Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 774

Krachtens artikel 47 e.v. WPW ontstaat voor een advocaat slechts een meldingsplicht indien hij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen of een verrichting verband houden met witwassen of terrorismefinanciering – niet louter wegens een contante betaling boven € 3.000 of een ander basismisdrijf – terwijl artikel 53 WPW bepaalt dat informatie die een advocaat van of over een cliënt verneemt bij het bepalen van diens rechtspositie of in het kader van een rechtsgeding onder het beroepsgeheim valt en dus is vrijgesteld van melding.

In casu heeft mr. X de informatie over de cashbetaling van € 45.000 van zijn cliënten verkregen bij het bepalen van hun rechtspositie (d.i. in het kader van juridische bijstand), zodat het beroepsgeheim (art. 53 WPW) van toepassing is en primeert op de meldingsplicht, met als gevolg dat in de gegeven omstandigheden geen melding moet worden gedaan.

Auteur

Ben Claes

Jurist studiedienst
Ben Claes

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Deel dit artikel

Vraag

Een advocaat vraagt u of hij een verrichting moet melden aan de stafhouder op basis van de wet van 18 september 2017 ‘tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten’ (hierna: WPW).

U schetst de feiten als volgt:

  • Op 31 maart 2025 ondertekenden de cliënten van mr. X een onderhandse verkoopovereenkomst met als voorwerp de aankoop van een onroerend goed. Het goed werd door de verkoper aan hen verkocht voor vrij, zuiver en onbelast van alle schulden. Dit onroerend goed werd aangekocht met de bedoeling om er hun dochter en schoonzoon te laten wonen. Vervolgens blijkt dat het goed niet vrij en onbelast was maar dat er een bewarend beslag op werd gelegd door een aannemersbedrijf voor een zeer hoog bedrag.
  • De cliënten hebben zich vervolgens tot mr. X gewend om de uitvoering van de koop te benaarstigen. Mr. X stelde een dagvaarding op, waarin de uitvoering van de koopovereenkomst werd gevorderd en waarin tevens een vordering tot schadevergoeding werd gesteld namens de dochter en schoonzoon. De procedure is ingeleid en is hangende voor de rechtbank (met een verzoek tot voorlopige maatregelen in toepassing van art. 19.3 Ger.W., nl. verbod om het onroerend goed te vervreemden of te bezwaren).
  • Intussen hebben de cliënten van mr. X gemeld dat er een bedrag van € 45.000 cash werd betaald door hun schoonzoon aan de beslagleggende schuldeiser met de bedoeling om deze ertoe te brengen het beslag op het onroerend goed te lichten en de koop te kunnen laten realiseren. De bedoeling van de cliënten van mr. X is om dit bedrag op een of andere manier te recupereren door haar tussenkomst.

Het is volgens u duidelijk dat hier een overtreding plaatsvond van het verbod op cashbetalingen bij transacties met onroerend goed. U vraagt zich of mr. X de cashbetaling moet melden aan de stafhouder en of u die melding vervolgens dient door te geven aan de CFI, gelet op het beroepsgeheim van mr. X.

Advies

Vooreerst merk ik op dat artikel 67 WPW over de beperking op het gebruik van contanten een autonome bepaling is. Dat een betaling in contanten het bedrag van € 3000 overstijgt maakt dit dus niet ipso facto tot een meldingsplichtig feit. Er bestaat geen algemene meldingsplicht voor omvangrijke betalingen in contanten. De meldingsplicht dwingt ook niet om ieder strafbaar feit te melden: niet het basismisdrijf waaruit illegale geldmiddelen voortvloeien is meldingsplichtig, wel het witwasmisdrijf dat daarop volgt. Dat is in essentie de strekking van artikel 47 WPW. Volgens die bepaling is een advocaat pas meldings-plichtig als hij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat de geldmiddelen, ongeacht het bedrag, of de cashbetaling als verrichting verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. De advocaat moet daarbij niet de onderliggende criminele activiteiten identificeren: een vermoeden dat de geldmiddelen een illegale herkomst hebben en thans het voorwerp uitmaken van een witwasoperatie, volstaat.

Mr. X moet nagaan of er in dit dossier niet eerder sprake is van een niet-meldingsplichtig basismisdrijf in plaats van een meldingsplichtig vermoedelijk witwasmisdrijf.

Voor zover mr. X meent dat er sprake is van een meldingsplichtig witwasmisdrijf, moet mr. X (en uzelf in een navolgende fase) of artikel 53 WPW niet van toepassing is. Die bepaling luidt als volgt:

“In afwijking van de artikelen 47, 48 en 54, delen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, de informatie en inlichtingen in genoemde artikelen niet mee, in het geval zij deze van één van hun cliënten ontvangen of over één van hun cliënten verkrijgen wanneer zij de rechtspositie van deze cliënt bepalen, dan wel die cliënt in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen, tenzij de bedoelde onderworpen entiteiten zelf hebben deelgenomen aan de witwasactiviteiten of de activiteiten voor financiering van terrorisme, zij juridisch advies voor witwasdoeleinden of voor financiering van terrorisme hebben verstrekt, of zij weten dat hun cliënt juridisch advies wenst voor witwasdoeleinden of voor financiering van terrorisme.”

Uit uw feitenrelaas leid ik af dat mr. X de informatie over de cashbetaling ontvangt ‘van’ de cliënten bij het bepalen van hun rechtspositie, namelijk nagaan of het mogelijk is om dit bedrag van € 45.000 te recupereren. Volgens mij is het beroepsgeheim dus van toepassing, zodat mr. X niet meldingsplichtig is. Als mr. X toch tot melding zou overgaan, en u van oordeel bent dat het beroepsgeheim inderdaad van toepassing is, dan mag u die melding niet aan de CFI overmaken (artikel 52 juncto artikel 53 WPW). U documenteert dan uw zienswijze op omstandige manier in een schriftelijk rapport met toevoeging van een geanonimiseerde samenvatting van de feiten van de melding.

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 699

Meer lezen

Advies 696

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen