Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 734

Overeenkomstig art. 7 Codex Deontologie voor Advocaten mag de advocaat geen zaak van een nieuwe cliënt op zich nemen, indien de geheimhouding van de vertrouwelijke informatie die hij van een andere cliënt heeft verkregen, dreigt te worden aangetast. De dreiging tot aantasting is daarbij dus al voldoende. Daarnaast speelt ook het recht van de cliënt om, in het kader van een eerlijk proces (art. 6 EVRM), vrij zijn eigen raadsman te mogen kiezen. De belangenafweging tussen deze beide principes komt de stafhouder toe.

Overeenkomstig art. 21bis Sv. komt het recht tot inzage en afschrift van een strafdossier overigens ook toe aan de rechtverkrijgenden (in deze dus de zoon) en ook de beslagrechter zou steeds, in het kader van de waarheidsvinding, de overlegging van dit stuk kunnen bevelen, wanneer hij oordeelt dat dit stuk voor zijn oordeel van belang is.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Köse

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Deel dit artikel

Vraag

De vraag stelt zich of advocaat A een strafdossier kan toevoegen als stuk in een burgerlijke procedure.  

Dit dossier handelt bijgevolg over (1) de rechtmatige verkrijging, inzage en kopijname van het strafdossier, (2) het gebruik van stukken uit dat strafdossier in een beslagprocedure en (3) het eventueel gebruik van bepaalde informatie uit dat strafdossier in de beslagprocedure.  

De raadsman is in het kader van een gerechtelijk onderzoek eerst opgetreden voor de decujus, wijlen de heer X, en heeft in die hoedanigheid afschrift van het strafdossier ontvangen.  

Nu treedt de raadsman op voor de zoon van heer X en is hij van mening dat hij dit strafdossier als stuk kan voegen in een beslagprocedure tegen de cliënten van advocaat B. Hij is van mening dat hij gerechtigd is dit te doen gezien door de substituut-procureur des konings toelating verleend werd aan advocaat A als raadsman van de zoon tot inzage en het nemen van een afschrift. Advocaat A stelt dat in de afhandeling van de nalatenschap van wijlen de heer X een en ander dienstig is voor de opmaak van o.a. verrekeningen en inkorting in het kader van een burgerlijke procedure.  

Ik verleen u volgend advies. 

Advies

Uw beider redengeving waarom advocaat A het strafdossier niet als stuk mag aanwenden, werden mij niet meegedeeld, noch het stafhouderlijk bevel.  

Over de grond van de zaken (erfrechtelijke aanspraken, beslagprocedure, regularisatie BBI e.a.) dient een stafhouder zich niet uit te spreken. Voor de stafhouder betreft het enkel het toezicht op de juiste toepassing van onze deontologie en de behoorlijke beroepsuitoefening.  

De eerste vraag die in deze moet worden beantwoord, is of advocaat A wel voor de zoon van de heer X kan optreden.  

Overeenkomstig art. 7 Codex Deontologie voor Advocaten mag de advocaat immers geen zaak van een nieuwe cliënt op zich nemen, indien de geheimhouding van de vertrouwelijke informatie die hij van een andere cliënt heeft verkregen, dreigt te worden aangetast. De dreiging tot aantasting is daarbij dus al voldoende. Daarnaast speelt uiteraard ook het recht van de cliënt om, in het kader van een eerlijk proces (art. 6 EVRM), vrij zijn eigen raadsman te mogen kiezen. De belangenafweging tussen deze beide principes komt de stafhouder toe. Aan de hand van uw briefwisseling ga ik er van uit dat het aan advocaat A werd toegelaten om ook voor de zoon op te treden.  

Nu dit hem niet werd verboden, moet hij als raadsman van de zoon diens belangen ten volle kunnen behartigen.  

Hij ontving de toelating van de procureur des konings tot inzage en kopij name, op basis van een duidelijk verzoek van hem (in het kader van de afhandeling van de nalatenschap). Hij had het dossier voordien ook ontvangen, nadat deze daartoe door zijn cliënte gemachtigd was. Een zijdelingse vraag daarbij is of een machtiging van de cliënt volstaat om het geheim van het strafdossier op te heffen.  

Dat deze toelatingen dateren van na het beslag en na het verzet, lijkt mij niet essentieel.  

Overeenkomstig art. 21bis Sv. komt het recht tot inzage en afschrift van een strafdossier overigens ook toe aan de rechtverkrijgenden (in deze dus de zoon) en ook de beslagrechter zou steeds, in het kader van de waarheidsvinding, de overlegging van dit stuk kunnen bevelen, wanneer hij oordeelt dat dit stuk voor zijn oordeel van belang is.  

Tenzij ik kennis neem van uw goede redenen waarom advocaat A enerzijds wel mag optreden, maar anderzijds het strafdossier niet als stuk mag aanwenden, meen ik dat dit gebruik hem niet kan ontzegd worden. Er anders over oordelen zou de procesrechten van zijn cliënt aantasten (art. 6 EVRM), nu diens raadsman maar met beperkte stukken zijn belangen zou mogen behartigen.  

Kort gesteld: ofwel mag hij optreden met alle geoorloofde en deontologisch verantwoorde middelen en rechten, ofwel niet.  

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 767

Meer lezen

Advies 750

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen
Deontologie Beroepsgeheim

Wet Private Opsporing: enkele aandachtspunten voor advocaten

De Wet Private Opsporing (WPO) vervangt sinds haar inwerkingtreding op 16 december 2024 de verouderde wet van 19 juli 1991 ‘tot regeling van het beroep van privédetective’. Advocaten die in het kader van hun dienstverlening aan de cliënt beroep willen doen op private onderzoekers moeten zich terdege bewust zijn de bepalingen van de WPO en hun cliënt daarover informeren. We geven u daarom een beknopt overzicht met aandachtspunten.

Meer lezen