Deontologie-advies Advies 769
Interpretatief advies artikel 100 Codex Deontologie voor Advocaten
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Advies
Tijdens de algemene vergadering van 18 december 2024 werd het gewijzigde artikel 100 CDA goedgekeurd. Het aangepaste artikel luidt als volgt:
“De advocaat heeft in de procedure op tegenspraak nooit rechtstreeks of onrechtstreeks eenzijdig contact met de persoon die een onderzoekende, bemiddelende of beslissende functie heeft in deze procedure, tenzij de procedure op tegenspraak dit uitdrukkelijk toelaat. De brieven, documenten, stukken of conclusies die hij hen bezorgt, maakt hij gelijktijdig over aan de tegenstrever of aan de tegenpartij die geen advocaat heeft.”
Een lid van de commissie strafrecht vestigde er de aandacht op dat een strikte lezing van het nieuwe artikel 100 CDA mogelijk (ten onrechte) tot gevolg heeft dat een advocaat, die eenzijdig contact neemt met een parketmagistraat of onderzoeksrechter tijdens een lopend onderzoek of procedure, terwijl hij kennis heeft van de tussenkomst van een confrater-tegenstrever, telkens een deontologische inbreuk begaat.
Dit interpretatief advies, dat volgt na bespreking binnen de commissie deontologie, bevestigt dat eenzijdige contacten met het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter niet onder het toepassingsgebied vallen van het nieuwe artikel 100 CDA. In de onderzoeksfase is er immers geen sprake van een procedure op tegenspraak, terwijl het openbaar ministerie tijdens de procedure op tegenspraak niet langer een onderzoekende functie bekleedt. Zelfs al zou aan het openbaar ministerie ook tijdens de bodemprocedure ook nog een onderzoekende functie worden toegekend, dan nog mag met de parketmagistraat eenzijdig contact worden genomen zonder dat dit een schending inhoudt van het aangepaste artikel 100 CDA.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering