Deontologie-advies Advies 775
Het is thans gangbaar en niet strijdig met artikel 113 CDA dat in mails aan de cliënt het corpus wordt gevoegd van de vertrouwelijke mededeling die van de tegenstrever ontvangen werd of van de mail die aan de tegenstrever werd verzonden. Het verdient aanbeveling om daarbij steeds uitdrukkelijk te melden dat het een uittreksel betreft uit een vertrouwelijke brief en dat het vertrouwelijk karakter ervan moet geëerbiedigd blijven.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Erica Caluwaerts
Vraag
Een stafhouder vraagt of het, gelet op de vertrouwelijkheid van de briefwisseling tussen advocaten, toegestaan is dat een advocaat zijn cliënte aanschrijft met daarin de opgave van een brief die hij aan een confrater zendt.
Advies
De briefwisseling tussen advocaten in hun hoedanigheid van raadsman van een partij is in regel vertrouwelijk (art. 113 CDA). Deze vertrouwelijkheid vindt zijn grondslag in het beroepsgeheim van de advocaat. Door de vertrouwelijke correspondentie kunnen de advocaten elkaar deelachtig maken aan vertrouwelijke informatie die tot het beroepsgeheim behoort.
Om het standpunt van de cliënt te kunnen vernemen moet deze uiteraard wel de inhoud kennen van de boodschap van de wederpartij of van de voorstellen die, zelfs vertrouwelijk, door de tegenstrever worden geformuleerd.
Waar vroeger, toen nog per brief werd gecommuniceerd, vaak een doorstreepte kopie zonder briefhoofd van de brief van de tegenstrever werd bezorgd aan de eigen cliënt, is het thans gangbaar dat in mails aan de cliënt het corpus wordt gevoegd van de vertrouwelijke mededeling die van de tegenstrever ontvangen werd of van de mail die aan de tegenstrever werd verzonden.
Om de confidentialiteit te bewaken verdient het aanbeveling om daarbij steeds uitdrukkelijk te melden dat het een uittreksel betreft uit een vertrouwelijke brief en dat het vertrouwelijk karakter ervan moet geëerbiedigd blijven.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering