Advies 404
Het samenbrengen van advocaten met mogelijke cliënten is als dusdanig niet verboden. Het feit dat een vergoeding wordt gevraagd voor dergelijke ontmoetingen verandert hier in beginsel niets aan
Advies 395
Toepassing van artikel 2, eerste lid, 3° van het reglement betreffende het overleggen van briefwisseling tussen advocaten: brieven tussen advocaten verliezen hun vertrouwelijk karakter verliezen, zodat ze zonder toelating van de stafhouder mogen overgelegd worden wanneer ze bevatten: “elke mededeling en zonder voorbehoud en niet-vertrouwelijk gedaan, ten verzoeke van een partij, om er kennis van te geven aan een andere partij, op voorwaarde dat de geadresseerde ze uitdrukkelijk aanvaardt als zijnde niet-vertrouwelijk” - in principe is de toelating van de stafhouder niet vereist om niet-vertrouwelijke brieven neer te leggen, voor zover deze brieven een niet-vertrouwelijk karakter hebben overeenkomstig het reglement. Het is slechts wanneer discussie ontstaat tussen de betrokken advocaten dat de stafhouder(s) moet tussenkomen om te beslissen.
Advies 392
Het is niet onconfraterneel om een vonnis of een arrest te betekenen. Er moet een redelijke termijn gegeven worden aan de tegenpartij om vrijwillig te regelen, maar deze termijn kan niet blijvend worden getrokken - artikel 10 van het reglement confraterniteit: de advocaat geeft steeds aan de betrokken advocaten kennis van het feit dat hij opdracht geeft om een gerechtelijke beslissing te laten betekenen en dit uiterlijk gelijktijdig met deze opdracht - het woord “steeds” duidt erop dat de advocaat zijn tegenstrever moet verwittigen van het feit dat hij het vonnis of arrest ter betekening overmaakt aan de gerechtsdeurwaarder, ook wanneer hij vooraf reeds had aangekondigd dat hij dit zou doen bij gebreke van betaling binnen een bepaalde termijn - kennisgeving “uiterlijk” gelijktijdig met de opdracht: zo vermijden dat een advocaat die verwittigt dat hij betekent en slechts enkele dagen later de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder overmaakt, een inbreuk pleegt op het reglement. Er mag evenwel geen langere periode zitten tussen de aankondiging van de betekening en de opdracht daartoe, omdat anders de tegenstrever dreigt te worden misleid - een advocaat mag laten overgaan tot betekening wanneer hij geen door de tegenpartij zelf ondertekende akte van berusting heeft bekomen.
Advies 394
Uit artikel 2 en artikel 5 van het reglement briefwisseling wordt afgeleid dat de stafhouder enkel nagaat of formeel voldaan is aan de voorwaarden van artikel 2, eerste lid, 4°, met name of de ene advocaat een voorstel gedaan heeft uit naam van een partij en de andere advocaat dit voorstel onvoorwaardelijk heeft aanvaard uit naam van een andere partij. De stafhouder oordeelt daarbij niet over de civielrechtelijke gevolgen van de brieven die op die wijze een niet-vertrouwelijk karakter krijgen. De partijen behouden dus de vrijheid om voor de rechter te argumenteren dat er geen akkoord tot stand kwam, dat het voorstel berustte op een materiële vergissing of dat het akkoord op een andere wijze zou moeten worden geïnterpreteerd.
Advies 391
Een Nederlandse advocaat kan in België een vennootschap oprichten waarvan hijzelf samen met zijn Nederlandse advocatenvennootschap aandeelhouder is op voorwaarde dat minstens één van de vennoten ingeschreven is aan een Vlaamse balie. Die vennoot kan een Belgische of een Nederlandse advocaat zijn. Het volstaat niet dat een advocaat-medewerker van het advocatenkantoor ingeschreven is aan een Vlaamse balie - indien een Nederlandse advocaat zich inschrijft aan een Vlaamse balie, dient hij te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 477bis-nonies Ger. W.
Advies 386
Een advocaat mag zichzelf of een kantoorgenoot in een verzoekschrift tot aanstelling van een gerechtelijk mandataris voordragen als gerechtelijk mandataris – advocaat moet cliënt voldoende informeren over de draagwijdte en de houding van de gerechtelijk mandataris.
Advies 390
De advocaat mag zaken behandelen voor een cliënt wanneer hij de opdracht daartoe ontvangt van een derde, mits hij conform het reglement betreffende het mandaat dat de advocaat niet rechtstreeks van zijn cliënt ontvangt, een aantal zaken in acht neemt: hij moet er zich o.m. van vergewissen dat hij een mandaat heeft van de cliënt en eens hij dit mandaat heeft, moet hij ook daadwerkelijk optreden als raadsman en niet als een naamlener - een advocaat kan enkel een andere advocaat vervangen en niet een zakenkantoor dat krachtens art.728 §4 Ger. W. immers niet kan optreden
Advies 389
Er bestaat geen absoluut verbod om op te treden tegen een vroegere cliënt of tegen iemand uit de vriendenkring. Voor elke zaak afzonderlijk moet in concreto worden nagegaan of dit optreden een potentiële schending van het beroepsgeheim met zich meebrengt, of de advocaat volledig onafhankelijk kan optreden en of het optreden van de advocaat niet als onkies kan worden beschouwd.
Advies 384
De advocaat mag zijn opdracht slechts uitvoeren indien hij een mandaat van de cliënt bekomt, dan wel indien de opdrachtgever door de cliënt behoorlijk werd gemandateerd om een advocaat aan te wijzen -de advocaat moet zich vergewissen van de goede trouw van de derde en of er met betrekking tot de zaak waarvoor hij wordt aangesteld geen strijdige belangen bestaan tussen de opdrachtgever en de cliënt
Advies 388
Voor de beoordeling van de vraag of bepaalde briefwisseling tussen advocaten niet-vertrouwelijk is bij toepassing van art. 2, eerste lid, 4° van het reglement moet de stafhouder enkel formeel nagaan of er tussen de betrokken advocaten, handelende namens hun respectieve cliënten, een akkoord tot stand kwam, met name een voorstel of aanbod en een onvoorwaardelijke aanvaarding. Eens deze vaststelling is gemaakt, moet de stafhouder beslissen dat de desbetreffende briefwisseling niet-vertrouwelijk is. Het is niet de taak van de stafhouder om zich uit te spreken over de draagwijdte van het akkoord, noch over de vraag of de cliënt gebonden is door het akkoord afgesloten via de advocaten. Dit is de betekenis van art. 5 van het reglement.
Advies 385
Het gebruik van faxen voor specifiek aan een natuurlijke persoon gerichte reclame is verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschap. Er is geen algemeen verbod van reclame via fax aan rechtspersonen (waaronder bv. een advocatenvennootschap)
Advies 382
Een rechter kan de advocaat bevelen vertrouwelijke brieven voor te leggen, maar een advocaat mag zijn beroepsgeheim niet schenden, ook niet wanneer een rechter hem dit zou bevelen – mogelijke tuchtrechtelijke vervolging - een voogd ad hoc handelt niet in de hoedanigheid van advocaat. Om die reden is het beroepsgeheim van de voogd ad hoc niet gelijk aan het beroepsgeheim van de advocaat en is briefwisseling tussen een advocaat en een voogd ad hoc in principe niet vertrouwelijk. Een advocaat kan zijn beroepsgeheim dus niet delen met een voogd ad hoc.