Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 781

Een advocaat die optreedt als erkend bemiddelaar blijft in beginsel onderworpen aan zowel de advocatendeontologie als de deontologie van de bemiddelaar, waarbij de specifieke regels van de bemiddeling voorrang hebben wanneer zij inherent zijn aan de bemiddelingsopdracht. 

Een witwasmeldplicht ontstaat enkel wanneer de advocaat-bemiddelaar een activiteit verricht die onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet valt; in dat geval verloopt de melding niet rechtstreeks aan de CFI maar via de stafhouder. 

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

De vraag rijst of wettelijk erkende bemiddelaars die ook advocaat zijn en als bemiddelaars onderworpen zijn aan de deontologie van de bemiddelaar, daarnaast en daarbovenop ook onderworpen zijn, tijdens en naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht als bemiddelaar, aan de deontologie van de advocaat.

In voorkomend geval en indien zich dus een cumul van deontologische regels voordoet, stelt zich de vraag welke deontologische regels de bovenhand hebben. Meer bepaald stelt zich de vraag of de advocaat-bemiddelaar wanneer hij in het kader van een bemiddeling geconfronteerd wordt met een vermoeden van witwas (Wet van 18.09.2017), een meldplicht heeft zoals beperkt tot de geviseerde activiteiten (art. 47 juncto 52 Abw), dan wel een niet-beperkte meldplicht en of wanneer er een meldplicht zou zijn de advocaat-bemiddelaar zich eerst tot zijn Stafhouder dient te wenden, dan wel hij zoals een meldingsplichtige niet-advocaat de melding rechtstreeks dient te gebeuren aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Advies

De advocaat-bemiddelaar blijft in beginsel onderworpen aan de advocaten-deontologie. Hij blijft ook bij de uitoefening van bepaalde andere functies onderworpen aan de kernwaarden van het beroep (onafhankelijkheid, waardigheid, integriteit, beroepsgeheim enz.), tenzij die regels onverenigbaar zijn met de aard van het uitgeoefende mandaat. Dat uitgangspunt vindt men ook terug voor andere functies die advocaten opnemen. Zo bepaalt art. 162 CDA voor gerechtelijke mandatarissen expliciet dat de advocaat onderworpen blijft aan de deontologie van de advocaat, tenzij die onverenigbaar is met het mandaat.

Het wettelijk en deontologisch kader van de bemiddelaar kent dus toepassing cumulatief met de algemene deontologie van de advocaat en het bijzondere statuut van de bemiddelaar krijgt voorrang voor aangelegenheden die eigen zijn aan de bemiddelingsopdracht.

Voor de bepaling van de gevolgen hiervan voor wat de witwasmeldplicht betreft, dient te worden nagegaan in welke hoedanigheid de advocaat handelt op het ogenblik dat hij kennis krijgt van de verdachte informatie.

De witwasregeling is immers niet op alle activiteiten van een advocaat van toepassing. Een meldingsplicht ontstaat eerst wanneer de advocaat optreedt in het kader van de activiteiten die door de wet en art. 67 CDA worden geviseerd.

Of een bemiddelingsopdracht een "onderworpen activiteit" is, hangt af van de aard van de bemiddelingsopdracht.

Voor advocaten geldt een beperkt en specifiek toepassingsgebied. De CFI-lijst vermeldt advocaten slechts “in de omstandigheden vermeld in artikel 5, § 1, 28°”.  Zij vallen onder art. 5, § 1, 28° wanneer zij hun cliënten bijstaan bij de voorbereiding of uitvoering van bepaalde verrichtingen, zoals aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven, beheer van geld, waardepapieren of andere activa, opening of beheer van bankrekeningen, organisatie van inbrengen voor vennootschappen, oprichting/beheer van trusts, vennootschappen, stichtingen of soortgelijke structuren, of wanneer zij in naam en voor rekening van hun cliënt handelen in financiële of vastgoedtransacties. Art. 36 van de witwasbijlage bij de CDA bepaalt dat de advocaat enkel bij de uitoefening van de activiteiten opgesomd in artikel 67 CDA aan de stafhouder meldt wanneer hij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen, verrichtingen of feiten verband houden met witwassen of terrorismefinanciering.

Als de advocaat uitsluitend optreedt als neutrale bemiddelaar, treedt hij niet op als advocaat die een cliënt bijstaat of vertegenwoordigt. De bemiddelaar heeft geen cliënt in de klassieke zin maar begeleidt beide partijen neutraal. Het is daarom niet vanzelfsprekend dat de bemiddelingsactiviteit onder de in art. 5, §1, 28° WPW bedoelde advocatenactiviteiten valt. In dat geval is er doorgaans geen meldingsplicht. Als de advocaat daarentegen bij de bemiddelingsactiviteiten tegelijk een activiteit verricht die wél onder de WPW valt, zal de meldingsplicht wel gelden. Dat is o.a. het geval wanneer hij betrokken raakt bij vermogensstructurering, vastgoedtransacties, het beheer of de overdracht van vermogensbestanddelen of andere in de wet opgesomde activiteiten. Dan lijkt het ons dat hij als advocaat een "onderworpen entiteit" wordt in de zin van de WPW. In dat geval gelden de specifieke advocatenregels inzake melding.

Voor wat de vraag of de advocaat-bemiddelaar dan rechtstreeks aan de CFI, dan wel aan de stafhouder dient te melden, geldt het volgende. Het statuut van bemiddelaar van de advocaat verandert niets aan de geldende bepalingen van art. 70 CDA, overeenkomstig dewelke de advocaat die tijdens een onderworpen activiteit feiten vaststelt die wijzen op witwassen of terrorismefinanciering, de stafhouder daarvan onmiddellijk op de hoogte brengt. De stafhouder vervult vervolgens de filterfunctie ten aanzien van de CFI.

Besluit

Besluit

Een erkend bemiddelaar die tevens advocaat is, blijft dus in beginsel onderworpen aan de advocaten-deontologie naast de deontologie van de bemiddelaar. Bij een conflict krijgt de bemiddelingsregel voorrang voor zover zij inherent is aan de wettelijke opdracht van de bemiddelaar. Voor de witwaspreventiewet moet eerst worden onderzocht of de concrete bemiddelingsactiviteit onder het toepassingsgebied van de WPW valt. Indien dat niet het geval is, ontstaat geen meldingsplicht. Indien de activiteit wel onder de WPW valt, geldt voor de advocaat-bemiddelaar dezelfde regeling als voor andere advocaten: melding aan de stafhouder, die vervolgens oordeelt over de doorgifte aan de CFI. De voorliggende vraag situeert zich op het kruispunt van twee domeinen. Enerzijds rijzen er vragen omtrent de bescherming van vertrouwelijke informatie en het beroepsgeheim van de advocaat. Anderzijds stelt zich de vraag naar de rechtmatigheid van het verkrijgen van bepaalde stukken en de mogelijkheid om deze als bewijs aan te wenden in een gerechtelijke procedure. 

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 779

Meer lezen

Advies 774

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen