Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 124

Brieven van Nederlandse advocaat aan zijn twee Belgische confraters - opvolging van Nederlandse door Belgische advocaat - toepassing CCBE-regels - officiële briefwisseling


Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

1. De vraag is of de brieven gestuurd door een Nederlandse advocaat aan zijn Belgische confrater in verband met een procedure tussen twee Belgische ingezetenen voor de rechtbank in België, officieel of vertrouwelijk zijn.

Het gaat om een ganse reeks brieven, nl. 14 in getal, en geen één van deze brieven verwijst naar een officieel of een vertrouwelijk karakter. Het geldt zowel brieven van de Nederlandse advocaat aan zijn Belgische confrater als omgekeerd.

2. De stafhouder van X stelt dat ter zake de Nederlandse regels (gedragsregels 12 en 13 van de Nederlandse Orde van Advocaten) moeten toegepast worden ook wanneer ondertussen de Nederlandse advocaat is opgevolgd door een Belgische advocaat.

Hij stelt met name dat ook indien de Nederlandse advocaat nog in zake was gebleven, zijn briefwisseling niet zonder voorafgaand overleg met de tegenstrever zou kunnen voorgelegd worden en enkel wanneer dit noodzakelijk was voor het belang van de cliënten.

Dit is inderdaad een weergave van de gedragsregels 12 en 13 van de Nederlandse Orde van Advocaten, welke als volgt luiden :

"Regel 12 :

1. Op brieven en andere mededelingen van de ene advocaat aan de andere mag in rechte geen beroep worden gedaan, tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij (t.t.z. de advocaat die de belangen van de wederpartij behartigt op het moment waarop het overleg noodzakelijk is, want enkel hij is bevoegd en niet zijn voorganger die de brief eventueel heeft geschreven ; als de toestemming tot productie in rechte van de brief eenmaal gegeven is, moet ze niet opnieuw gevraagd worden aan de opvolgende advocaat, zegt de Raad van Discipline te Arnhem, 10 april 1995, Advocatenblad, 1996, 130).

2. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dient het advies van de Deken te worden ingewonnen voordat in rechte een beroep als vorenbedoeld wordt gedaan (Hof van Discipline, 2 april 1990, nr 1302, Advocatenblad, 1990, 663 ; Boekman, S., Het huidige advocatentuchtrecht, Zwolle, 1993, 95)."

Er dient opgemerkt dat hoewel er een beroepsgeheim bestaat in Nederland, er praktisch gesproken niet kan worden voorgehouden dat de vertrouwelijkheid van briefwisseling tussen advocaten bestaat ; de theoretische vertrouwelijkheid wijkt telkens voor een "ernstig" belang van de cliënt, en de Deken heeft niet het laatste woord betreffende de al dan niet overlegging in rechte vermits hij enkel een advies geeft.

3. Ter zake kunnen echter bezwaarlijk de Nederlandse regels toegepast worden omdat het probleem zich niet stelt tussen twee Nederlandse advocaten doch tussen een Nederlandse en een Belgische advocaat.

Dat de Nederlandse advocaat achteraf is opgevolgd door een Belgische advocaat maakt geen verschil uit vermits de briefwisseling moet beoordeeld worden naar haar officieel of vertrouwelijk karakter op het moment dat ze geschreven is, en niet op het moment waarop ze in rechte wordt geproduceerd.

4. Op betrekkingen tussen advocaten van verschillende landen is de gedragscode voor de Europese Gemeenschap goedgekeurd bij een reglement van de Nationale Orde van 12 oktober 1989 van toepassing.

Deze gedragscode is ook door de Nederlandse Nationale Orde (Nederlandse Orde van Advocaten) goedgekeurd, maar vindt toepassing op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaten binnen de Europese Gemeenschap.

Daaronder wordt verstaan (punt 1.5) : alle professionele contacten met advocaten uit andere lidstaten en activiteiten van een advocaat in een andere lidstaat ook al begeeft hij zich niet daarheen.

Het zijn dus niet de Nederlandse regels die ter zake van toepassing zijn, maar wel de C.C.B.E.-regels.

5. Regel 5.3.1 zegt het volgende :

"De advocaat, die aan een advocaat van een andere lidstaat een mededeling doet toekomen, die hij als 'vertrouwelijk' of als 'without prejudice' beschouwd wil zien, dient zijn wil daartoe duidelijk bij de verzending van die mededeling te kennen te geven."

5.3.2 :

"Indien het de geadresseerde niet mogelijk is de mededeling als 'vertrouwelijk' of 'without prejudice' te beschouwen, moet hij haar aan de afzender terug sturen zonder de inhoud ervan bekend te maken."

6. Uit deze regel blijkt dat de brieven die de Nederlandse advocaat aan zijn Belgische confrater heeft gestuurd en die geciteerd werden in de conclusies van de partij destijds door de Nederlandse advocaat vertegenwoordigd, officiële brieven zijn vermits in het kader van betrekkingen tussen advocaten van de Europese Unie de brieven steeds officieel zijn tenzij het vertrouwelijk karakter uitdrukkelijk wordt vermeld, wat in casu voor geen van deze brieven geschied is.

Ik besluit dus dat bedoelde briefwisseling officieel is en in rechte kan geproduceerd worden.

Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 775

Meer lezen

Advies 762

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen