzaam om stage te doen bij een bloedverwant of zijn kantoorgenoot.
Advies 469
Uit artikel 437, lid 1, 1° Ger. W. blijkt dat het beroep van advocaat absoluut onverenigbaar is met dat van ambtenaar - bepalend voor het beroep van advocaat is de onafhankelijkheid, die getoetst moet worden enerzijds naar de cliënten toe (ook de cliënten van de stagemeester en de kantoorgenoten) en anderzijds naar de overheid zelf – het is delicaat als een advocaat, die ook staatsambtenaar is (zij het in loopbaanonderbreking) zou optreden tegen of zelfs voor de overheid. De advocaat dient zelfs elke mogelijkheid tot verwarring uit de weg te gaan.
Advies 471
De benaming ‘www.[bepaalde materie]...advocaten’ geeft de indruk dat alle advocaten die in deze materie bijstand verlenen te vinden zijn via deze website. Omdat de website automatisch doorverbindt naar de website van een advocaat kan de indruk gewekt worden dat alle [bepaalde materie]…advocaten aldus verenigd zijn in het kantoor van deze advocaat, wat niet het geval is. Deze handelswijze is deontologisch niet aanvaardbaar omdat het aanleiding geeft of kan geven tot misleiding.
Advies 472
Volgens artikel 8 EVRM is er geen beletsel om een rekwisitoor op te nemen, daar de advocaat dit in principe doet voor eigen gebruik om zo zijn verdediging te kunnen optimaliseren - een advocaat pleegt geen misdrijf (artikel 314bis Sw.) indien hij het rekwisitoor opneemt zij het in een openbare zitting, achter gesloten deuren of zelfs indien hij geen toestemming van de (parket)magistraten of andere actoren bekwam. Van een strafbaar gebruik van een wettige opname zal hoogstwaarschijnlijk evenmin sprake zijn - de opname van een gesprek kan moeilijk beschouwd worden als een gestructureerd geheel van persoonsgegevens, laat staan dat er sprake is van bepaalde criteria die de persoonsgegevens gemakkelijk toegankelijk maken.
Advies 473
De briefwisseling tussen de advocaat en de cliënt – die beschermd is door het beroepsgeheim van de advocaat – strekt zich uit tot iedere vorm van communicatie, waaronder elektronische briefwisseling.
Advies 465
Er bestaat geen absoluut verbod om op te treden tegen een vroegere cliënt. In elke zaak moeten in concreto deze onderstaande vragen steeds getoetst worden.