Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

777 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 777 items op pagina 18 van de 65.
maandag 07 november 2016

Advies 581

1. De uitzonderingen op de vertrouwelijkheid van briefwisseling zijn limitatief opgesomd in artikel 114 van de Codex en moeten restrictief toegepast worden. Als een uitzondering in artikel 114 van de Codex enkele cumulatieve voorwaarden voorschrijft, moeten deze allemaal zonder meer vervuld zijn.

Uitzondering van artikel 114, § 3: volgens deze bepaling moet de mededeling niet-vertrouwelijk zijn. Hoewel hiervoor geen ‘sacramentele bewoordingen’ vereist zijn, moet het officieel karakter duidelijk uit de mededeling blijken. De context van de brief kan niet in aanmerking genomen worden om daaruit af te leiden dat hij niet-vertrouwelijk bedoeld was.
‘Ten verzoeke van een partij’ (art. 114, § 3): de inhoud van de brief moet bestemd zijn voor de tegenpartij zelf en mag niet gericht zijn aan de tegenstrever persoonlijk. Brieven waarin een advocaat zijn tegenstrever persoonlijk aanspreekt, blijven vertrouwelijk. Bovendien kan in een dergelijke brief de advocaat niet zijn persoonlijk standpunt weergeven.

2. Artikel 115 van de Codex: de stafhouder moet erop toezien dat een advocaat geen misbruik maakt van het feit dat bepaalde briefwisseling vertrouwelijk moet blijven. Het betekent niet dat de stafhouder om billijkheids- of opportuniteitsreden zou kunnen afwijken van de regels volgens dewelke brieven vertrouwelijk dan wel niet-vertrouwelijk zijn.

Meer lezen
maandag 03 oktober 2016

Advies 578

Wanneer een advocaat mogelijk een fout heeft begaan in een echtscheidingsdossier en een aansprakelijkheidsonderzoek op dit dossier betrekking heeft, gaat het om een andere zaak en is er geen sprake van een opvolging.

Meer lezen
donderdag 15 september 2016

Advies 580

Niet-gepubliceerde rechtspraak moet meegedeeld worden indien het als stuk wordt aangewend. Zelfs gepubliceerde rechtspraak moet meegedeeld worden wanneer het verschenen is in derwijze gespecialiseerde vakbladen die in normale bibliotheken niet kunnen geraadpleegd worden.

Meer lezen
dinsdag 06 september 2016

Advies 579

Indien de raad van de Orde ingaat op de vraag van een advocaat tot weglating, moet hij niet opgeroepen worden. Indien de raad van de Orde zou weigeren in te gaan op het verzoek van de advocaat tot weglating, moet hij wel de mogelijkheid krijgen om zijn vraag toe te lichten en zich te verantwoorden.
Artikel 196 van de Codex - verzoek tot heropname kan behandeld worden via een procedure zoals in tucht.

Meer lezen
dinsdag 30 augustus 2016

Advies 577

Artikel III.2.4.2 vereist een brief van de advocaat waarbij hij onvoorwaardelijk een aanbod van zijn tegenstrever aanvaardt. Daartoe dient de advocaat gemandateerd te zijn door zijn cliënt. Deze onvoorwaardelijke aanvaarding beëindigt het geschil zodat de rechter hiervan zelfs geen kennis moet krijgen.

Wanneer briefwisseling wordt overgelegd door advocaten met toestemming van de stafhouder(s) heeft de rechtbank nog de plicht na te gaan of de stafhouders zich niet hebben vergist of in de mate dat er geen toestemming nodig is, het reglement wel correct werd toegepast. De schending van het reglement is een zelfstandige grond tot cassatie. Dit houdt evenwel niet in dat de rechtbank een “beroepsinstantie” zou zijn van de stafhouder.


Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 570

Een advocaat zetelt als werkend magistraat en niet als plaatsvervangend vrederechter. Het betreft een absolute onverenigbaarheid waarover de raad van de Orde moet oordelen, maar waarvan zij geen vrijstelling kan verlenen. De onverenigbaarheid is ingegeven door de onafhankelijkheid van de advocaat en de waardigheid van de balie

De onafhankelijkheid vereist dat het de taak van de advocaat is om elke mogelijkheid tot verwarring met zijn optreden in hoedanigheid van magistraat, te vermijden en dit zowel in hoofde van zijn cliënt als van derden. Wanneer men enerzijds als advocaat optreedt voor een partij in een bepaald dossier en anderzijds als magistraat oordeelt, geoordeeld heeft of nog te oordelen heeft over de tegenpartij van zijn cliënt - ook al is dat in een ander dossier - creëert men verwarring tussen de twee hoedanigheden waarin men optreedt met betrekking tot eenzelfde partij. Dergelijke verwarring moet vermeden worden door de advocaat; zelfs de enkele mogelijkheid tot verwarring volstaat om terughoudend te zijn. Enige schijn van een gebrek aan onafhankelijkheid volstaat.
De onafhankelijkheid van de advocaat vereist tevens enerzijds dat hij kritisch de rechtspraak benadert en de door de ‘werkende rechter’ tot stand gebrachte rechtspraak in vraag kan stellen en anderzijds dat de advocaat geen moreel belang mag hebben bij de zaak. De advocaat mag dan ook in zijn advies niet geremd zijn door eerder door hem uitgesproken vonnissen.

De beroepsuitoefening van de advocaat moet gestoeld zijn op de maximale verdediging van de belangen van zijn cliënt. Deze plicht tot partijdigheid gaat regelrecht in tegen de vereiste onpartijdigheid van een magistraat.

Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 576

Het verlenen van juridisch advies en juridische ‘bijstand’ is geen exclusieve bevoegdheid of taak van de advocaat. De bijstand of vertegenwoordiging in rechte daarentegen is op enkele wettelijke uitzonderingen na wel exclusief toebedeeld aan de advocatuur.



Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 575

Jeugdhulpverleners beroepen zich terecht op hun beroepsgeheim om geen gegevens mee te delen aan de advocaat van de ouders van een minderjarige. De advocaat heeft recht op inzage van de bundel onder de voorwaarden door de wetgever bepaald en moet het daarmee stellen. De leer van het gedeeld beroepsgeheim kan niet toegepast worden in de relatie advocaat van de ouders van een minderjarige - hulpverlener. Beide geheimhouders moeten dezelfde opdracht of doelstelling hebben.

Meer lezen
dinsdag 09 augustus 2016

Advies 569

Een erenotaris is werkzaam op een advocatenkantoor als of counsel. In het verleden heeft hij werkzaamheden verricht voor partijen in een nu voorliggend geschil.
De tegenstrijdigheid van belangen speelt voor iedereen die met de advocaat samenwerkt, zelfs voor zij die geen advocaat zijn.

Meer lezen
vrijdag 15 juli 2016

Advies 574

Vraag of er sprake is van een belangenconflict indien een gemeentelijke mandataris in die hoedanigheid is tussengekomen in een dossier en later het advocatenkantoor vervoegt dat eerder geconsulteerd werd in dat dossier – advies 463.


Meer lezen
woensdag 06 juli 2016

Advies 600

De functie ‘compliance officer’ is een onafhankelijke functie binnen de organisatie, die gericht is op het onderzoek naar en het bevorderen van de naleving van de regels die verband houden met de integriteit van de activiteit van het bedrijfspensioenfonds. Deze werkzaamheden behoren niet tot de taak van de advocaat. De taak van ‘compliance officer’ in een bedrijfspensioenfonds is in principe verenigbaar met het beroep van advocaat. De taken die een ‘compliance officer’ van een bedrijfspensioenfonds moet vervullen, interfereren met de noodzakelijke onafhankelijkheid, de noodzakelijke partijdigheid en het beroepsgeheim van de advocaat, waardoor deze laatste niet als raadsman van het bedrijfspensioenfonds kan optreden.


Meer lezen
vrijdag 10 juni 2016

Advies 572

De stagecommissie kan op grond van artikel II.1.6.2 van de Codex enerzijds ‘slechts’ kennis nemen van de voortijdige beëindiging van de stageovereenkomst en anderzijds ‘slechts’ advies verlenen aan de stafhouder en de raad van de Orde in verband met elk probleem in het kader van de stage. De stagecommissie mag geen beslissingen nemen.
Het bepalen van een opzegperiode en -vergoeding of het vaststellen van een contractuele grove fout, valt buiten de bevoegdheid van de raad van de Orde c.q. de stafhouder. Wel kan de raad van de Orde inbreuken op stageverplichtingen onderzoeken en vaststellen binnen zijn bevoegdheden, maar verder dan de bevoegdheid zoals in tucht kan de raad van de Orde niet gaan.

Meer lezen