Hoofdstuk 2 - De beroepsopleiding*
*Gewijzigd AV 19/02/2020 – BS 22/04/2020 – in werking 22/07/2020
Afdeling 1 - Algemeen
Art. 40
Om ingeschreven te kunnen worden op het tableau van de Orde van Advocaten moet de stagiair de beroepsopleiding volgen en het bekwaamheidsattest behalen. De beroepsopleiding wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse Balies.
Afdeling 2 - (opgeheven)
Art. 41
[...]
Art. 42
[...]
Afdeling 3 - De stageschool
Art. 43
De Orde van Vlaamse Balies richt een stageschool in en beslist over het inrichten van een of meer lokale afdelingen.
De stageschool bestaat minstens uit de bestuurder van de Orde van Vlaamse Balies bevoegd voor de stage, de voorzitters van de lokale afdelingen van de stageschool en de voorzitters van de stagecommissie van elke balie.
De stageschool stelt een intern reglement op over haar werking en de werking van de lokale afdelingen.
Art. 44
De stageschool is verantwoordelijk voor de organisatie van de beroepsopleiding. Dit houdt onder meer de bevoegdheid in om:
- de locaties vast te stellen waar de lessen worden gegeven;
- het lessenrooster vast te stellen;
- de cursussen van de vakken samen te stellen;
- te beslissen over de onderwijsvorm (video “on demand”, contacturen,…);
- de docenten aan te stellen en te evalueren;
- een stagiair vrij te stellen om een vak te volgen en/of een examen af te leggen of te worden geëvalueerd;
- de stagiair die in de tweede zittijd niet is geslaagd toelating te verlenen tot een derde zittijd;
- de vorm en de inhoud van de examens en evaluaties te bepalen;
- de evaluatie- en deliberatiewijze te bepalen;
- advies te verstrekken aan de algemene vergadering en de raad van bestuur van de Orde van Vlaamse Balies over de begroting van de beroepsopleiding en de individuele bijdrage die de stagiair rechtstreeks aan de Orde van Vlaamse Balies betaalt.
Daarnaast verleent de stageschool advies aan de raad van de Orde die beslist over het verzoek van een stagiair om vakken te volgen of verder te zetten na afloop van de 30ste maand van zijn stage.
Afdeling 4 - Beroepsopleiding
Art. 45
De beroepsopleiding bestaat uit 2 luiken.
Het eerste luik omvat de vakken:
- deontologie
- burgerlijk procesrecht
- strafprocesrecht
- juridische bijstand
- [welzijn]
Het tweede luik omvat de vakken:
- communicatie
- alternatieve geschillenregeling
- kantoororganisatie
- fiscale en sociale aspecten
- ondernemerschap
- GDPR
- boekhouding
- beroepsaansprakelijkheid
- bijzondere vraagstukken deontologie
- [welzijn]
[De vakken welzijn, zowel in luik één als in luik twee van de beroepsopleiding, dienen fysiek te worden verstrekt en kunnen niet het voorwerp uitmaken van online lessen.]
Art. 46
De stagiair moet het bekwaamheidsattest behalen tijdens de eerste 30 maanden van zijn stage, onverminderd de mogelijkheid van onderbreking of schorsing van de stage.
Art. 47
De stageschool kan een stagiair op zijn gemotiveerd verzoek vrijstellen van het volgen van een of meer vakken of van de deelname aan het examen of de evaluatie daarover.
Art. 48
De stagiair wordt geëvalueerd over de vakken die hij in het kader van de beroepsopleiding volgt. Deze evaluatie neemt de vorm aan van (schriftelijke of mondelinge) examens, papers en/of een permanente evaluatie.
Per gerechtelijk jaar zijn er twee examenzittijden.
Art. 49
De stagiair die niet geslaagd is voor één of meer examens, wordt hiervan door de stageschool schriftelijk in kennis gesteld met mededeling van de resultaten van zijn examens. Deze kennisgeving bevat tevens een vermelding van de beroepsmogelijkheden conform art. 51.1 en geschiedt via elektronische weg aan zijn laatst gekend e-mailadres, vermeld op de website van de Orde van Vlaamse Balies. Tot één maand na deze kennisgeving heeft de stagiair het recht om zijn examens in te zien na eenvoudig verzoek gericht aan de coördinator van de beroepsopleiding.
Art. 50
De stagiair die voor één of meer examens niet geslaagd is, kan deelnemen aan een tweede zittijd. De stagiair heeft het recht om per vak aan twee examenzittijden deel te nemen.
In uitzonderlijke omstandigheden en mits schriftelijk gemotiveerd verzoek daartoe aan de stageschool binnen de maand na de kennisgeving van de examenresultaten van de tweede zittijd, kan de stagiair worden toegelaten tot een derde zittijd. De stageschool wint hiertoe voorafgaandelijk het advies in van de bevoegde stafhouder en de bevoegde stagecommissie.
Afdeling 5 - Procedure beroep
Art. 51.1
Indien het resultaat na de tweede zittijd nog steeds negatief blijft, kan de stagiair hoger beroep instellen bij de beroepscommissie.
De beroepscommissie bestaat naast de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies of een bestuurder die hem vertegenwoordigt uit vier effectieve leden en vier plaatsvervangers, aangeduid door de algemene vergadering voor een hernieuwbare termijn van twee jaar. De beroepscommissie bepaalt haar eigen procedurereglement dat ter kennis wordt gebracht aan de stageschool die instaat voor de publicatie ervan.
Hoger beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, ingesteld per aangetekend schrijven gericht aan de Orde van Vlaamse Balies en bevat alle middelen van de stagiair. Het hoger beroep moet ingesteld worden binnen een vervaltermijn van een maand na de kennisgeving van het resultaat.
Een verzoek tot toelating tot de derde zittijd heeft opschortende werking. De termijn voor hoger beroep begint pas te lopen na hetzij de kennisgeving van de weigering tot een derde zittijd hetzij de kennisgeving van een negatief resultaat in de derde zittijd.
Artikel 53bis Ger. W. is van toepassing. Het hoger beroep wordt behandeld binnen de maand nadat het is ingediend. De stagiair wordt uitgenodigd om te worden gehoord en kan zich laten bijstaan door zijn stagemeester en/of een advocaat van zijn keuze. De beroepscommissie beslist of de stagiair al dan niet geslaagd is, doch beschikt niet over de bevoegdheid om de toegekende punten aan te passen teneinde te beslissen dat de stagiair geslaagd is. De beslissing van de beroepscommissie wordt aan de stagiair meegedeeld per aangetekend schrijven op zijn adres vermeld op de website van de Orde van Vlaamse Balies. De bevoegde stafhouder en de bevoegde stagecommissie ontvangen een kopie van die beslissing.
Art. 51.2
De stagiair die geslaagd is voor zijn examens, papers en permanente evaluatie ontvangt een bekwaamheidsattest van de Orde van Vlaamse Balies. Dit bekwaamheidsattest is vijf jaar geldig vanaf de datum van uitreiking. Deze kennisgeving geschiedt via elektronische weg aan zijn laatst gekend e-mailadres, vermeld op de website van de Orde van Vlaamse Balies. De bevoegde stafhouder en de bevoegde stagecommissie worden tegelijk op de hoogte gebracht.
Art. 51.3
De stagiair kan hoger beroep aantekenen tegen de weigering tot het afgeven van een bekwaamheidsattest (BUBA-attest). Dit beroep wordt ingesteld bij de beroepscommissie binnen een vervaltermijn van een maand na de kennisgeving van de weigering tot het afgeven van het bekwaamheidsattest en volgens dezelfde procedure als beschreven in artikel 51.1.
Afdeling 6 - De pleitoefening
Art. 51bis
Naast de beroepsopleiding zal de stagiair voor het einde van zijn stage moeten slagen in een door de stageschool georganiseerde pleitoefening.
De stagiair kan op zijn verzoek van deze verplichting worden vrijgesteld in geval van deelname aan een pleitwedstrijd georganiseerd op het niveau van de conferentie of de jonge balies of op internationaal niveau door een buitenlandse balie. De stageschool zal zich over deze vrijstelling uitspreken na advies van de bevoegde stafhouder en de bevoegde stagecommissie.
De stagiair die niet is geslaagd voor deze pleitoefening, heeft recht op een tweede deelname. In uitzonderlijke omstandigheden en na gemotiveerd verzoek daartoe kan de stageschool na advies van de bevoegde stafhouder en de bevoegde stagecommissie de stagiair toelaten tot een derde deelname.
De stagiair die niet is geslaagd voor de pleitoefening kan overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 51 beroep aantekenen bij de beroepscommissie.