Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 779

Het is niet noodzakelijk dat een advocaat het bemiddelingsprotocol mee ondertekent om gehouden te zijn tot de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid geldt immers van rechtswege en de advocaat heeft bovendien een eigen beroepsgeheim.

Auteur

Erica Caluwaerts

Jurist deontologie
Erica Caluwaerts 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Een advocaat-bemiddelaar vraagt of een advocaat, die een cliënt bijstaat in een bemiddeling, het bemiddelingsprotocol mee moet ondertekenen. De advocaat-bemiddelaar haalt aan dat sommige advocaten aarzelen omdat zij menen dan mee gehouden te zijn aan de financiële afspraken die hierin gemaakt worden. Fundamenteler is dat andere advocaten vinden dat het niet nodig is om mee te ondertekenen, gelet op hun beroepsgeheim.

In die zin kan de vraag gesteld worden of het beroepsgeheim van de advocaat de wettelijk opgelegde vertrouwelijkheid van de bemiddeling (art. 1728 Ger.W.) dekt en of er scenario’s denkbaar zijn waarbij alsnog informatie uit de bemiddeling tot bij de rechter kan komen in een navolgende procedure, zoals ontwerpen van akkoorden die tussen de advocaten per mail zijn uitgewisseld, de notities van de advocaat van de gesprekken, de samenvattingen die de bemiddelaar mailt aan cliënten met hun raadslieden in cc., of andere.

Deze vraag werd besproken op de commissie deontologie van 5 maart 2026.

Advies

1 / Beroepsgeheim

De advocaat is gehouden tot het beroepsgeheim. Dit beroepsgeheim is anders dan dat de vertrouwelijkheidsplicht in het kader van bemiddeling.

Het beroepsgeheim van de advocaat is een persoonlijke deontologische plicht. Het is van openbare orde maar doel gebonden, in het belang van de cliënt.

Artikel 18 CDA:

De advocaat is gehouden tot het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim strekt zich uit tot alle vertrouwelijke informatie die de advocaat in de uitvoering van zijn opdracht verneemt of vaststelt en geldt onbeperkt in de tijd.

Het beroepsgeheim is echter niet absoluut. Zo stelde het Hof van Cassatie dat het verbroken kan worden wanneer een hogere waarde ermee in conflict komt en de verdediging van de rechten van de partijen noodzakelijk is. (Cass. 18 januari 2017, P.16.0626.F)

Ook verwijst artikel 458 Sw., naar de mogelijkheid het beroepsgeheim te verbreken in het geval de drager van het beroepsgeheim wordt geroepen om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie een getuigenis af te leggen.

Bovendien kan vertrouwelijk informatie onder zeer strike cumulatieve voorwaarden door de advocaat aan derden verstrekt worden.

Artikel 19 CDA:

De advocaat mag enkel vertrouwelijke informatie aan de rechtbanken, scheidsgerechten en derden verstrekken voor zover:

- de vrijgave van die informatie relevant is, en

- de vrijgave van die informatie in het belang van de cliënt is , en

- de cliënt akkoord gaat met de vrijgave van die informatie, en

- de vrijgave van die informatie niet wettelijke verboden is.

Wat de vertrouwelijkheid van de bemiddeling betreft, deze heeft een ruimere draagwijdte dan het beroepsgeheim van de advocaat.

2 / Art. 1728 Ger.W.

In artikel 1728 Ger.W. wordt de vertrouwelijkheid van de documenten en mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure wettelijk verankerd. De vertrouwelijkheid is wederkerig; het geldt voor iedereen in het bemiddelingstraject en is context gebonden.

§ 1. De documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in enige gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure of in enige andere procedure voor de oplossing van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.

Behoudens schriftelijk uitgedrukte andersluidende wil van de partijen, vallen het bemiddelingsprotocol en het (de) door de partijen ondertekende bemiddelingsakkoord(en) alsook het eventuele document opgesteld door de bemiddelaar dat het feit van de mislukking van de bemiddeling vaststelt, niet onder deze vertrouwelijkheidsplicht.

Daarnaast kan de vertrouwelijkheidsplicht, met schriftelijke instemming van de partijen, en binnen de grenzen die zij bepalen, worden opgeheven. Omgekeerd kunnen de partijen, in onderling akkoord en op schriftelijke wijze, documenten of mededelingen daterend van vóór de aanvang van het bemiddelingsproces vertrouwelijk maken.

§ 2. Onverminderd zijn wettelijke verplichtingen, mag de bemiddelaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt, niet openbaar maken. Hij mag door de partijen niet worden opgeroepen als getuige in een burgerrechtelijke, administratieve of arbitrale procedure met betrekking tot de feiten waarvan hij kennis heeft genomen in de loop van zijn bemiddeling. Hij mag evenmin de reden van de mislukking van deze vorm van minnelijke conflictoplossing onthullen, ook niet aan de rechter of arbiter bij wie een geschil tussen de partijen van de bemiddeling aanhangig is gemaakt.

Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de bemiddelaar.

§ 3. In het kader van en ten behoeve van zijn opdracht kan de bemiddelaar, met instemming van de partijen, de derden horen die daarmee instemmen of, wanneer de complexiteit van de zaak zulks vereist, een beroep doen op de diensten van een deskundige in het desbetreffende domein. Zij zijn gehouden tot de vertrouwelijkheidsplicht bedoeld in paragraaf 1, eerste lid. Paragraaf 2 is van toepassing op de deskundige.

§ 4. Bij schending van de vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsplicht door degenen die daartoe gehouden zijn krachtens deze bepaling, doet de rechter of arbiter in billijkheid uitspraak over de eventuele toekenning van schadevergoeding, en over de omvang ervan.

Vertrouwelijke documenten en mededelingen die desondanks zijn meegedeeld of waarop een partij steunt in strijd met de vertrouwelijkheidsplicht, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.

Het Hof van Cassatie bevestigde in een recent arrest (Cass. 1 december 2025, C.24.0032.N) een strikte lezing van artikel 1728, §1 Ger.W.:

"De documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in enige gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis."

De uitzonderingen zijn vervolgens opgesomd:

- Het bemiddelingsprotocol

- Het (de) door partijen ondertekende bemiddelingsakkoord(en)

- Het document van de bemiddelaar dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt

- Wanneer partijen gezamenlijk en schriftelijk hebben beslist om (een deel van) die vertrouwelijkheid op te heffen

Alles wat dus niet onder deze uitzonderingen valt, blijft vertrouwelijk.

3 / Besluit

Bij samenlezen van het beroepsgeheim van de advocaat en de bepalingen in verband met de vertrouwelijkheid in het kader van de bemiddeling, kom ik tot de conclusie dat het niet noodzakelijk is dat een advocaat het bemiddelingsprotocol mee ondertekent om gehouden te zijn tot de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid geldt immers van rechtswege en de advocaat heeft bovendien een eigen beroepsgeheim.

Daar waar de advocaat ruimte zou hebben tot verbreking van zijn beroepsgeheim, geldt de vertrouwelijkheid van artikel 1728 Ger.W. onverkort, behoudens de daarin vermelde uitzonderingen, die eigen zijn aan de bemiddelingsprocedure.

Wanneer de advocaat het bemiddelingsprotocol toch meeondertekent, verbindt hij zich uiteraard niet, hij is immers geen partij. De medeondertekening van het bemiddelingsprotocol door een advocaat kan wel een symbolische en engagementsversterkende waarde hebben.

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 750

Meer lezen

Advies 744

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen