Deontologie-advies Advies 513
Optreden voor meerdere personen – aan de voorwaarden van artikel I.2.3.1. van de Codex Deontologie voor Advocaten is in casu niet voldaan: advocaat kan niet verder optreden.
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Uw vraag betreft of mr. X van de Brusselse balie al dan niet nog verder kan optreden als raadsman van een ‘erfgenaam-broer’ in een betwisting van nalatenschap, gelet op het bestaan – al dan niet – van een belangenconflict met zijn ‘erfgenaam-zus’.
Advies
In dit dossier is er sprake van twee erfeniskwesties:
- enerzijds de erfenis van de overleden vader van de erfgenamen broer en zus en de nieuwe partner / tweede echtgenote van de vader;
- anderzijds de erfenis van de overleden moeder van deze erfgenamen broer en zus.
Mr. X trad in deze eerste kwestie op voor broer en zus tegen de tweede echtgenote.
Door het latere overlijden van de moeder van broer en zus en de twistpunten die dit overlijden met zich meebracht tussen de beide erfgenamen, heeft de zus een andere advocaat geconsulteerd terwijl mr. X steeds is blijven optreden voor de broer.
Inmiddels was evenwel de eerste nalatenschap (van de vader) ook nog niet afgehandeld.
Uit de weinige stukken en mailuitwisseling die voorligt, met name de rappelmail van mevrouw A van 28 november 2011, de repliek van mr. X van dezelfde dag waaruit niet kan afgeleid worden dat mr. X niet zou optreden voor mevrouw A en de rappelmail van 1 december 2011 van mevrouw A aan mr. X waaruit blijkt dat er toch een vorm van advies is geweest vanwege mr. X t.a.v. mevrouw A kan minstens de schijn worden afgeleid dat er contacten zijn geweest die anders waren dan contacten van een advocaat met een tegenpartij.
Art. I.2.3.1. § 2 van de Codex Deontologie voor Advocaten is hierover duidelijk:
“De advocaat kan niet optreden voor meer dan één cliënt, indien er een belangenconflict tussen die cliënten bestaat of een wezenlijke dreiging daartoe, tenzij en zolang aan de voorwaarden van art. I.2.3.2 wordt voldaan.”
Art. I.2.3.2 §1 bepaalt:
“Een advocaat mag evenwel optreden voor meerdere cliënten tussen wie er een belangenconflict bestaat of dreigt te ontstaan:
- indien de betrokken cliënten na schriftelijk te zijn ingelicht hun akkoord schriftelijk bevestigen, en
- zolang er geen gevaar bestaat voor schending van zijn beroepsgeheim, noch van zijn onafhankelijkheid, en
- zolang tussen die cliënten geen vordering voor de rechtbank of voor een scheidsgerecht wordt vervolgd betreffende het voorwerp van de door hen gevraagde tussenkomst.”
Aan de voorwaarden van voormeld art. I.2.3.2 § 1 is evenwel niet voldaan in casu:
- er lijkt geen dergelijk schriftelijk akkoord te bestaan;
- gelet op de tweede nalatenschap (moeder) bestaat er mijns inziens wel degelijk een gevaar voor schending van het beroepsgeheim of de onafhankelijkheid in hoofde van mr. X; bovendien kan men zich afvragen of er geen misbruik kan bestaan van voorkennis;
- en er blijkt wel degelijk een gerechtelijke procedure te bestaan.
Ook § 2 van voormeld Codex-artikel kan geen toepassing vinden in dit dossier. Dit is bijvoorbeeld wel het geval wanneer twee (ex-)echtgenoten in een echtscheiding verwikkeld zijn, doch anderzijds wel een gemeenschappelijke raadsman hebben in bv. een huurgeschil.
In casu betreft het evenwel twee procedures die zéér nauw bij elkaar aansluiten en zich in dezelfde juridische ‘sfeer’ bevinden.
In de gegeven omstandigheden komt het mij dan ook voor dat mr. X in deze niet verder kan optreden.
Jacques Van Malleghem
Bestuurder departement deontologie