Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 575

Jeugdhulpverleners beroepen zich terecht op hun beroepsgeheim om geen gegevens mee te delen aan de advocaat van de ouders van een minderjarige. De advocaat heeft recht op inzage van de bundel onder de voorwaarden door de wetgever bepaald en moet het daarmee stellen. De leer van het gedeeld beroepsgeheim kan niet toegepast worden in de relatie advocaat van de ouders van een minderjarige - hulpverlener. Beide geheimhouders moeten dezelfde opdracht of doelstelling hebben.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Mr. X treedt op als raadsman van de ouders van minderjarige kinderen die in het kader van de vrijwillige hulpverlening geplaatst werden. De ouders willen nu dat hun kinderen terug naar huis komen. Hiertoe richt de advocaat van de ouders het verzoek aan de instelling en vraagt hij op welke termijn de terugkeer kan gerealiseerd worden en wat de vraag vanuit de hulpverlening aan de ouders is.

De organisatie antwoordt dat zij, gelet op hun beroepsgeheim, geen informatie over hun klant kunnen meedelen aan de advocaat. Zij wijzen tevens op het gedeeld beroepsgeheim tussen de actoren en sectoren van de integrale jeugdhulp, zoals bepaald in artikel 74 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.

Mr. X betreurt deze houding en stelt dat hierdoor het werk van de advocaat onmogelijk wordt maakt.

Advies

Vooreerst verwijs ik naar artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp (B.S., 13 september 2013), dat luidt als volgt:

“Met behoud van de toepassing van artikel 72 tot en met 76, waaronder het gezamenlijk en gedeeld beroepsgeheim, zijn alle personen die hun medewerking verlenen aan de toepassing van dit decreet, gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden.

Elke overtreding van dit artikel wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.”

Volgens deze bepaling zijn aldus de medewerkers van de jeugdinstelling gebonden door het beroepsgeheim.

Artikel 74 van het decreet van 12 juli 2013 betreft het gedeeld beroepsgeheim:

“De actoren, vermeld in artikel 72, wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet.

Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of uit de regelgeving van de sectoren, is de gegevensuitwisseling onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor de jeugdhulpverlening;

2° de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de personen tot wie de jeugdhulpverlening zich richt;

3° de actoren, vermeld in artikel 72, proberen, zo veel mogelijk, de instemming met de gegevensuitwisseling te verkrijgen van de persoon op wie de gegevens betrekking hebben.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens worden uitgewisseld.”


Advocaten vallen volgens deze bepaling niet onder de categorieën van personen met wie de jeugdhulpverleners informatie kunnen of mogen delen.

Het Hof van Cassatie heeft in het arrest van 13 maart 2012 het gedeeld beroepsgeheim erkend:

“Hij die tot het beroepsgeheim is gehouden, overtreedt artikel 458 Strafwetboek niet indien hij onder het beroepsgeheim vallende informatie meedeelt aan anderen die optreden met eenzelfde doelstelling en ten aanzien van dezelfde opdrachtgever en die mededeling bovendien noodzakelijk en pertinent is voor de opdracht van de geheimhouder.” (Cass. 13 maart 2012, P.11.1750.N, http://jure.juridat.just.fgov....).

Het Hof legt aldus drie voorwaarden op voor het meedelen van informatie gedekt door het beroepsgeheim:

- aan anderen die optreden met eenzelfde doelstelling;

- ten aanzien van dezelfde opdrachtgever;

- de mededeling van de informatie moet noodzakelijk en pertinent zijn voor de opdracht van de geheimhouder.

De leer van het gedeeld beroepsgeheim valt moeilijk toe te passen in de relatie advocaat van de ouders - hulpverlener. Een van de voorwaarden voor het gedeeld beroepsgeheim is immers dat de beide geheimhouders dezelfde opdracht of doelstelling hebben (dit zou wel het geval kunnen zijn bij de advocaat van de kinderen). De zorgverlener heeft het psychische of fysische welzijn van de betrokkene voor ogen, terwijl de advocaat de juridische belangen van de cliënt (in casu de ouders) vooropstelt en de cliënt rechtsbijstand verleent. Beiden handelen in het belang van hun cliënt (in casu de kinderen als cliënt van de hulpverlener en de ouders als cliënt van de advocaat), doch de finaliteit van hun optreden verschilt.

In casu zijn bovendien de cliënten van mr. X (zijnde de ouders van de minderjarige kinderen) niet dezelfde als de personen waarvan de informatie gedekt is door het beroepsgeheim van de jeugdhulpverleners (de minderjarige kinderen) en gaat het om personen met een mogelijks strijdig belang.

Ik vrees dan ook dat de jeugdhulpverleners terecht het beroepsgeheim inroepen om geen gegevens mee te delen aan de advocaat van de ouders. De advocaat heeft recht op inzage van de bundel onder de voorwaarden door de wetgever bepaald en moet het daarmee stellen.

Ook aan de twee andere voorwaarden lijkt niet te worden voldaan.



Jacques Van Malleghem

Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 780

Meer lezen

Advies 779

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen