Advies 781
Een advocaat die optreedt als erkend bemiddelaar blijft in beginsel onderworpen aan zowel de advocatendeontologie als de deontologie van de bemiddelaar, waarbij de specifieke regels van de bemiddeling voorrang hebben wanneer zij inherent zijn aan de bemiddelingsopdracht.
Een witwasmeldplicht ontstaat enkel wanneer de advocaat-bemiddelaar een activiteit verricht die onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet valt; in dat geval verloopt de melding niet rechtstreeks aan de CFI maar via de stafhouder.
Advies 780
De vraag rijst of gegevens die onder beroepsgeheim vallen doch die personen zelf toevertrouwen aan een AI-module, op die wijze hun vertrouwelijk karakter verliezen en of advocaten die deze stukken op de beschreven wijze in bezit krijgen, zich dienen te onthouden om deze aan te wenden voor zover hen dit bekend is / kan zijn.
Het beroepsgeheim beschermt de communicatie tussen advocaat en cliënt, maar strekt zich niet zonder meer uit tot persoonlijke ontwerpen van brieven of prompts die een partij in een artificiële-intelligentietoepassing invoert.
Advies 772 bis
De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.
De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.
Ook de activiteit van stagiair zelfstandige is een activiteit als handelaar, die overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar is met het beroep van advocaat, ook al zou conventioneel of na instructie door de raad van de Orde worden afgezien van het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van een derdenrekening.
Advies onverenigbaarheden nr. 8 bis
De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.
De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.
Ook de activiteit van stagiair zelfstandige is een activiteit als handelaar, die overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar is met het beroep van advocaat, ook al zou conventioneel of na instructie door de raad van de Orde worden afgezien van het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van een derdenrekening.
Advies 779
Het is niet noodzakelijk dat een advocaat het bemiddelingsprotocol mee ondertekent om gehouden te zijn tot de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid geldt immers van rechtswege en de advocaat heeft bovendien een eigen beroepsgeheim.
Advies 778
Krachtens art. 11 CDA moet een advocaat bij het uitoefenen van een nevenactiviteit zijn onafhankelijkheid, beroepsgeheim en integriteit vrijwaren en elk belangenconflict vermijden (zodat het vertrouwen in de advocatuur niet wordt geschaad).
Voorts laat art. 11bis CDA het optreden als arbiter uitdrukkelijk toe als verenigbaar met het beroep van advocaat en verbiedt art. 11quater CDA dat een advocaat optreedt als raadsman in geschillen die zijn andere activiteit betreffen, behoudens toegelaten uitzonderingen en onverminderd art. 11 CDA, terwijl art. 437, 4° Ger.W. deze kernwaarden van onafhankelijkheid en waardigheid eveneens wettelijk verankert.
In casu wordt geen schending van deze deontologische normen vastgesteld.
Advies 777
Wanneer levenspartners als advocaten tegenover elkaar staan, ontstaat er een belangenconflict dat ingevolge art. 17bis Codex Deontologie voor Advocaten het ganse kantoor treft, en de advocaat dient zijn onafhankelijkheid – ook naar perceptie toe – te vrijwaren overeenkomstig art. 2 CDA.
Op zich bestaat er geen deontologisch verbod voor een advocaat om op een welbepaalde aanbesteding in te schrijven, maar hij moet dossier per dossier de situatie beoordelen en – zodra blijkt dat zijn levenspartner (of diens kantoor) zijn tegenstrever is of zal worden – de opdracht weigeren of zich uit het dossier terugtrekken.
Advies 776
Art. 30bis RSZ-wet en art. 53–59 Wetboek Minnelijke en Gedwongen Invordering leggen weliswaar een inhoudingsplicht op aan opdrachtgevers (factuurbetalers) bij fiscale of sociale schulden van een (onder)aannemer, maar deze wettelijke verplichting rust niet op de advocaat die als lasthebber via zijn derdenrekening voor de cliënt gelden int.
De deontologie vereist krachtens art. 134 Codex Deontologie voor Advocaten dat de advocaat ontvangen derdengelden onverwijld aan de rechthebbende (de cliënt) doorstort en verbiedt hem zonder juridische grond bedragen voor derden in te houden.
Zolang geen bevel of beslag is betekend, bestaat noch wettelijk, noch deontologisch een inhoudings- of doorstortingsplicht.
Advies 774
Krachtens artikel 47 e.v. WPW ontstaat voor een advocaat slechts een meldingsplicht indien hij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen of een verrichting verband houden met witwassen of terrorismefinanciering – niet louter wegens een contante betaling boven € 3.000 of een ander basismisdrijf – terwijl artikel 53 WPW bepaalt dat informatie die een advocaat van of over een cliënt verneemt bij het bepalen van diens rechtspositie of in het kader van een rechtsgeding onder het beroepsgeheim valt en dus is vrijgesteld van melding.
In casu heeft mr. X de informatie over de cashbetaling van € 45.000 van zijn cliënten verkregen bij het bepalen van hun rechtspositie (d.i. in het kader van juridische bijstand), zodat het beroepsgeheim (art. 53 WPW) van toepassing is en primeert op de meldingsplicht, met als gevolg dat in de gegeven omstandigheden geen melding moet worden gedaan.
Advies 775
Het is thans gangbaar en niet strijdig met artikel 113 CDA dat in mails aan de cliënt het corpus wordt gevoegd van de vertrouwelijke mededeling die van de tegenstrever ontvangen werd of van de mail die aan de tegenstrever werd verzonden. Het verdient aanbeveling om daarbij steeds uitdrukkelijk te melden dat het een uittreksel betreft uit een vertrouwelijke brief en dat het vertrouwelijk karakter ervan moet geëerbiedigd blijven.
Advies 772
De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.
De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.
Advies onverenigbaarheden nr. 8
De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.
De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.