Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 780

De vraag rijst of gegevens die onder beroepsgeheim vallen doch die personen zelf toevertrouwen aan een AI-module, op die wijze hun vertrouwelijk karakter verliezen en of advocaten die deze stukken op de beschreven wijze in bezit krijgen, zich dienen te onthouden om deze aan te wenden voor zover hen dit bekend is / kan zijn.

Het beroepsgeheim beschermt de communicatie tussen advocaat en cliënt, maar strekt zich niet zonder meer uit tot persoonlijke ontwerpen van brieven of prompts die een partij in een artificiële-intelligentietoepassing invoert. Het is niet noodzakelijk dat een advocaat het bemiddelingsprotocol mee ondertekent om gehouden te zijn tot de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid geldt immers van rechtswege en de advocaat heeft bovendien een eigen beroepsgeheim.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

U wordt geconfronteerd met een geschil tussen twee advocaten naar aanleiding van het gebruik van documenten die zouden zijn aangetroffen op een computer, waartoe de cliënten van beide confraters toegang hadden. U vraagt mijn advies of het gebruik van dergelijke documenten deontologisch toelaatbaar is, in het bijzonder wanneer het gaat om ontwerpen van briefwisseling of teksten die in voormelde computer werden ingevoerd in een toepassing van artificiële intelligentie, zoals ChatGPT.

Een vrouw die verwikkeld is in een echtscheidingsprocedure, brengt gegevens met betrekking tot een consultatie die zij heeft gehad met haar advocaat en met betrekking tot een voorgenomen bijkomende adviesvraag in in een AI-module.

De tegenpartij heeft toegang tot deze AI-module (of onderschept deze gegevens) en bekomt op deze wijze deze gegevens en een ontwerp van brief van zijn partner aan haar advocaat.

Hij bezorgt screenshots hiervan aan zijn raadsman, die ze vervolgens aanwendt in procedurestukken in de echtscheidingsprocedure.

Volgens de advocaat had zijn cliënte reeds vóór de echtscheidingsprocedure contact opgenomen met hem in verband met haar familiale situatie en de voorbereiding van de procedure. Hij vermeldt dat de cliënte via Chat-GPT bijstand zocht om briefwisseling aan hem over te maken in dit verband.

Vervolgens zou haar echtgenoot via inzage van haar computer kennis hebben genomen van bepaalde Chat-GPT-gesprekken en daarvan screenshots hebben toegevoegd aan zijn bundel met overtuigingsstukken. Volgens de advocaat bevatten die screenshots passages die ook terug te vinden zijn in de correspondentie die zijn cliënte later aan zijn kantoor heeft bezorgd en dienen deze uit de debatten te worden geweerd.

De advocaat van de tegenpartij daarentegen beschouwt die Chat-GPT-geschiedenis niet als correspondentie met een advocaat, maar als zelfstandige documenten die op de computer van mevrouw aanwezig waren en die niet vallen onder het beroepsgeheim.

Het betreft volgens deze advocaat louter screenshots van de Chat-GPT-gesprekken en geen rechtstreekse brieven/e-mails van zijn tegenpartij aan haar advocaat. Wat in de AI-chatbot wordt ingevoerd is volgens deze partij geen “advocaat-cliënt-communicatie” en geniet dus niet de bescherming daarvan, temeer daar het delen van vertrouwelijke communicatie met een derde (AI – Tool) de vertrouwelijkheid ondergraaft.

Daarnaast zal de aanbieder van de AI tool de gegevens technisch verwerken, bewaren, loggen of opvragen. Op verzoek van de overheid kan deze informatie zelfs worden opgevraagd volgens het toepasselijk geldende recht. De informatie die mevrouw heeft ingevoerd in de AI tool werd dus reeds door een derde partij verwerkt. Doordat de uitkomst van een vraag aan Chat-GPT al door een derde partij is verwerkt en opgeslagen, kan deze volgens deze advocaat niet meer onder het beroepsgeheim vallen, in tegenstelling tot eigen nota’s ter voorbereiding van een gesprek of een brief naar de advocaat die nog met niemand werden gedeeld.

Hoewel dit naar uw bescheiden mening eerder een discussie betreft van al dan niet rechtmatig verkregen bewijs, heeft dit volgens u ook een deontologisch aspect.

Uw vraag luidt:

“Verliezen gegevens die onder beroepsgeheim vallen doch die personen zelf toevertrouwen aan een AI-module op die wijze hun vertrouwelijk karakter of dienen advocaten die deze stukken op de beschreven wijze in bezit krijgen zich te onthouden om deze aan te wenden voor zover hen dit bekend is / kan zijn?”

Een advocaat-bemiddelaar vraagt of een advocaat, die een cliënt bijstaat in een bemiddeling, het bemiddelingsprotocol mee moet ondertekenen. De advocaat-bemiddelaar haalt aan dat sommige advocaten aarzelen omdat zij menen dan mee gehouden te zijn aan de financiële afspraken die hierin gemaakt worden. Fundamenteler is dat andere advocaten vinden dat het niet nodig is om mee te ondertekenen, gelet op hun beroepsgeheim.

In die zin kan de vraag gesteld worden of het beroepsgeheim van de advocaat de wettelijk opgelegde vertrouwelijkheid van de bemiddeling (art. 1728 Ger.W.) dekt en of er scenario’s denkbaar zijn waarbij alsnog informatie uit de bemiddeling tot bij de rechter kan komen in een navolgende procedure, zoals ontwerpen van akkoorden die tussen de advocaten per mail zijn uitgewisseld, de notities van de advocaat van de gesprekken, de samenvattingen die de bemiddelaar mailt aan cliënten met hun raadslieden in cc., of andere.

Deze vraag werd besproken op de commissie deontologie van 5 maart 2026.

Advies

•    Het al dan niet rechtmatig verkregen bewijs versus de deontologie

De voorliggende vraag situeert zich op het kruispunt van twee domeinen. Enerzijds rijzen er vragen omtrent de bescherming van vertrouwelijke informatie en het beroepsgeheim van de advocaat. Anderzijds stelt zich de vraag naar de rechtmatigheid van het verkrijgen van bepaalde stukken en de mogelijkheid om deze als bewijs aan te wenden in een gerechtelijke procedure.

Uit de meegedeelde gegevens blijkt niet dat de betrokken partij zich toegang heeft verschaft tot een beveiligde omgeving door middel van hacking, wachtwoorddiefstal of een andere vorm van ongeoorloofde toegang. Integendeel, de hypothese die wordt voorgelegd gaat uit van een computer waartoe beide partijen toegang hadden.

Indien dat zo is, kan niet zonder meer worden aangenomen dat het louter raadplegen van documenten op die computer en deze documenten vervolgens in een procedure aanwenden, een deontologische tekortkoming uitmaakt. De beoordeling van de rechtmatigheid van de verkrijging van die documenten behoort evenwel tot de bevoegdheid van de rechter.

Wanneer documenten worden aangetroffen op een computer waartoe beide partijen toegang hadden, is het in beginsel niet aan de stafhouder om te beoordelen of deze stukken al dan niet rechtmatig werden verkregen of mogen worden gebruikt in een gerechtelijke procedure. 

•    Respect voor het beroepsgeheim

Het beroepsgeheim vormt een fundamenteel beginsel van openbare orde, waarvan de bescherming mee door de stafhouder wordt bewaakt.

De communicatie tussen advocaat en cliënt (in beide richtingen) geniet een bijzondere bescherming. Een advocaat mag zich niet bewust bedienen van documenten waarvan hij weet of behoort te weten dat zij uitsluitend werden verkregen door een schending van het beroepsgeheim.

Niet elk persoonlijk document valt evenwel onder het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim beschermt niet alle documenten die betrekking hebben op een geschil of die als persoonlijk kunnen worden beschouwd. De bescherming vloeit voort uit de betrokkenheid van de advocaat en de vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt.

Persoonlijke notities, voorbereidende ontwerpen, denkpistes of andere documenten die een partij zelf opstelt en inbrengt via een AI-tool, zonder dat zij deel uitmaken van de communicatie met haar advocaat, genieten niet automatisch dezelfde bescherming.

De bescherming geldt dus in beginsel niet voor teksten die een partij invoert in een artificiële-intelligentietoepassing teneinde ideeën, argumenten of tekstvoorstellen te genereren. Het loutere feit dat dergelijke teksten betrekking hebben op een lopend geschil of gebruikt worden als voorbereiding voor communicatie met de advocaat, maakt ze niet tot communicatie die door het beroepsgeheim wordt beschermd.

Wat anderzijds wel onder het beroepsgeheim valt zijn iedere vorm van communicatie met of van de advocaat, zoals briefwisseling, mails, adviezen of nota’s, waar deze ook worden gevonden (Het beroepsgeheim van de advocaat, in Handboek voor de advocaat-stagiair 2025-2026. Deontologie, Wolters Kluwer, 2025, p. 347).

Ik verwijs hierbij ook naar het door mijn voorganger eerder uitgebrachte advies 666:

Informatie die niet voor openbaarmaking is bedoeld en die de advocaat tijdens de uitvoering van zijn beroepswerkzaamheden van of over zijn cliënt of derden heeft vernomen of heeft ontdekt, is beschermd door het beroepsgeheim. Briefwisseling tussen de advocaat en zijn cliënt met inbegrip van de eventuele bijlagen (zoals ontwerpen van brieven, procedureakten, dadingen, akkoorden), de persoonlijke notities van de cliënt voor zijn advocaat, notities van de advocaat, adviezen, … zijn beschermd door het beroepsgeheim.

Uit de voorgelegde gegevens blijkt dat het in huidige betwisting niet gaat om briefwisseling tussen advocaat en cliënt of om communicatie van of met een advocaat, maar om ontwerpen van brieven en door een partij geformuleerde Chat-GPT-input of prompts.

Dergelijke documenten kunnen niet zonder meer worden gelijkgesteld met door het beroepsgeheim beschermde communicatie. 

Besluit

Het komt aan de bevoegde rechter toe te oordelen over de rechtmatigheid van de verkrijging van de stukken, hun eventuele bewijswaarde en de gevolgen die hieraan moeten worden verbonden.

Voor zover geen sprake is van een onrechtmatige toegang tot de computer of van kennisname van communicatie die onder het beroepsgeheim valt, zie ik geen algemene deontologische regel die een advocaat verhindert om zich te beroepen op dergelijke documenten.

Het beroepsgeheim beschermt de communicatie tussen advocaat en cliënt, maar strekt zich niet zonder meer uit tot persoonlijke ontwerpen van brieven of prompts die een partij in een artificiële-intelligentietoepassing invoert.

De deontologie staat er dus niet aan in de weg dat de screenshots in casu als stuk worden aangewend. 

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 779

Meer lezen

Advies 750

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen