Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 732

Een advocaat mag, krachtens artikel 82 van de Codex Deontologie voor Advocaten, publiciteit laten voeren door derden, voor zover die publiciteit niet in strijd is met enige rechtsnorm, in het bijzonder de artikelen 82 tot en met 88 van de Codex Deontologie voor Advocaten.

De advocaten die hun diensten op een digitaal platform van derden wensen aan te bieden, moeten er zich dus van vergewissen of de publiciteit door die derde in overeenstemming is met die bepalingen (advies 720).

Derhalve moet de publiciteit die de gereputeerde bank voert op haar website over haar samenwerking met het advocatenkantoor ook in overeenstemming zijn met die artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

U vraagt zich af of de reclame van een gereputeerde bankinstelling voor een advocatenkantoor deontologisch aanvaardbaar is.  

Ik verleen u volgend advies. 

Advies

Advies 720, dat handelde over een gelijkaardig digitaal platform, bevatte een luik over het aspect publiciteit.  

 Daarin stelde ik dat een advocaat, krachtens artikel 82 van de Codex Deontologie voor Advocaten, publiciteit mag laten voeren door derden, voor zover die publiciteit niet in strijd is met enige rechtsnorm, in het bijzonder de artikelen 82 tot en met 88 van de Codex Deontologie voor Advocaten. De advocaten die hun diensten op een digitaal platform van derden wensen aan te bieden, moeten er zich dus van vergewissen of de publiciteit door die derde in overeenstemming is met die bepalingen. 

Derhalve moet de publiciteit die de gereputeerde bank voert op haar website over haar samenwerking met het advocatenkantoor ook in overeenstemming zijn met die artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten.  

Artikel 82 Codex Deontologie voor Advocaten  

“De advocaat mag publiciteit voeren of laten voeren, voor zover die niet in strijd is met enige rechtsnorm, in het bijzonder met deze afdeling.” (eigen onderlijning)  

Tot die rechtsnormen behoren onder meer de basisbeginselen van de advocatuur, te weten de waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid (zie artikel 1 van de Codex Deontologie voor Advocaten). De kernwaarden van het beroep, en bij uitstek het beroepsgeheim en de onafhankelijkheid, dienen uiteraard ook en te allen tijde gevrijwaard te worden.  

Dit beroepsgeheim leidde er voordien toe dat advocaten zich ervan moesten onthouden in hun publiciteit melding te maken van of commentaar te geven bij zaken waarin zij beroepsmatig betrokken zijn of waren, dan wel waar ze uit hoofde van hun beroep kennis van hadden (J. STEVENS, Advocatuur. Regels & Deontologie, Wolters Kluwer 2015, nr. 775).  

Ingevolge het aangepaste artikel 86 (zie hierna) werd deze stelling verfijnd.  

 Artikel 83 Codex Deontologie voor Advocaten  

“De advocaat mag geen misleidende publiciteit voeren.”   

 Artikel 84 Codex Deontologie voor Advocaten   

“§1. De advocaat mag in een lopende zaak niet bewust en onuitgenodigd de cliënten van een andere advocaat via publiciteit proberen af te werven.   

§2. De advocaat mag verder geen publiciteit voeren door een gepersonaliseerd dienstenaanbod voor een bepaalde zaak of een dossier, zonder dat hij daartoe is uitgenodigd.”    

Artikel 85 Codex Deontologie voor Advocaten  

“De advocaat mag via publiciteit niet bekendmaken dat hij over een bijzondere deskundigheid in een of meerdere rechtsmateries, tenzij die deskundigheid op grond van de door hem verworven kennis en/of ervaring aannemelijk kan worden gemaakt.”  

Bij de handhaving van de deontologie komt het de stafhouder toe om te beoordelen of het advocatenkantoor de deskundigheid van zijn advocaten aannemelijk maakt op grond van de door hen verworven kennis en/of ervaring.  

 Artikel 86 Codex Deontologie voor Advocaten 

“Tenzij zijn beroepsgeheim of de regelgeving die verband houdt met de gegevensbescherming zich ertegen verzet, mag de advocaat in zijn publiciteit gewag maken van de aard, de omvang en het resultaat van de dossiers die hij behandelde of die hij behandelt, dit zonder vermelding van de naam van de cliënt, tenzij die laatste zich hiermee specifiek akkoord verklaart.”   

 Artikel 87 Codex Deontologie voor Advocaten   

“§1. De advocaat die tarieven en voorwaarden vermeldt in zijn publiciteit doet dat ondubbelzinnig en duidelijk. Het moet in elk geval duidelijk zijn op welke diensten de tarieven betrekking hebben en hoe kosten in rekening worden gebracht, opdat de cliënt zich een volledig beeld kan vormen van kosten en erelonen.  

§2. Het is niet toegestaan in publiciteit enkel te verwijzen naar basis- of minimumprijzen.  

§3. De advocaat is gebonden door tarieven en voorwaarden die hij publiceert.”  

 Artikel 88 Codex Deontologie voor Advocaten  

“Behalve in personalia en in curriculum vitae mag de advocaat in publiciteit geen melding maken van de ambten in de rechterlijke macht die hij bekleedt of bekleedde en de politieke mandaten die hij uitoefent of uitoefende.”   

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Lees ook dit advies:

Advies 720

Samenwerking tussen een advocatenkantoor en een digitaal platform – digitale juridische dienstverlening – een permanente waakzaamheid voor het naleven van de kernwaarden van de advocatuur (in het bijzonder het beroepsgeheim, de onafhankelijkheid en het vermijden van belangenconflicten) en andere deontologische principes (verbod op dichotomie, de voorwaarden waaraan de advocaat moet voldoen omdat zij haar opdracht niet rechtstreeks van de cliënt ontvangt, witwaspreventie) is onontbeerlijk.

Meer lezen

Ook interessant

Advies 748

Meer lezen

Advies 731

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen