Advies 353
Een advocaat is niet verplicht zijn ondernemingsnummer te vermelden op zijn briefpapier of op andere stukken. Vanuit deontologisch oogpunt bestaat er geen enkel bezwaar dat de advocaat dit ondernemingsnummer wel vermeldt.
Advies 358
Een advocaat kan informatie opvragen bij het Rijksregister (via de OVB) wanneer hij door zijn cliënt wordt gevraagd om een procedure in te stellen of handelingen te stellen voorafgaand aan de procedure, zoals een ingebrekestelling. De aldus bekomen informatie kan hij delen met zijn cliënt, die immers partij is in de zaak. De advocaat mag niet volledig los van zijn opdracht als advocaat informatie opvragen bij het Rijksregister louter om deze door te spelen aan zijn cliënt.
Advies 357
Artikel 2, tweede lid, punt 4 van het reglement betreffende de overlegging van briefwisseling tussen advocaten - niet vereist dat de advocaat die een voorstel doet uitdrukkelijk aan dit voorstel toevoegt dat het voorstel gedaan wordt uit naam van de partij. Anderzijds leert de praktijk dat het net zo goed mogelijk is dat een advocaat voorstellen doet uit eigen naam. Indien niet uitdrukkelijk wordt vermeld of een voorstel wordt gedaan uit naam van de partij of uit eigen naam, moet dit uit de context of uit de bewoordingen van het voorstel zelf blijken.
Advies 356
Volgens het reglement samenwerkingsverbanden kan een individuele advocaat slechts onder één samenwerkingsverband het beroep van advocaat uitoefenen en dit omwille van de transparantie. Een advocaat die zijn beroep heeft ingebracht in een eenpersoonsvennootschap en vervolgens met deze vennootschap toetreedt tot een samenwerkingsverband voldoet aan deze regel.
Wat niet mogelijk is, is dat mr. X in A naar buiten zou treden als alleen werkend advocaat en in B als samenwerkend met mr. Y. De twee kantoren worden door de oprichting van het samenwerkingverband kantoren van het samenwerkingsverband en daarover moet ook transparant worden gecommuniceerd.
Advies 362
Een advocaat die geconfronteerd wordt met het feit dat zijn als “niet-vertrouwelijk” bestempelde brief door zijn confrater als dusdanig niet aanvaard wordt, moet, in het licht van artikel 6 van het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit, zijn cliënt rechtstreeks de tegenpartij laten aanschrijven. Er is geen enkel bezwaar tegen dat de advocaat deze brief opstelt.
Advies 352
Gezien het vertrouwelijk karakter van de briefwisseling tussen advocaten de regel is en het reglement uitdrukkelijk bepaalt dat voor de uitzondering vermeld in artikel 2, 3° het uitdrukkelijk akkoord van de bestemmeling van de niet-vertrouwelijke brief noodzakelijk is, kan men bezwaarlijk stellen dat de advocaat-bestemmeling in de fout ging door het niet-vertrouwelijk karakter van de brieven niet te aanvaarden – recht van de bestemmeling om het niet-vertrouwelijk karakter niet te aanvaarden.
Advies 344
1. Wanneer een arts een geneeskundige verklaring opstelt die voldoet aan de vereisten van artikel 488bis, b), § 6 B.W., schendt hij zijn beroepsgeheim niet en pleegt hij derhalve geen misdrijf.
2. De adviezen van de Provinciale Raden en die van de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren zijn niet verbindend.
3. De Code van geneeskundige plichtenleer, opgesteld door de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren, is nog niet algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit - artikel 58 van de Code bevat een aantal wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim. Aangezien deze bepaling tevens bepaalt dat de geneesheer in geweten moet oordelen of hij door het beroepsgeheim toch niet wordt verplicht bepaalde gegevens niet mee te delen, is artikel 58 contra legem.
4. Theorie van het gedeeld beroepsgeheim: de geneesheer kan zijn beroepsgeheim niet delen met een advocaat, hoewel hij tevens gebonden is door het beroepsgeheim. Dit laatste is een noodzakelijke, doch geen voldoende voorwaarde.
Advies 350
Beslag op de derdenrekening van mr. X - de procedure ten gronde over de vordering op grond waarvan bewarend beslag gelegd werd bij mr. X werd met betrekking tot het principe beslecht voor het hof van beroep, maar dit rechtscollege heeft de zaak terug verwezen naar de rechtbank van koophandel teneinde de destijds aangestelde deskundige toe te laten de definitieve vergoeding voor de tegenpartij te bepalen - de cliënt van mr. X vraagt hem in deze procedure ten gronde opnieuw tussen te komen - geen strijdigheid van belangen tussen enerzijds de hoedanigheid van derdebeslagene en anderzijds het blijven optreden als raadsman in de procedure ten gronde.
Advies 349
De raadsman van een advocaat in een ereloongeschil moet kennis kunnen nemen van het volledige dossier van de advocaat die hij verdedigt. De advocaat-cliënt zal zijn raadsman desgevallend ook zaken toevertrouwen die behoren tot de vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt. Als raadsman van mr. X zou mr. Y dus kennis kunnen gekregen hebben van vertrouwelijke gesprekken of stukken uit het dossier van mr. X in een procedure waarin mr. Y nog steeds de tegenpartij van mevrouw B (cliënt van mr. X) verdedigt – manifest gevaar voor schending van het beroepsgeheim en een belangenconflict.
Advies 351
Twee eenpersoonsvennootschappen van advocaten (BVBA’s) kunnen samen een samenwerkingsverband maken onder de vorm van een vennootschap (VOF).
Advies 342
Een advocaat kan niet optreden voor de ex-echtgenote van de partner van een cliënt – minstens schijn van strijdigheid van belangen.
Advies 348
Er kan juridisch geen belangenconflict bestaan tussen het behandelen van een zaak tegen persoon X, directeur van een vennootschap, en het behandelen van een andere zaak voor die vennootschap. Het zijn onderscheiden (rechts)personen.