Advies 608
Het feit dat de tegenstrevers broers van elkaar zijn, is op zich geen deontologisch beletsel om op te treden voor twee partijen met een tegengesteld belang. Zij mogen evenwel niet behoren tot hetzelfde kantoor, maar dit geldt voor elke advocaat in geval van een belangenconflict (artikel 9 van de Codex).
Advies 607
Het is een deontologische plicht om de tegenstrever niet alleen op de hoogte te brengen van het hoger beroep in strafzaken, maar ook om een kopie van het grievenformulier over te maken. Deze plicht die gesteund is op het loyaliteitsbeginsel geldt enkel indien de tegenstreverdaarom verzoekt en dus niet steeds op het ogenblik dat de confrater meedeelt hoger beroep ingesteld te hebben (of te zullen instellen) en voor zover hij bovendien over dit grievenformulierbeschikt(soms ligt het enkel neer ter griffie, in welk geval de tegenstrever er ter griffie kennis van kan nemen).
Advies 606
De zelfstandige beroepsactiviteit van coach en/of coach-mentor-teacher-public speaker kan niet beschouwd worden als het drijven van handel of nijverheid (artikel 437, lid 1, 3° Ger. W.). Het kan wel gecatalogeerd worden onder ‘een bezoldigde betrekking of werkzaamheid’ (artikel 437, lid 1, 4° Ger. W.). Deze bezoldigde werkzaamheid brengt de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie niet in het gedrang.
Advies 605
Aan de vennootschapsbenaming moet iets worden toegevoegd om voldoende onderscheidend te zijn.
Advies 604
1. Omdat een advocaat door zijn stafhouder doorverwezen werd naar de OVB voor advies, verleent het departement deontologie advies. Kopie wordt overgemaakt aan de stafhouder.
2. De erkenning van een LLM-opleiding van één jaar in het buitenland moet gevraagd worden aan de erkenningscommissie van de OVB. Voor het geval deze opleiding niet zou erkend worden, kan de stafhouder een lid van zijn balie om gegronde redenen vrijstellen van de verplichting tot permanente vorming. Hij kan daartoe bijzondere modaliteiten opleggen.
3. Alleen de stafhouder en niet de OVB kan een advocaat naar omstandigheden geheel of gedeeltelijk van zijn baliebijdrage vrijstellen.
Advies 603
Het is niet relevant of een paneel dient gekwalificeerd te worden als een naamplaat, dan wel als een publiciteitsbord, aangezien een naamplaat een vorm van publiciteit is. Een naamplaat moet niet noodzakelijk gebruikt worden op een plaats waar de advocaat kantoor houdt. Wanneer de plaat op een andere plaats staat of hangt, moet er wel verwezen worden naar het kantooradres. Dit kan door vermelding van de website van het kantoor.
Advies 602
Een stagiair kan een associatie oprichten met zijn patroon of kan ertoe toetreden. Door samenlezing van de artikelen 435, lid 4 en 428, lid 1 Ger. W. is de opname van de opschortende voorwaarde van een latere opname op het tableau, niet vereist.
Kan aan een stagiair het verbod worden opgelegd om eigen cliënteelte ontwikkelen? Het doel van de stage moet bereikt worden. Wanneer het louter de bedoeling zou zijn van een stagemeester om een maximale beschikbaarheid te bereiken, terwijl louter een minimumvergoeding zou worden voorzien, dan is er een onevenwicht in de relaties tussen beide partijen. Dit is contractuele vrijheid.
Aan een stagiair kan opgelegd worden om alle eigen zaken in te brengen in het kantoor. Wanneer evenwel de zaken dienen te worden ingebracht zonder dat de advocaat-stagiair lid is van het samenwerkingsverband, dan is hier mogelijks sprake van een onevenwicht. Dergelijk onevenwicht zou kunnen bestaan als de advocaat-stagiair voor de inbreng van zijn zaken geen tegenprestatie krijgt van de structuur bij wie de zaken worden ingebracht.
Een niet-concurrentiebeding is niet verboden, zij het binnen zekere grenzen.
De stagemeester en stagiair zijn contractueel vrij om te bepalen aan wie de BJB-vergoeding toekomt. Artikel 36, lid 4 van de Codex moet zo geïnterpreteerd worden dat de maandelijkse vergoeding bij een voltijdse beschikbaarheid steeds minstens de genoemde bedragen in lid 1 betreft, ongeacht of de stagemeester en de stagiair zijn overeengekomen dat de stagiair een vergoeding moet betalen voor het gebruik van de lokalen, de infrastructuur of andere kantoorkosten.
Advies 601
Een paleisverbod is een bewarende maatregel (art. 473 Ger. W.). De betrokkene verblijft in de gevangenis; de vraag rijst of de voorzichtigheid eist om nu bewarende maatregelen te nemen - vereisten: advocaat voorafgaand horen, beslissing motiveren, betekening van de beslissing bij aangetekende brief aan het verblijfadres van de advocaat, zijn kantoor en desgevallend op zijn woonplaats indien dit nog anders zou zijn, maatregel mag geen vorm van sanctie uitmaken - de stafhouder moet niet noodzakelijk reeds een tuchtonderzoek begonnen zijn – hernieuwing van het paleisverbod moet gevraagd en uitgesproken worden binnen de 3 maanden. De beslissing tot hernieuwing wordt ook bij aangetekende brief betekend, maar niet noodzakelijk binnen de oorspronkelijke geldingstermijn van zijn duur.
Advies 595
Wanneer een advocaat in de ene zaak voor een persoon optreedt en in een andere zaak tegen diezelfde persoon, bestaat het gevaar dat hij in een van beide zaken niet voluit kan gaan en dus onvoldoende onafhankelijk zal zijn om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Het beroepsgeheim verhindert de advocaat de geheime informatie die hij tijdens het uitvoeren van zijn opdracht heeft vernomen, aan te wenden in andere dossiers. Ten slotte dient in het kader van belangenconflicten ook rekening gehouden te worden met de kiesheid. De advocaat moet meer dan gemiddeld aandacht hebben voor de perceptie van zijn handelen door zijn cliënten en derden.
Advies 598
Het is zeer de vraag of de bezoldigde activiteit van jurist bij een OCMW de onafhankelijkheid van de advocaat niet in het gedrang brengt. Uiteraard moet er worden op toegezien dat de advocaat een strikte scheidingslijn trekt tussen beide beroepen, wat, gezien de in het OCMW behandelde materies enerzijds en de beoogde taak van de advocaat tot het verstrekken van eerstelijnsadvies anderzijds, niet altijd evident zal zijn. De functie van jurist bij een OCMW lijkt niet verenigbaar te zijn met het beroep van advocaat.
Advies 594
Een rentmeester is een vastgoedmakelaar. De activiteiten van een vastgoedmakelaar zijn volgens het economisch recht daden van koophandel en zijn derhalve onverenigbaar met het beroep van advocaat. Het feit dat een advocaat als ondernemer wordt beschouwd, betekent niet dat hij handel mag drijven.
Advies 599
Het minnelijk wijzigen van conclusietermijnen valt onder het mandaat ad litem.