Deontologie-advies Advies 766
Overeenkomstig artikel 10 van de Codex Deontologie voor Advocaten mag de advocaat die in een geschil de belangen verdedigt van een andere advocaat, geen deel uitmaken van de groepering of associatie waartoe de betrokken advocaat behoort, noch [een medewerker of stagiair van het kantoor] zijn of hebben meegewerkt in de zaak waarover het geschil loopt.
In het licht van artikelen 1 en 275 CDA is het niet kies is om in een zaak die reeds in beraad is genomen, de rechter alsnog te benaderen, zonder eerst de heropening van de debatten te vragen.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
In een procedure tussen ex-echtgenoten wordt een deskundige aangesteld voor de waardering van aandelen.
Voor de neerlegging van het eindverslag vraagt partij A de vervanging van de deskundige wegens vermeende belangenvermenging met de technische raad van partij B, wat de deskundige betwist.
De vraag tot vervanging wordt behandeld en in beraad genomen op 17.10.2024. De advocaat van partij A schrijft een brief aan de deskundige op 18.10.2024 waarin hij de deskundige en de advocaat van partij B beschuldigt van collusie.
Op 24.10.2024 stuurt de advocaat van partij A een brief aan de rechter die de zaak in beraad had genomen, waarin hij de deskundige en de advocaat van partij B beschuldigt van collusie. De advocaat van partij A bezorgt – dezelfde dag nog – een kopie van zijn schrijven aan de rechter aan zowel de advocaat van partij B als de deskundige.
De cliënt van advocaat A is verbonden met het kantoor van advocaat A als jurist. De jurist wordt er tevens vermeld op de website als teamlid. De jurist zou er echter beperkte opdrachten krijgen, en geen inzage hebben in de andere dossiers van het kantoor, dus ook niet in zijn eigen dossier.
De advocaat van partij B klaagt dat de advocaat van partij A zijn boekje te buiten gaat door de brief te sturen aan de rechter en iedere vorm van objectiviteit verliest door op te treden voor een lid van zijn ‘team’.
U vraagt of het voormeld optreden van de advocaat van partij A in overeenstemming is met de deontologie o.m. artikel 1 en 275 van de Codex Deontologie voor Advocaten (brief aan de rechter) en 10 van de Codex Deontologie voor Advocaten (optreden voor een lid van het ‘team’)?
Ik verleen u volgend advies.
Advies
Overeenkomstig artikel 2 van de Codex Deontologie voor Advocaten vereisen de verplichtingen die op de advocaat rusten de absolute onafhankelijkheid van de advocaat, vrij van alle druk, in het bijzonder van de druk van eigen belangen of van beïnvloeding van buitenaf. De advocaat moet elke aantasting van zijn onafhankelijkheid vermijden en mag de beroepsethiek niet veronachtzamen om de cliënt, de rechter of derden welgevallig te zijn. De onafhankelijkheid is bij alle werkzaamheden noodzakelijk.
Overeenkomstig artikel 10 van de Codex Deontologie voor Advocaten mag de advocaat die in een geschil de belangen verdedigt van een andere advocaat, geen deel uitmaken van de groepering of associatie waartoe de betrokken advocaat behoort, noch [een medewerker of stagiair van het kantoor] zijn of hebben meegewerkt in de zaak waarover het geschil loopt.
Het (blijvend) optreden van advocaat A is in strijd artikel 2 en (de geest van) artikel 10 CDA, aangezien de cliënt van advocaat A verbonden is met diens kantoor als jurist. De jurist wordt er tevens vermeld op de website als teamlid. Het feit dat de jurist er beperkte opdrachten zou krijgen, en geen inzage zou hebben in de andere dossiers van het kantoor, dus ook niet in zijn eigen dossier, is in deze irrelevant.
De advocaat van partij A kan in deze omstandigheden niet met de vereiste onafhankelijkheid optreden, minstens is er een wezenlijke bedreiging van zijn onafhankelijkheid.
Dit was ook het standpunt van de commissie deontologie tijdens haar vergadering van 30 januari 2025, die het er unaniem over eens was dat de advocaat van partij A niet meer kan optreden en zich uit het dossier zal moeten terugtrekken.
Verder deel ik u mee dat het in het licht van artikelen 1 en 275 CDA niet kies is om in een zaak die reeds in beraad is genomen, de rechter alsnog te benaderen, zonder eerst de heropening van de debatten te vragen. Het feit dat advocaat de advocaat van partij A, de advocaat van partij B en de deskundige in cc plaatst, verandert hier in wezen niets aan.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering