Deontologie-advies Advies 336
1. In principe kan een advocaat, ook in verschillende zaken, niet voor en tegen dezelfde (rechts)persoon optreden – strijdig met de kiesheid, gevaar voor strijdige belangen en schending van het beroepsgeheim – uitzonderingen voor institutionele cliënten zoals verzekeringsmaatschappijen en overheden.
2. Het beroepsgeheim betekent o.m. dat de advocaat de geheime informatie waarvan hij kennis krijgt tijdens het uitvoeren van zijn opdracht, niet mag aanwenden in andere dossiers – indien echter bepaalde gegevens algemeen bekend zijn of kunnen worden bekomen zonder schending van het beroepsgeheim, mag de advocaat, die deze gegevens in de uitoefening van zijn beroep heeft bekomen, ze ook in een andere context gebruiken.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
Advocaat X schrijft aan zijn stafhouder het volgende:
“Mijn cliënt (cliënt A) heeft een schuldvordering op persoon B (ingevolge te hoog beslag op de invaliditeitsuitkering en gehoudenheid door B tot terugbetaling).
Advocaat Y, die raadsman is van cliënt B, die op de hoogte is gebracht van de uitvoering meent blijkbaar dat in een ander dossier waar hij een cliënt heeft, nl. cliënt C die ook nog geld moet hebben van persoon B (dossier van in 2005), het niet kan dat mijn cliënt (cliënt A) het geld zou bekomen van persoon B en zijn cliënt C niet.
Nu hij kennis heeft van dit beslag door gerechtsdeurwaarder D ten verzoeke van persoon A, laat hij via het gerechtsdeurwaarderkantoor E (gerechtsdeurwaarder D weigerde) in handen van gerechtsdeurwaarder D beslag leggen voor de gelden die geïnd werden bij persoon B in het voordeel van persoon A.
Advocaat Y laat beslag leggen op deze gelden voor een andere cliënt van hem nl. cliënt C.”
De stafhouder stelt mij daarover volgende vragen:
- “Uit de mij door confrater X medegedeelde stukken blijkt cliënt B van advocaat Y in het verleden (dossier van 2005) blijkbaar een tegenpartij geweest te zijn. Gezien het dossier van 2005 niet afgehandeld is, lijkt het mij inderdaad niet kies naderhand als zijn raadsman op te treden.
- Kan het kennis hebben van beslag lastens een cliënt als vertrouwelijke informatie beschouwd worden die niet mag aangewend worden door dezelfde advocaat in een ander dossier ten gunste van een andere cliënt?”
Advies
1.
Omtrent de vraag of een advocaat in verschillende dossiers kan optreden voor en tegen dezelfde persoon, werden reeds eerder adviezen verleend. Ik verwijs onder meer naar de adviezen 103 en 276.
Algemeen wordt aangenomen dat een advocaat ook in verschillende zaken niet voor en tegen dezelfde persoon of rechtspersoon kan optreden, omdat dit strijdig is met de bijzondere kiesheid die hij tegenover zijn cliënten moet betonen en omdat er gevaar bestaat voor het opduiken van strijdige belangen en voor schending van het beroepsgeheim.
Op deze algemene regel worden soms uitzonderingen toegestaan voor institutionele cliënten, zoals verzekeringsmaatschappijen en overheden. Ik verwijs hiervoor naar de uiteenzetting in advies 103.
Uit de gegevens die de stafhouder mij verstrekt, kan ik niet afleiden of er hier mogelijk sprake is van een uitzondering op de algemene regel.
Eén van de redenen om een advocaat te verbieden zowel voor als tegen een bepaalde partij op te treden (in verschillende zaken) ligt in het feit dat gevreesd kan worden dat de advocaat alsdan onvoldoende onafhankelijk zal optreden. Als partijdige raadsman dient de advocaat de belangen van zijn cliënt maximaal te behartigen. Wanneer de advocaat in de ene zaak voor een persoon optreedt en in een andere zaak tegen diezelfde persoon, bestaat het gevaar dat hij in een van beide zaken niet voluit kan gaan en dienvolgens onvoldoende onafhankelijk zal zijn om 100% de belangen van zijn cliënt te behartigen.
Afgezien van concrete omstandigheden, die mij onbekend zijn, moet hier dus worden vastgesteld dat de betrokken advocaat deontologisch niet correct handelde of handelt door tegelijkertijd voor en tegen dezelfde persoon op te treden, zelfs al was dit in twee verschillende zaken.
2.
De tweede vraag van de stafhouder heeft betrekking op de schending van het beroepsgeheim.
Het beroepsgeheim houdt niet enkel in dat de advocaat de geheimen waarvan hij tijdens het uitvoeren van zijn opdracht kennis krijgt, niet prijsgeeft aan derden. Het beroepsgeheim betekent ook dat de advocaat deze geheime informatie zelf niet mag aanwenden in andere dossiers.
De commissie deontologie heeft in haar vergadering van 8 mei 2008 een zaak besproken waarbij een advocaat in een burgerlijke zaak gegevens aanwendde die hij had bekomen in een strafzaak. De advocaat had in een strafzaak zaken vernomen over zijn tegenpartij en wendde deze aan tegen dezelfde tegenpartij in een burgerlijke zaak. Ook daar oordeelde de commissie deontologie dat de gegevens die de advocaat ontvangen had in de strafzaak vielen onder zijn beroepsgeheim en dat hij deze gegevens niet kon aanwenden in een andere procedure.
Dit geldt a fortiori voor de gegevens bekomen van een eigen cliënt.
Hier past het evenwel een nuance aan te brengen. Indien bepaalde gegevens algemeen bekend zijn of ook kunnen worden bekomen zonder enige schending van het beroepsgeheim, kan de advocaat, die deze gegevens in de uitoefening van zijn beroep heeft bekomen, niet verboden worden ze ook in een andere context te gebruiken. De advocaat en eender wie kon deze gegevens immers ook op een andere wijze bekomen.
In het concrete geval dat u mij voorlegt, is het bijvoorbeeld mogelijk dat advocaat Y ten verzoeke van partij C uitvoert lastens partij B en dan van zijn gerechtsdeurwaarder verneemt dat er reeds eerder beslag werd gelegd en dat de gelden zich bevinden bij gerechtsdeurwaarder D. Het feit dat advocaat Y dit ook verneemt in zijn hoedanigheid van advocaat van partij B, sluit niet uit dat hij deze informatie, die hij zonder schending van zijn beroepsgeheim verneemt via zijn gerechtsdeurwaarder, vervolgens ook verder kan aanwenden om beslag te leggen in handen van gerechtsdeurwaarder D.
Indien evenwel blijkt dat advocaat Y zich enkel steunde op de gegevens die hij vernam in zijn hoedanigheid van raadsman van partij B, dan is er schending van het beroepsgeheim.
Deze bedenkingen tonen nogmaals aan dat het niet kies is om, zelfs in twee afzonderlijke zaken, op te treden voor en tegen dezelfde persoon. De advocaat kan niet voluit gaan en moet voortdurend dansen op een slappe koord met gevaar voor schending van zijn beroepsgeheim.
Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie