Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

781 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 781 items op pagina 18 van de 66.
donderdag 02 februari 2017

Advies 583

Het verlenen van prestaties gedurende 32 uur per week (8 uur per dag, 4 dagen per week) tijdens de hele detachering (niet op sommige ‘piekmomenten’) kan niet beschouwd worden als een ‘beperkte’ terbeschikkingstelling in de zin van artikel 90 van de Codex. Bovendien moet de advocaat voldoende bereikbaar en beschikbaar zijn voor haar cliënten.
Een detacheringsovereenkomst van ‘onbepaalde duur’ is strijdig met een ‘beperkte’ terbeschikkingstelling.

Omdat de gedetacheerde advocaat optreedt als advocaat, moet hij de documenten die hij opstelt bijhouden als dossier.

Meer lezen
donderdag 02 februari 2017

Advies 573

Op grond van de kiesheid kan de stafhouder de omzetting van een handelsvennootschap in een burgerlijke vennootschap (zonder vereffening van de handelsvennootschap) voor het uitoefenen van advocatenactiviteiten, verbieden.

De bepalingen van artikel V.1.2.6 van de Codex (eenpersoonsvennootschappen) zijn niet van toepassing op een gewone commanditaire vennootschap.

Meer lezen
donderdag 02 februari 2017

Advies 584

Zowel de OVB- als de OBFG-Codex laten samenwerkingsverbanden tussen Vlaamse en Franstalige advocaten toe. Maar beide deontologieën verbieden lidmaatschap van meer dan één associatie. Een Vlaamse advocaat mag dan ook als lid van een associatie binnen een Vlaamse balie, geen lid worden van een Waalse associatie.



Meer lezen
vrijdag 25 november 2016

Advies 582

De advocaat die gebruik maakt van het e-mailadres van zijn opdrachtgever, in zijn digitale handtekening de contactgegevens van de opdrachtgever vermeldt en duidelijk maakt dat alle briefwisseling aan de opdrachtgever moet gericht zijn, schept verwarring en schendt artikel 92 van de Codex. Detachering die niet beantwoordt aan artikel 92 is onverenigbaar met het beroep van advocaat.

Meer lezen
maandag 07 november 2016

Advies 581

1. De uitzonderingen op de vertrouwelijkheid van briefwisseling zijn limitatief opgesomd in artikel 114 van de Codex en moeten restrictief toegepast worden. Als een uitzondering in artikel 114 van de Codex enkele cumulatieve voorwaarden voorschrijft, moeten deze allemaal zonder meer vervuld zijn.

Uitzondering van artikel 114, § 3: volgens deze bepaling moet de mededeling niet-vertrouwelijk zijn. Hoewel hiervoor geen ‘sacramentele bewoordingen’ vereist zijn, moet het officieel karakter duidelijk uit de mededeling blijken. De context van de brief kan niet in aanmerking genomen worden om daaruit af te leiden dat hij niet-vertrouwelijk bedoeld was.
‘Ten verzoeke van een partij’ (art. 114, § 3): de inhoud van de brief moet bestemd zijn voor de tegenpartij zelf en mag niet gericht zijn aan de tegenstrever persoonlijk. Brieven waarin een advocaat zijn tegenstrever persoonlijk aanspreekt, blijven vertrouwelijk. Bovendien kan in een dergelijke brief de advocaat niet zijn persoonlijk standpunt weergeven.

2. Artikel 115 van de Codex: de stafhouder moet erop toezien dat een advocaat geen misbruik maakt van het feit dat bepaalde briefwisseling vertrouwelijk moet blijven. Het betekent niet dat de stafhouder om billijkheids- of opportuniteitsreden zou kunnen afwijken van de regels volgens dewelke brieven vertrouwelijk dan wel niet-vertrouwelijk zijn.

Meer lezen
maandag 03 oktober 2016

Advies 578

Wanneer een advocaat mogelijk een fout heeft begaan in een echtscheidingsdossier en een aansprakelijkheidsonderzoek op dit dossier betrekking heeft, gaat het om een andere zaak en is er geen sprake van een opvolging.

Meer lezen
donderdag 15 september 2016

Advies 580

Niet-gepubliceerde rechtspraak moet meegedeeld worden indien het als stuk wordt aangewend. Zelfs gepubliceerde rechtspraak moet meegedeeld worden wanneer het verschenen is in derwijze gespecialiseerde vakbladen die in normale bibliotheken niet kunnen geraadpleegd worden.

Meer lezen
dinsdag 06 september 2016

Advies 579

Indien de raad van de Orde ingaat op de vraag van een advocaat tot weglating, moet hij niet opgeroepen worden. Indien de raad van de Orde zou weigeren in te gaan op het verzoek van de advocaat tot weglating, moet hij wel de mogelijkheid krijgen om zijn vraag toe te lichten en zich te verantwoorden.
Artikel 196 van de Codex - verzoek tot heropname kan behandeld worden via een procedure zoals in tucht.

Meer lezen
dinsdag 30 augustus 2016

Advies 577

Artikel III.2.4.2 vereist een brief van de advocaat waarbij hij onvoorwaardelijk een aanbod van zijn tegenstrever aanvaardt. Daartoe dient de advocaat gemandateerd te zijn door zijn cliënt. Deze onvoorwaardelijke aanvaarding beëindigt het geschil zodat de rechter hiervan zelfs geen kennis moet krijgen.

Wanneer briefwisseling wordt overgelegd door advocaten met toestemming van de stafhouder(s) heeft de rechtbank nog de plicht na te gaan of de stafhouders zich niet hebben vergist of in de mate dat er geen toestemming nodig is, het reglement wel correct werd toegepast. De schending van het reglement is een zelfstandige grond tot cassatie. Dit houdt evenwel niet in dat de rechtbank een “beroepsinstantie” zou zijn van de stafhouder.


Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 570

Een advocaat zetelt als werkend magistraat en niet als plaatsvervangend vrederechter. Het betreft een absolute onverenigbaarheid waarover de raad van de Orde moet oordelen, maar waarvan zij geen vrijstelling kan verlenen. De onverenigbaarheid is ingegeven door de onafhankelijkheid van de advocaat en de waardigheid van de balie

De onafhankelijkheid vereist dat het de taak van de advocaat is om elke mogelijkheid tot verwarring met zijn optreden in hoedanigheid van magistraat, te vermijden en dit zowel in hoofde van zijn cliënt als van derden. Wanneer men enerzijds als advocaat optreedt voor een partij in een bepaald dossier en anderzijds als magistraat oordeelt, geoordeeld heeft of nog te oordelen heeft over de tegenpartij van zijn cliënt - ook al is dat in een ander dossier - creëert men verwarring tussen de twee hoedanigheden waarin men optreedt met betrekking tot eenzelfde partij. Dergelijke verwarring moet vermeden worden door de advocaat; zelfs de enkele mogelijkheid tot verwarring volstaat om terughoudend te zijn. Enige schijn van een gebrek aan onafhankelijkheid volstaat.
De onafhankelijkheid van de advocaat vereist tevens enerzijds dat hij kritisch de rechtspraak benadert en de door de ‘werkende rechter’ tot stand gebrachte rechtspraak in vraag kan stellen en anderzijds dat de advocaat geen moreel belang mag hebben bij de zaak. De advocaat mag dan ook in zijn advies niet geremd zijn door eerder door hem uitgesproken vonnissen.

De beroepsuitoefening van de advocaat moet gestoeld zijn op de maximale verdediging van de belangen van zijn cliënt. Deze plicht tot partijdigheid gaat regelrecht in tegen de vereiste onpartijdigheid van een magistraat.

Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 576

Het verlenen van juridisch advies en juridische ‘bijstand’ is geen exclusieve bevoegdheid of taak van de advocaat. De bijstand of vertegenwoordiging in rechte daarentegen is op enkele wettelijke uitzonderingen na wel exclusief toebedeeld aan de advocatuur.



Meer lezen
donderdag 11 augustus 2016

Advies 575

Jeugdhulpverleners beroepen zich terecht op hun beroepsgeheim om geen gegevens mee te delen aan de advocaat van de ouders van een minderjarige. De advocaat heeft recht op inzage van de bundel onder de voorwaarden door de wetgever bepaald en moet het daarmee stellen. De leer van het gedeeld beroepsgeheim kan niet toegepast worden in de relatie advocaat van de ouders van een minderjarige - hulpverlener. Beide geheimhouders moeten dezelfde opdracht of doelstelling hebben.

Meer lezen