Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 363

1. Een advocaat die na het vonnis zijn tegenstrever uitnodigt om te zorgen voor vrijwillige regeling binnen een bepaalde termijn en daarbij aankondigt dat hij na deze termijn zal overgaan tot betekening en uitvoering, voldoet aan het eerste lid van artikel 10 van het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit, maar nog niet aan het derde lid. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van artikel 10 dat de advocaat een tweede brief schrijft, wanneer hij effectief aan de gerechtsdeurwaarder opdracht geeft om over te gaan tot betekening.

Een advocaat die het derde lid van artikel 10 niet kan naleven, omdat zijn mandaat ophoudt nadat hij vonnis heeft bekomen, moet zijn tegenstrever daarvan inlichten, opdat deze zou weten dat hij niet vooraf zal worden verwittigd van een eventuele betekening.

2. Indien een vonnis wordt betekend met miskenning van artikel 10 kan de stafhouder de betrokken advocaat opleggen alles in het werk te stellen om zijn cliënt ervan te overtuigen te verzaken aan het voordeel van de betekening. Hij kan ook, indien hoger beroep wordt aangetekend, de betrokken advocaat verbieden op te treden in graad van beroep, indien zijn cliënt niet verzaakt aan de betekening.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

De cliënt van stafhouder X (balie A) verliest een procedure tegen de A, waarvoor meester Y (balie B) optreedt.

De cliënte van stafhouder X wordt veroordeeld tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding.

Bij brief van 10 april 2009 vraagt meester Y aan stafhouder X betaling van de rechtsplegingsvergoeding. Hij schrijft onder meer:

Indien uw cliënt berust, zal u mij wel binnen de twee weken een officiële akte van berusting willen toezenden; alsmede het bedrag van 1.200 € storten op mijn derdenrekening …

Bij gebreke hieraan heb ik opdracht gekregen om over te gaan tot betekening en uitvoering.”

Het vonnis wordt vervolgens rechtstreeks door toedoen van de A betekend aan de cliënt van stafhouder X op 5 mei 2009. Stafhouder X, die ondertussen opdracht had om hoger beroep aan te tekenen, wordt hiervan door niemand verwittigd, noch door meester Y, noch door zijn cliënt, waardoor de beroepstermijn verstrijkt.

Stafhouder X is van oordeel dat meester Y artikel 10 van het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit heeft geschonden en vraagt op grond daarvan dat de A zou verzaken aan het voordeel van de betekening. Stafhouder X is daarbij van oordeel dat zowel meester Y als de A onderworpen zijn aan de deontologische regels


Advies

Artikel 10 van het reglement betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit bepaalt:

“Vooraleer tot betekening en ten uitvoeringlegging van een gerechtelijke beslissing te laten overgaan, nodigt de advocaat zijn tegenstrever uit tot vrijwillige uitvoering en/of berusting en verleent hij hem hiertoe een redelijke termijn.

De onmiddellijke betekening en/of ten uitvoerlegging kunnen nochtans geschieden in geval van hoogdringendheid of in geval van noodzakelijkheden voortvloeiende uit de wet of uit de beslissing zelf.

De advocaat geeft steeds aan de betrokken advocaten kennis van het feit dat hij opdracht geeft om een gerechtelijke beslissing te laten betekenen en dit uiterlijk gelijktijdig met deze opdracht.”

Het laatste lid van artikel 10 werd gewijzigd op 18 juni 2008. Stafhouder X citeert in zijn briefwisseling een oudere versie.

De wijziging van het reglement van 18 juni 2008 had precies als voorwerp te benadrukken dat de advocaat weldegelijk een dubbele verplichting heeft. Overeenkomstig het eerste lid van artikel 10 moet hij eerst de advocaat van zijn tegenstrever uitnodigen tot vrijwillige uitvoering of berusting en moet hij hem daartoe een redelijke termijn geven. Het derde lid van artikel 10 voegt daaraan toe dat de advocaat de andere betrokken advocaten steeds in kennis moet stellen van het feit dat hij opdracht geeft om een gerechtelijke beslissing te laten betekenen. Hij moet dit doen uiterlijk gelijktijdig met deze opdracht. Omdat over deze interpretatie van de tekst onder de oude redactie van het derde lid twijfel rees, werd de tekst van het derde lid aangepast.

Een advocaat die na het vonnis zijn tegenstrever uitnodigt om te zorgen voor vrijwillige regeling binnen een bepaalde termijn en daarbij aankondigt dat hij na deze termijn zal overgaan tot betekening en uitvoering, voldoet aan het eerste lid van artikel 10, maar nog niet aan het derde lid. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van artikel 10 dat de advocaat een tweede brief schrijft, wanneer hij effectief aan de gerechtsdeurwaarder opdracht geeft om over te gaan tot betekening.

Meester Y heeft het eerste lid van artikel 10 nageleefd, maar niet het derde lid.

Het specifieke aan deze zaak is dat meester Y zelf geen opdracht heeft gegeven aan de gerechtsdeurwaarder om over te gaan tot betekening en dat hij daartoe zelfs geen opdracht had van zijn cliënte. De afspraken tussen meester Y en zijn cliënt bestaan erin dat hij na het vonnis en bij gebreke van minnelijke regeling de expeditie van het vonnis overmaakt aan zijn cliënt, die dan verder rechtstreeks het nodige doet voor betekening en uitvoering.

Deze werkwijze is gebruikelijk bij vele institutionele cliënten. Het is het goed recht van de cliënt om een dergelijke regeling af te spreken met zijn advocaat. Traditioneel wordt daarbij aangenomen dat dit de advocaat niet ontslaat van zijn deontologische plicht om een afrekening te zenden aan zijn tegenstrever.1

In tegenstelling met wat stafhouder X voorhoudt, zijn onze deontologische regels niet van toepassing op derden. De A kan niet verplicht worden om de advocaat van haar tegenpartij te verwittigen van het ogenblik waarop een vonnis aan de gerechtsdeurwaarder wordt overgemaakt voor betekening. Deze deontologische plicht geldt enkel voor advocaten.

Meester Y zelf heeft wel de regels van confraterniteit geschonden. Om te voldoen aan het derde lid van artikel 10 had meester Y stafhouder X moeten verwittigen van het feit dat hij de expeditie overmaakte aan zijn cliënte en dat de cliënte zelf zou instaan voor de betekening van het vonnis, zodat meester Y stafhouder X dienaangaande niet verder zou kunnen informeren.

Meer in het algemeen moet een advocaat die het derde lid van artikel 10 niet kan naleven, omdat zijn mandaat ophoudt nadat hij vonnis heeft bekomen, zijn tegenstrever daarvan inlichten, opdat deze zou weten dat hij niet vooraf zal worden verwittigd van een eventuele betekening.

Meester Y heeft nagelaten dit te doen en heeft in zijn brief van 10 april 2009 bovendien ten onrechte geschreven : Bij gebreke hieraan heb ik opdracht gekregen om over te gaan tot betekening en uitvoering”.

Meester Y had helemaal geen opdracht om over te gaan tot betekening en uitvoering. Precies het feit dat hij niet deze opdracht had en dat zijn cliënte zelf zou overgaan tot betekening en uitvoering was de informatie die hij had dienen over te maken aan stafhouder X, opdat deze laatste correct geïnformeerd zou geweest zijn en extra voorzichtig zou kunnen geweest zijn.

De vraag is nu wat de gevolgen zijn van dit alles.

Ik vrees dat een stafhouder niet de bevoegdheid heeft om aan een partij op te leggen te verzaken aan het voordeel van de betekening van een vonnis.

De loyaliteit gebiedt een advocaat alles in het werk te stellen om de nadelige gevolgen van zijn ondeontologisch handelen zoveel mogelijk teniet te doen. In gevallen waarin een vonnis wordt betekend met miskenning van artikel 10 kan de stafhouder daarom de betrokken advocaat opleggen alles in het werk te stellen om zijn cliënt ervan te overtuigen te verzaken aan het voordeel van de betekening. Hij zou ook, indien hoger beroep wordt aangetekend, de betrokken advocaat kunnen verbieden op te treden in graad van beroep, indien zijn cliënt niet verzaakt aan de betekening, maar verder reikt de bevoegdheid van een stafhouder niet.

Philippe De Jaegere

Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 771

Meer lezen

Advies 773

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen