Advies 347
Algemeen wordt aangenomen dat het vertrouwelijk karakter van besprekingen tussen advocaten en dus a fortiori van onderhandelingen tussen partijen in aanwezigheid van hun advocaten betekent dat de inhoud van deze bespreking vertrouwelijk moet blijven, maar niet noodzakelijk het feit zelf van de bespreking. De loyaliteit gebiedt zelfs dat in bepaalde gevallen de advocaat erkent dat er vertrouwelijke besprekingen zijn geweest.
Advies 346
Artikel 10 van het reglement confraterniteit is van toepassing voor wat betreft de betekening van de beschikking in het kader van een beslagprocedure. Ook van de inleiding van de zaak bij verzoekschrift dient de confrater overeenkomstig artikel 2 van het reglement verwittigd te worden.
Advies 338
De regels van confraterniteit gebieden de advocaat om de stukken over te maken aan zijn tegenstrever. Hoewel de kandidaat tussenkomende partij in een procedure voor de Raad van State nog geen partij is, is de raadsman van de eiser gehouden om op eerste verzoek de stukken mee te delen
aan de raadsman van een toekomstige tussenkomende partij. Het feit dat de tussenkomst later misschien onontvankelijk kan worden verklaard, doet niets af aan deze regel.
Advies 329
De adviserende bevoegdheid van de raad van de Orde in een ereloongeschil is een onderzoeksmaatregel die steunt op een gebruik, verwant is aan een deskundigenonderzoek maar hiermee niet kan worden gelijkgesteld – de raad van de Orde kan niet verplicht worden om een advies op te stellen in een andere taal dan deze van de Orde van Advocaten waarvan zij de raad is (zij is wel vrij dit te doen in een andere taal) – de raad van de Orde maakt het advies rechtstreeks over aan het rechtscollege, zodat de partijen niet de mogelijkheid hebben het te laten vertalen – een buitenlands rechtscollege kan (technisch) advies vragen aan de raad van de Orde omtrent de begroting van een kosten- en ereloonstaat, waarbij het de raad in principe vrij staat de taal van zijn advies te kiezen.
Advies 345
Er zijn geen specifieke deontologische regels met betrekking tot de inrichting van het kantoor van een advocaat, maar dat dit kantoor moet beantwoorden aan de vereisten van een behoorlijke beroepsuitoefening en, voor wat het lokaal betreft waarin cliënten worden ontvangen, aan de vereisten van zakelijkheid en vertrouwelijkheid.
Advies 343
1. Een specifieke bepaling voor de situatie na verwijzing door het Hof van Cassatie is niet opgenomen in het reglement confraterniteit, maar de algemene regel van artikel 1 en de twee concrete toepassingen van artikel 2 en 11 laten er geen twijfel over bestaan dat een advocaat niet confraterneel handelde door zijn confrater eerst niet te verwittigen van de dagvaarding voor het hof van beroep en vervolgens ook niet meer te contacteren wanneer bleek dat de confrater voor het hof van beroep niet verscheen voor zijn cliënt en ook niet was opgevolgd door een andere advocaat.
2. De stafhouder kan een advocaat verplichten zich uit een zaak terug te trekken – grondslag: artikel 473 Ger. W. laat de stafhouder toe bewarende maatregelen te nemen wanneer het wegens de aan een advocaat ten laste gelegde feiten te vrezen is dat zijn latere beroepswerkzaamheid nadeel kan toebrengen aan derden of aan de eer van de Orde - het onttrekken van een advocaat aan een zaak is geen tuchtrechtelijke sanctie.
3. Een advocaat maakt in zijn brief aan het hof van beroep uitdrukkelijk gewag van het deontologische geschil met zijn confrater en van het feit dat hij klacht had ingediend bij de stafhouder - de onafhankelijkheid van de advocatuur brengt met zich mee dat deontologische en tuchtrechtelijke betwistingen autonoom door de advocatuur worden behandeld en niet door de magistratuur - alle contacten tussen een advocaat en zijn stafhouder met betrekking tot een deontologisch geschil zijn vertrouwelijk en vallen zij onder het beroepsgeheim.
Advies 341
Een vertrouwelijke brief mag enkel worden overgelegd mits akkoord van de betrokken advocaten én met toestemming van de betrokken stafhouders - het opstellen van een protocol door de betrokken stafhouders waarin de kwestieuze brief integraal zou worden geciteerd, zou een omzeiling en een ontwijking zijn van deze regel.
Advies 340
1. Wanneer een advocaat van kantoor verandert, kan zich steeds een probleem van schending van het beroepsgeheim stellen wanneer de betrokken kantoren zaken tegen elkaar behandelen. Het louter feit dat een advocaat zou meewerken aan de behandeling van een zaak in kantoor A en vervolgens in kantoor B, kan de behandeling van deze zaak beïnvloeden, zonder dat de advocaat in kwestie de beroepsgeheimen waarvan hij kennis kreeg in het kantoor A deelt met advocaten van het kantoor B.
2. De stafhouder kan de advocaat deporteren uit de zaak als bewarende maatregel om een potentiële schending van een deontologische regel te voorkomen - zowel voor de betrokken advocaat als voor zijn cliënt dient de stafhouder de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen en een evenredigheid na te streven tussen de te nemen maatregel en het potentieel gevaar van schending van het beroepsgeheim.
Advies 336
1. In principe kan een advocaat, ook in verschillende zaken, niet voor en tegen dezelfde (rechts)persoon optreden – strijdig met de kiesheid, gevaar voor strijdige belangen en schending van het beroepsgeheim – uitzonderingen voor institutionele cliënten zoals verzekeringsmaatschappijen en overheden.
2. Het beroepsgeheim betekent o.m. dat de advocaat de geheime informatie waarvan hij kennis krijgt tijdens het uitvoeren van zijn opdracht, niet mag aanwenden in andere dossiers – indien echter bepaalde gegevens algemeen bekend zijn of kunnen worden bekomen zonder schending van het beroepsgeheim, mag de advocaat, die deze gegevens in de uitoefening van zijn beroep heeft bekomen, ze ook in een andere context gebruiken.
Advies 337
Een advocaat maakt geen deontologische fout als hij meewerkt aan door de overheid georganiseerde verkiezingen wanneer de geldigheid daarvan in twijfel kan worden getrokken. Ook de advocaat die in eer en geweten meent niet te moeten meewerken aan de organisatie van deze verkiezingen, pleegt evenmin een deontologische inbreuk.
Advies 339
Als een advocaat een formele klacht wenst neer te leggen tegen een advocaat van een andere balie, moet hij dit rechtstreeks doen bij de stafhouder van de betrokken confrater – grondslag: het Gerechtelijk Wetboek – van belang voor de ontvankelijkheid en de termijnen van de tuchtprocedure
Advies 335
Het omvormen van een handelsvennootschap tot een burgerlijke vennootschap van advocaten creëert de potentiële mogelijkheid dat de advocatenvennootschap zich alsnog op het terrein van de vroegere handelsactiviteit moet begeven en dit voornamelijk in het kader van geschillen (burgerlijke of strafrechtelijk aansprakelijkheid, belastingproblematiek) – de kiesheid vereist dat dergelijke problemen worden vermeden door de omvorming niet toe te laten.