Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 724

Het feit dat de samenwerkingsovereenkomst lijkt te vereisen dat de advocaat zich steeds loyaal moet opstellen ten aanzien van het outsourcingskantoor, ook buiten de activiteiten als zelfstandige dienstverlener in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met het outsourcingskantoor, doet afbreuk aan zijn onafhankelijkheid als advocaat. In ieder geval moet de advocaat er over waken dat zijn activiteiten als zelfstandige dienstverlener in het kader van die overeenkomst strikt gescheiden blijven van zijn activiteiten als advocaat en hij dus geen risico op belangenconflicten loopt en hij daarbij zijn beroepsgeheim blijft respecteren. De advocaat mag ten aanzien van de klant evenmin de indruk wekken op te treden of advies te verlenen in zijn hoedanigheid van advocaat. Uiteraard moet de advocaat er ook voor waken dat hij in het kader van de samenwerkingsovereenkomst geen diensten verricht die verboden zijn onder artikel 11bis, lid 5 CDA.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Naar aanleiding van een brief van mr. X, vraagt u zich af of het beroep van advocaat verenigbaar is met dat van (zelfstandige) dienstverlener via een outsourcingskantoor. Meer bepaald rijst de vraag of: 

  • de samenwerkingsovereenkomst met het outsourcingskantoor kadert binnen detachering in de zin van artikel 90 e.v. van de Codex Deontologie voor advocaten (CDA);  
  • zo niet, of de (zelfstandige) dienstverlening zoals uiteengezet in die overeenkomst verenigbaar is met het beroep van advocaat en gedekt is door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. 

Ik verleen u volgend advies.  

Advies

Het model van samenwerkingsovereenkomst, opgesteld door het outsourcingskantoor, kadert hoe dan ook niet binnen detachering in de zin van artikel 90 e.v. CDA.

Onder ‘detachering’ wordt de praktijk verstaan waarbij een tableauadvocaat zichzelf op beperkte wijze ter beschikking stelt van een cliënt, dan wel door een andere advocaat of een samenwerkingsverband beperkt ter beschikking wordt gesteld van een cliënt, om vanuit de structuur van de cliënt en voor hem diensten van een advocaat in de hoedanigheid van advocaat te leveren (zie artikel 90, 1° en 2° CDA).

Meerdere elementen in het model van samenwerkingsovereenkomst stroken niet met die omschrijving en de gevolgen die artikelen 91-95 CDA eraan verbinden:

  • Artikel 94, in samenhang gelezen met artikel 90, 3° CDA, vereist dat de advocaat, dan wel de andere advocaat of het samenwerkingsverband dat de advocaat detacheert, rechtstreeks met de cliënt-dienstenafnemer schriftelijk contracteert. Daarentegen contracteert de advocaat in dit dossier alleen met het outsourcingskantoor, die een afzonderlijke overeenkomst met de klant afsluit.
  • De contacten die de gedetacheerde advocaat onderhoudt met andere advocaten, de opdrachtgever en met de advocaat of het samenwerkingsverband dat hem detacheert, zijn vertrouwelijk (artikel 93 CDA). Daarentegen verplicht afdeling 2.2. van de samenwerkingsovereenkomst de advocaat om het outsourcingskantoor regelmatig te informeren van zijn of haar activiteiten voor de klant van het outsourcingskantoor, bv. door de nodige documenten, contracten, adviezen en e-mails over te maken.
  • De gedetacheerde advocaat blijft gedurende de detachering onderworpen aan de deontologie (artikel 91 CDA). De samenwerkingsovereenkomst staat echter op enkele punten op gespannen voet met de deontologie van de advocaat. Zo zou hij als advocaat in de eerste plaats loyaal moeten zijn ten aanzien van de klant van het outsourcingskantoor, terwijl afdeling 2.1. hem te allen tijde verplicht om zich naar eventuele klanten van het outsourcingskantoor en naar derden loyaal op te stellen jegens het outsourcingskantoor. Een advocaat kan geen twee heren dienen. Verder vergt afdeling 2.2. dat de advocaat zijn beroepsgeheim schendt, zoals hierboven al werd uiteengezet. Dit is uiteraard onaanvaardbaar.
  • De terbeschikkingstelling in het kader van detachering moet “beperkt” zijn. De (bijlage bij de) samenwerkingsovereenkomst bepaalt niets over de beschikbaarheden van de advocaat. Uit het mailverkeer vloeit echter voort dat sommige projecten een uitgebreide beschikbaarheid vergen (zie bv. mail van 19 augustus 2022, waar een beschikbaarheid van minstens 3/5 (weekdagen) en bij voorkeur 5/5 (weekdagen) wordt vereist).

De detachering die niet voldoet aan de voorwaarden van afdeling III.1.9 van de Codex ‘Werkzaamheden van advocaten in het kader van detachering’ is, zo stelt artikel 95 CDA, onverenigbaar met het beroep van advocaat (art. 437 Ger.W.).

De toetsing van het model van samenwerkingsovereenkomst aan artikel 437 Ger.W. en artikel 11 e.v. CDA kan echter leiden tot een andere conclusie.

Zo is het beroep van advocaat volgens artikel 437, lid 1, 4° Ger.W. onverenigbaar met alle bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden, tenzij ze de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie niet in het gedrang brengen. Artikel 11, lid 2 CDA voegt daaraan toe dat de advocaat die een andere activiteit uitoefent, erop moet toezien dat die activiteit zijn onafhankelijkheid en beroepsgeheim in de uitoefening van het beroep van advocaat niet schendt en dat hij ieder belangenconflict vermijdt. Deze activiteit mag in geen geval het publieke vertrouwen in de advocatuur in het gedrang brengen.

Zoals hierboven al werd aangehaald kan een advocaat geen twee heren dienen. Het feit dat de samenwerkingsovereenkomst lijkt te vereisen dat de advocaat zich steeds loyaal moet opstellen ten aanzien van het outsourcingskantoor, ook buiten de activiteiten als “zelfstandige dienstverlener” in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met het outsourcingskantoor, doet afbreuk aan zijn onafhankelijkheid als advocaat.

Niettemin lijken de overige bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst me niet zo problematisch, in zoverre de advocaat er over waakt dat zijn activiteiten als “zelfstandige dienstverlener” in het kader van die overeenkomst strikt gescheiden blijven van zijn activiteiten als advocaat en hij dus geen risico op belangenconflicten loopt en hij daarbij zijn beroepsgeheim blijft respecteren.

De advocaat mag ten aanzien van de klant uiteraard evenmin de indruk wekken op te treden of advies te verlenen in zijn hoedanigheid van advocaat. Voor zover bovenstaande loyaliteitsverplichting geschrapt wordt, lijkt de activiteit als “zelfstandige dienstverlener” misschien wel verenigbaar met het beroep van advocaat, tenzij dit de toets volgens de hernieuwde visie op art. 437, lid 1, 3° Ger.W. niet zou doorstaan.

Uiteraard moet de advocaat er ook voor waken dat hij in het kader van de samenwerkingsovereenkomst geen diensten verricht die verboden zijn onder artikel 11bis, lid 5 CDA.

Uit de brief van mr. X blijkt dat advocaten aan de balie van Gent geregeld worden gecontacteerd door outsourcingskantoren. We werden in het verleden ook al door een andere advocaat van uw balie gecontacteerd met eenzelfde vraag (van wie we wel geen nadere contactgegevens hebben verkregen).

Misschien dient uw finale beslissing in dit dossier derhalve ook iets breder binnen uw balie verspreid te worden.

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 778

Meer lezen

Advies 777

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen