Ga verder naar de inhoud

On­ver­e­nig­baar­he­den

Hieronder leest u de leidraad die de OVB heeft opgesteld over wat u mag verwachten als u een andere activiteit wil uitoefenen naast uw advocatenberoep en u uw stafhouder daarover informeert.

De Codex laat toe dat u, mits het naleven van enkele voorwaarden, andere activiteiten kan uitoefenen naast uw advocatenberoep. U moet dat, op enkele uitzonderingen na, minstens één maand op voorhand schriftelijk, omstandig en gedetailleerd melden aan uw stafhouder.

In de handleiding leest u wat u mag verwachten als uw stafhouder de activiteit prima facie als verenigbaar of onverenigbaar beschouwt. De nota bespreekt ook de bevoegdheid van de raad van de Orde indien u een andere activiteit uitoefent.

Dominique Dombret

Jurist deontologie
Dominique Dombret

Deel dit artikel

Werkwijze bij melding van andere ac­ti­vi­tei­ten

De algemene vergadering keurde op 19 december 2018 het reglement tot wijziging van ‘Afdeling I.2.5 Onverenigbaarheden’ en ‘Deel IV Advocaat treedt op in een andere hoedanigheid’ van de Codex Deontologie voor Advocaten (hierna: “de Codex”), goed. Het reglement werd in de Codex opgenomen onder de artikelen 11e.v. en trad in werking op 15 april 2019.

Met het oog op de modernisering van het beroep van advocaat wordt de principiële onverenigbaarheid van andere activiteiten met het beroep van advocaat omgedraaid. De advocaat die een andere activiteit wil uitoefenen, dient dat – op enkele uitzonderingen na - minstens één maand op voorhand schriftelijk, omstandig en gedetailleerd te melden aan zijn stafhouder.

Hieronder biedt de OVB de stafhouders een leidraad voor het geval zij door een advocaat in kennis worden gesteld van zijn voornemen om een andere activiteit uit te oefenen. Het volgen van een uniforme werkwijze is wenselijk.

De andere activiteit wordt nog niet uitgeoefend (artikel 11bis van de Codex)

Bevoegdheid van de stafhouder

De stafhouder ontvangt de schriftelijk, omstandig en gedetailleerd omschreven melding van de andere activiteit die een advocaat wenst uit te oefenen naast zijn advocatenberoep. De advocaat licht tevens toe dat hij bij de uitoefening van die activiteit de kernwaarden van de advocatuur naleeft en het publieke vertrouwen in de advocatuur niet in het gedrang brengt (artikel 11bis van de Codex). Op grond hiervan adviseert de stafhouder dat de gemelde activiteit prima facie verenigbaar, dan wel onverenigbaar lijkt te zijn met het beroep van advocaat. Het standpunt van de stafhouder is niet bindend.

  1. De stafhouder meent dat de activiteit prima facie verenigbaar is met het beroep van advocaat.

    Hoewel artikel 11bis van de Codex niet bepaalt dat de stafhouder de advocaat dient te informeren over zijn standpunt betreffende de verenigbaarheid van de andere activiteit met het beroep van advocaat, komt het wenselijk voor dat hij toch de advocaat hiervan in kennis stelt. Aangezien de visie van de stafhouder niet bindend is, kan de advocaat hieruit geen rechten putten. Het biedt hem geen rechtszekerheid. De stafhouder vermeldt dit in zijn brief aan de advocaat. Deze laatste kan de stafhouder niet verzoeken om de vraag voor te leggen aan de raad van de Orde ten einde een bindend oordeel te kennen over de verenigbaarheid van zijn voorgenomen activiteit met het beroep van advocaat. De raad kan evenmin worden verzocht advies te verstrekken als de activiteit nog niet wordt uitgeoefend. De raad is in beide gevallen ‘besmet’ mocht de stafhouder later (wanneer de activiteit wordt uitgeoefend) het dossier voor de raad brengen.

    Pas wanneer de advocaat de activiteit uitoefent zal de raad van de Orde zich hierover conform artikel 437, tweede lid Ger. W. in een procedure zoals in tucht, kunnen buigen en een bindende beslissing kunnen uitvaardigen.
  2. De stafhouder meent dat de activiteit prima facie onverenigbaar is met het beroep van advocaat.

    De stafhouder deelt dit mee aan de advocaat en adviseert hem om af te zien van de uitoefening van de andere activiteit. De advocaat kan niet worden verhinderd om de voorgenomen activiteit aan te vatten; de activiteit kan pas worden verboden als ze effectief wordt uitgeoefend.

    Wanneer de advocaat beslist om de voorgenomen activiteit toch uit te oefenen, kan de stafhouder ambtshalve het dossier voorleggen aan de raad van de Orde. De verder te volgen procedure leest u hieronder in punt 2 ‘De andere activiteit wordt reeds uitgeoefend’.
  3. De stafhouder kan geen beroep doen op de adviesprocedure van artikel 11quinquies van de Codex. Alleen de raad van de Orde kan voor de toepassing van artikel 437, tweede lid Ger. W. – wat betekent dat de activiteit reeds wordt uitgeoefend - voorafgaand advies vragen aan de voorzitter van de Commissie Deontologie van de Orde van Vlaamse Balies.
  4. De stafhouder kan wel advies vragen aan de (voorzitter van) de Commissie Deontologie buiten de door artikel 11quinquies van de Codex voorgeschreven adviesprocedure.

De andere activiteit wordt uitgeoefend (artikel 437, tweede lid Ger. W.)

Bevoegdheid van de raad van de Orde

De raad van de Orde is uitsluitend bevoegd in de hypothese dat de advocaat de andere activiteit reeds uitoefent. Volgens artikel 437, tweede lid Ger. W. dient de procedure zoals in tucht te worden gevolgd (artikelen 197 – 205 van de Codex).

Alleen de stafhouder kan de vraag omtrent de onverenigbaarheid voorleggen aan de raad van de Orde. De betrokken advocaat kan wel zelf om zijn weglating verzoeken indien hij een activiteit uitoefent die onverenigbaar is met het beroep van advocaat.

De raad van de Orde beslist in een met redenen omklede beslissing. De raad kan beslissen dat de uitgeoefende activiteit verenigbaar, dan wel onverenigbaar is met het beroep van advocaat. In geval van twijfel kan de raad van de Orde advies vragen aan de voorzitter van de Commissie Deontologie van de Orde van Vlaamse Balies (artikel 11quinquies, tweede lid van de Codex). Dit advies is niet bindend voor de raad van de Orde.

  1. De raad van de Orde oordeelt dat de activiteit verenigbaar is met het beroep van advocaat.

    De raad kan overeenkomstig artikel 11ter van de Codex het uitoefenen van de andere activiteit onderwerpen aan voorwaarden, zoals het onderbrengen van de activiteit in een afzonderlijke vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
  2. De raad van de Orde oordeelt dat de activiteit onverenigbaar is met het beroep van advocaat.

    Indien de raad van oordeel is dat de uitgeoefende activiteit onverenigbaar is met het beroep van advocaat spreekt hij de weglating uit. De advocaat kan hiertegen beroep instellen bij de tuchtraad van beroep.
  3. De raad van de Orde wenst het advies van de voorzitter van de Commissie Deontologie over de vraag of de andere activiteit al dan niet verenigbaar is.

    Overeenkomstig artikel 11quinquies, tweede lid van de Codex kan de raad van de Orde een voorafgaand, niet-bindend advies vragen aan de voorzitter van de Commissie Deontologie van de Orde van Vlaamse Balies.

    De advocaat wordt schriftelijk geïnformeerd over dit advies. Hij krijgt de gelegenheid om zijn opmerkingen schriftelijk te bezorgen aan de voorzitter van de Commissie Deontologie. Hierna neemt de raad een beslissing.

Hoewel artikel 11quinquies, eerste lid van de Codex voorschrijft dat de raad van de Orde zijn beslissingen overmaakt aan de Orde van Vlaamse Balies, vraagt de OVB trimestrieel zowel de beslissingen van de raad van de Ordes (artikel 437, tweede lid Ger. W.) op, als de meldingen die werden gedaan aan de stafhouders en het gevolg dat zij hieraan hebben gegeven (artikel 11bis van de Codex).

Om een zekere uniformiteit na te streven worden de activiteiten geïnventariseerd en trimestrieel meegedeeld op de vergadering van de commissie stafhouders. Die lijst en de geanonimiseerde adviezen verstrekt door de voorzitter van de Commissie Deontologie conform artikel 11quinquies van de Codex, zullen tevens gepubliceerd worden op het privaat luik van de website van de Orde van Vlaamse Balies.

Nog vragen? Onze specialisten ter zake

Ontdek alle medewerkers

Dominique Dombret

Jurist deontologie

Merve Köse

Jurist deontologie

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie Rechten van de mens
donderdag 25 januari 2024

Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens: een steun voor klokkenluiders

Recente wetten versterken de bescherming van klokkenluiders in Belgische privébedrijven en de federale publieke sector. Deze wetten, voortkomend uit een Europese richtlijn, bieden niet alleen bescherming maar ook diverse vormen van ondersteuning via het onafhankelijke Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM). Advocaten en advocatenkantoren die geïnteresseerd zijn in de verdediging van klokkenluiders worden opgeroepen om zich bij het FIRM te melden.

Meer lezen
Deontologie Fiscaal recht
donderdag 11 januari 2024

Nieuwjaarsgeschenk van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft op 11 januari 2024 opnieuw het beroepsgeheim van de advocaat beschermd in een bevestiging van zijn eerdere DAC6-rechtspraak. Ditmaal handelen de arresten over de omzettingsregelgeving op federaal niveau en op het niveau van de Franstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meer lezen
Deontologie
woensdag 15 november 2023

Individueel e-mailadres voortaan verplicht

Advocaten moeten vanaf nu bereikbaar zijn via een (individueel) e-mailadres. Dat besliste onze algemene vergadering.

Meer lezen
Deontologie
donderdag 12 oktober 2023

OVB waarschuwt voor platform 'starofservice.be'

Het platform “starofservice.be” beweert via het internet vragers en aanbieders van ‘diensten’ met elkaar in contact te brengen. Er is ernstige twijfel over het bonafide karakter ervan, zodat de OVB elke samenwerking afraadt. Samenwerking kan bovendien zware deontologische inbreuken opleveren.

Meer lezen
Tucht
donderdag 24 augustus 2023

Onrechtmatig verzet niet langer mogelijk in procedures zoals in tucht

Onze algemene vergadering keurde op 8 februari 2023 een wijzigingsreglement goed dat voortaan (onder meer) de mogelijkheid biedt aan de raad van de Orde om verzet in procedures zoals in tucht ongedaan te verklaren. Dat reglement trad recent in werking.

Meer lezen
Deontologie Fiscaal recht
donderdag 20 juli 2023

Het Grondwettelijke Hof verdedigt opnieuw ons beroepsgeheim bij DAC6

Het Grondwettelijke Hof heeft vandaag opnieuw uitspraak gedaan met betrekking tot een Vlaams decreet dat de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen regelt. Het Hof respecteert opnieuw het beroepsgeheim van ons beroep.

Meer lezen
Deontologie Witwaspreventie
vrijdag 09 juni 2023

OVB waarschuwt voor opleiding witwaspreventie door SwiftSkills

We vernamen dat SwiftSkills, een e-learning platform, advocaten via een misleidend e-mailbericht aanspoort om deel te nemen aan een opleiding over hun verplichtingen onder de wet van 18 september 2017 ‘tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten’ (WPW).

Meer lezen
Deontologie Stage
donderdag 08 juni 2023

Advocaten-stagiairs vrijgesteld van punten permanente vorming

Advocaten-stagiairs zijn voortaan vrijgesteld van het behalen van punten permanente vorming gedurende hun eerste drie jaar baliestage. Dat besliste onze algemene vergadering op 31 mei 2023.

Meer lezen
Deontologie
donderdag 08 juni 2023

Individueel e-mailadres wordt verplicht

Advocaten moeten voortaan bereikbaar zijn via een (individueel) e-mailadres. Dat besliste onze algemene vergadering.

Meer lezen