Deontologie-advies Advies 551
De handtekening van de advocaat moet geïdentificeerd zijn. Het loutere vermelden van de naam van de ondertekenaar en ‘loco’ volstaat niet. De hoedanigheid van de ondertekenaar (advocaat) is een ontvankelijkheidsvereiste. Van een rechtscollege kan niet verwacht worden dat ze de hoedanigheid van de ondertekenaar onderzoeken.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
Een advocaat-medewerkster (mr. X) van een advocaat (mr. Y) heeft ‘loco’ een verzoekschrift (een specifiek voorzien formulier) voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ondertekend en ingediend. Ook de volmacht overeenkomstige artikel 36 van het procedurereglement van het EHRM heeft ze ‘loco’ ondertekend.
Op het verzoekschrift heeft mr. X in het vakje ‘déclaration et signature’ als ‘représentant’ haar handtekening gezet met de vermelding ‘X loco Y’.
Op 10 juni 2015 ontving u een brief van het Hof met volgende boodschap:
“Toutefois, vous n’avez pas respecté les exigences énumérées à l’article 47 du règlement de la Cour.
Le formulaire de requête n’a pas été signé par le requérant ou son représentant. Un formulaire de requête signé “p.p.” ou “loco” par une autre personne que le représentant mentionné à la page 2 du formulaire n’est pas valide.
Dès lors, la Cour ne peut pas examiner vos griefs. Veuillez noter qu’aucun élément de votre dossier n’a été conserve. (…)”
U vraagt hierover mijn advies en of ik deze problematiek zou kunnen bespreken met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Advies
Uit de vaste Cassatierechtspraak blijkt dat de handtekening van de advocaat moet geïdentificeerd zijn. Het loutere vermelden van de naam van de ondertekenaar en ‘loco’ volstaat niet. De
hoedanigheid van de ondertekenaar (advocaat) is een ontvankelijkheidsvereiste. Van een rechtscollege kan immers niet verwacht worden dat ze de hoedanigheid van de ondertekenaar onderzoeken. Dit geldt des te meer voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat geconfronteerd wordt met verzoekers en vertegenwoordigers van verzoekers uit diverse lidstaten.
Ten exemplatieve titel verwijs ik naar volgende uitspraken:
Cass. (2e k.) AR P.14.1174.N, 10 november 2015, http://www.cass.be:
“De memories zijn ondertekend Thierry Ongenae, zonder vermelding van de hoedanigheid van de ondertekenaar.
Het Hof slaat geen acht op deze memories.”
Cass.(1e k.) AR F.10.0003.F, 17 maart 2011, Pas. 2011, afl. 3, 832:
“Het afschrift van het cassatieverzoekschrift draagt de geïdentificeerde handtekening van Muriel Safi wier hoedanigheid van advocaat bij de balie van Brussel blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan.”
Cass. (2e k.) AR P.05.1254.N, 6 december 2005, Arr. Cass. 2005, afl. 12, 2442:
“Niet ontvankelijk is de aanvraag tot herziening wanneer één van de drie aan deze aanvraag te voegen met redenen omklede gunstige adviezen ondertekend werd "in opdracht" met een onleesbare handtekening en zonder nadere aanduiding van de hoedanigheid van de ondertekenaar en het Hof uit dit advies, noch uit de andere stukken waarop het vermag acht te slaan, kan uitmaken of de ondertekenaar de hoedanigheid heeft om het door artikel 443, tweede lid Wetboek van Strafvordering vereist advies op te stellen.”
Cass. AR 1537, 22 december 1987, Arr. Cass. 1987-88, 532:
“Het Hof slaat geen acht op een memorie die tot staving van het cassatieberoep is neergelegd, maar slechts een onleesbare handtekening draagt en noch identiteit noch hoedanigheid van de ondertekenaar vermeldt.”
Cass. (1e k.) AR F.98.0032.F, 29 oktober 1999, Arr. Cass. 1999, 1357:
“De voorziening ingesteld door een geschrift 'verzoekschrift tot cassatie' dat vermeldt dat het opgemaakt is door een advocaat en een leesbare handtekening draagt gevolgd door de term 'loco' en de naam van voornoemd advocaat, maar zonder vermelding van de hoedanigheid van de ondertekenaar, is niet ontvankelijk (art. 388, lid 1 W.I.B. 1992).”
Cass. (2e k.) AR P.97.1309.F, 17 december 1997, Arr. Cass. 1997, 1389:
“Het Hof slaat geen acht op een geschrift, 'conclusie' genaamd, dat tot staving van een cassatieberoep is neergelegd, en onder het woord 'loco' en de naam van een advocaat, een onleesbare handtekening draagt en noch de naam noch de hoedanigheid van de ondertekenaar vermeldt.”
Cass. AR P.99.0207.N, 23 februari 1999, Arr. Cass. 1999, 272:
“Het Hof slaat geen acht op een ter griffie van het Hof neergelegde memorie, getekend met de vermelding 'loco' zonder aanduiding van de hoedanigheid van de ondertekenaar.”
Volledigheidshalve wil ik u erop wijzen dat sedert 1 januari 2016 het EHRM de vormvereisten voor het indienen van een verzoekschrift heeft verstrengd. Het verzoekschrift moet op heden ondertekend worden én door de verzoeker in persoon (of de gevolmachtigde van de vennootschap) én door de raadsman. In het verzoekschrift moet ook de volmacht van de verzoeker aan de advocaat zijn opgenomen. Ofwel wordt er aan twee of drie advocaten volmacht verleend (wat het meest aan te bevelen is), ofwel wordt volmacht met recht van indeplaatsstelling gegeven (wat ook soepelheid kan bieden maar voor het Hof minder verifieerbaar is en dan ook makkelijker dreigt gesanctioneerd te worden.).
Voor verdere informatie hierover, verwijs ik u naar OrdeExpress nr. 21, 10e jaargang, 3 december 2015.
Ik besluit dan ook dat gelet op de vaste rechtspraak en de nieuwe voorschriften van het EHRM, een gesprek met de voorzitter van het EHRM weinig soelaas zal bieden.
Jacques Van Malleghem
Bestuurder departement deontologie