Advies 522
De titel “doctor in de rechten” mag vermeld worden op het briefpapier.
Advies 529
1. Publiciteitsdocument van een advocaat op wagens gestationeerd op de luchthavenparking van het vliegveld van Charleroi - de codex van de OBFG verbiedt “démarchage” wat een verbod lijkt te zijn om van huis tot huis te gaan. Deze term is als dusdanig niet weerhouden in de Vlaamse Codex - artikel III.1.7.3 Vlaamse Codex: de eigenaar / bezitter / gebruiker van een wagen heeft de betrokken advocaat niet uitgenodigd om de publiciteit onder zijn ruitenwisser aan te brengen aan zijn wagen. Of het een gepersonaliseerd dienstenaanbod is voor een bepaalde zaak, daarover zou kunnen gediscussieerd worden - artikel III.1.7.4 van de Vlaamse Codex: het publiciteitsdocument dat op de wagens wordt achtergelaten lijkt te wijzen op een bijzondere deskundigheid in deze materie, wat de betrokken advocaat onderwerpt aan de bijzondere bewijslast. Gelet op deze verplichting moet de advocaat onmiddellijk kunnen aantonen hoe hij deze kennis heeft verworven dan wel de ervaring heeft opgedaan.
2. Een advocaat moet zich gedragen naar de plaatselijke deontologie, wat betekent dat een advocaat als lid van een Vlaamse balie, in Charleroi de codex van de OBFG moet naleven. De advocaat kan daarenboven niet zonder meer inroepen dat wat bij hem zou toegelaten zijn, eveneens toegelaten zou zijn in Charleroi.
Advies 526
De plicht tot beroepsgeheim verbiedt de advocaat om gegevens van derden vrij te geven waarmee de cliënten belast kunnen worden. De namen van de cliënten behoren tot de essentie van het beroepsgeheim Er kan geen lijst van cliënten worden overgemaakt, noch kan de advocaat listings met boekingen van uitgaande facturen bezorgen. Hij kan wel de bedragen van de uitgaande facturen meedelen zonder opgave van bestemmeling.
Advies 528
Het behoort een stagiair de hem door het BJB opgedragen taken naar behoren te vervullen. De stafhouder kan hierover verslagen opvragen bij het BJB. Wanneer een partij de stageovereenkomst voor het einde van de stage schriftelijk beëindigt, moet de stagecommissie hiervan onmiddellijk op de hoogte worden gebracht en volgt zij de overgang naar een nieuwe stagemeester op - het handelen zoals in tucht dan wel op grond van een administratieve beslissing hangt af van geval tot geval.
Advies 521
Het lijkt weinig confraterneel om van elke confrater die men per e-mail aanschrijft een ontvangstmelding te vragen. Voorts is het een weinig efficiënte manier van werken. Het kan weliswaar in bepaalde gevallen wel nuttig zijn om een ontvangstbevestiging te vragen teneinde zeker te zijn dat de tegenstrever de inhoud van de brief daadwerkelijk heeft gelezen.
Advies 523
Artikel I.2.5.3 van de Codex Deontologie voor Advocaten - een advocaat mag zich niet zelf als leidinggevende van de uitvoerende- of wetgevende macht, noch zijn kantoor, aanwijzen om als advocaat op te treden voor deze uitvoerende- dan wel wetgevende macht, meer specifiek voor het departement waarvan de betrokken advocaat de leiding heeft of wanneer hij medewerker is van de leidinggevende persoon.
Advies 524
Er zijn geen deontologische bezwaren tegen het aanwenden van nieuwe technologieën zoals ‘WeTransfer’; wel moeten misbruiken worden tegengegaan.
Advies 520
Artikel III.5.3.1. van de Codex Deontologie voor Advocaten bepaalt dat geluidsregistratie noch beeldregistratie kunnen zonder de voorafgaande verwittiging van de betrokken personen. De ratio legis van deze tekst is de “fair trial”: een advocaat verrast geen anderen, noch confraters, noch partijen noch derden. Het verbod is ook gegrond op de plicht tot kiesheid - de vraag naar het gebruik van geluidsopnames en/of beeldmateriaal met voorafgaandelijke kennisgeving behoort tot het bewijsrecht.
Advies 519
1. De datum van opname op het tableau wordt door de Codex niet geregeld. Wanneer men (na een eerdere weglating) geen verzoek heeft gedaan tot inschrijving op de vroegere plaats, is het wellicht de datum van de nieuwe inschrijving, met name vanaf de eerstvolgende raad.
2. De (volledige) naam waaronder de advocaat is ingeschreven in het bevolkingsregister, de naam waaronder ze haar diploma heeft behaald, de naam waaronder ze ingeschreven is in het KBO en de persoon aan wie akte werd verleend van de eed van advocaat, moet hetzelfde zijn. Onder deze identiteit moet het beroep uitgeoefend worden. Een andere naam kan niet gebruikt worden.
Advies 517
Deontologisch kan een advocaat zich niet laten bijstaan door een kantoorgenoot in een private aangelegenheid - artikel I.2.4.1 van de Codex Deontologie voor Advocaten; ratio legis: advocaat beschermen tegen de mogelijks negatieve houding van kantoorgenoten bij de behandeling van een zaak die niet loopt zoals deze laatstgenoemde personen, die zijn cliënten zijn, het wensen c.q. hadden verhoopt
Advies 518
Deontologisch kan een advocaat niet voor zijn broer optreden als advocaat - artikel I.2.1.2 van de Codex Deontologie voor Advocaten; ratio legis: advocaat beschermen tegen de mogelijks negatieve houding van naaste familieleden of samenwonende partners bij de behandeling van een zaak die niet loopt zoals deze personen, die zijn cliënten zijn, het wensen c.q. hadden verhoopt - geen onderscheid tussen ‘gevoelige zaken’ en ‘neutrale zaken’. Elke zaak kan in zich de kiem dragen van een gevoelige zaak, zonder dat men dit noodzakelijk vooraf goed kan inschatten - gelet op de familiale band kan niet uitgesloten worden dat een advocaat met een bepaalde (voor zijn familie) gunstige vooringenomenheid de zaak onderzoekt en aldus misschien negatieve aspecten van de zaak onvoldoende kenbaar maakt aan de familie-cliënt.
Advies 516
Een stagemeester wijzigt zijn hoofdkantoor in een bijkantoor - artikel V.3.1.1, alinea 2 van de Codex Deontologie voor Advocaten is niet van toepassing, wel afdeling II.1.2 en II.1.4. - er is geen bepaling die voorschrijft dat de stagemeester enkel een stagiair kan aannemen op zijn hoofdkantoor - indien de stagemeester effectief nooit meer aanwezig is in zijn bijkantoor en derhalve niet beschikbaar is voor zijn stagiair, kan dit een reden zijn om tussen te komen. De tussenkomst behoort dan zowel naar de stagiair toe te zijn door hem te wijzen dat hij een effectieve stagemeester moet hebben en t.a.v. de stagemeester dat hij bij gebreke aan het vervullen van zijn taken als stagemeester niet langer op de lijst van de stagemeesters zal kunnen blijven vermeld staan.