Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 330

De advocaat is deontologisch verplicht zijn cliënt te wijzen op de mogelijkheden van juridische tweedelijnsbijstand, indien er aanwijzingen zijn dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt – gevolgen van een inbreuk op deze deontologische verplichting op de staat van kosten en ereloon zijn van civielrechtelijke aard – de stafhouder is niet bevoegd om ter zake uitspraak te doen, noch om de arbitragecommissie te adviseren.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Deel dit artikel

Vraag

Een stafhouder stelt dat het een deontologische plicht is om de cliënten te wijzen op de mogelijkheid een pro-deo aan te vragen en koppelt daaraan twee vragen:

  1. Wat is de algemene rechtspraak inzake tucht met betrekking tot deze deontologische verplichting?
  2. Wat is het lot van de staat van kosten en erelonen van een advocaat die aan zijn cliënt de prodeo had moeten adviseren, maar dat niet heeft gedaan?

De stafhouder verwijst naar een concreet geval waarin de arbitragecommissie van zijn balie bij de behandeling van de zaak over een betwiste ereloonstaat geconfronteerd wordt met de klacht van de cliënt dat zij lopende de procedure vanaf een bepaald ogenblik recht zou gehad hebben op een prodeoadvocaat en daarover niet werd ingelicht door haar advocaat. De arbitragecommissie vraagt de stafhouder het dossier te onderzoeken en “na uw conclusie en eventuele tussenkomst het dossier terug te willen overmaken aan de arbitragecommissie”.

Advies

Vrij algemeen wordt aanvaard dat er inderdaad een deontologische plicht is voor de advocaat om zijn cliënt te wijzen op de mogelijkheden van juridische tweedelijnsbijstand, indien er aanwijzingen zijn dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt.

Aan sommige balies is deze verplichting ook ingeschreven in de deontologische code.

In de uitspraken van de tuchtraden sinds 1 november 2006 zijn mij geen beslissingen bekend waarin een advocaat werd vervolgd wegens een inbreuk op voormelde deontologische plicht.

De vraag naar de gevolgen van een inbreuk op deze deontologische plicht op de staat van kosten en ereloon van de advocaat valt niet eenvoudig te beantwoorden.

Ik wil erop wijzen dat noch de stafhouder, noch het departement deontologie van de Orde van Vlaamse Balies ter zake enige bevoegdheid heeft. Het gaat immers om de civielrechtelijke verbintenissen van advocaat en cliënt.

Een advocaat heeft een informatieplicht en de eerste vraag die desgevallend door een rechter of een arbitragecommissie moet worden beantwoord, is de vraag of de advocaat in concreto is tekort gekomen aan zijn informatieplicht.

De cliënt die beweert niet geïnformeerd te zijn over de mogelijkheden van de juridische tweedelijnsbijstand draagt daarvan in principe de bewijslast.

De kwalificatie van deze fout zal afhangen van omstandigheden die in elke zaak afzonderlijk door de rechter moeten worden beoordeeld. De vraag zal daarbij ook rijzen of de advocaat wist of moest weten dat de cliënt mogelijk in aanmerking kwam voor juridische tweedelijnsbijstand. Daarbij kunnen de aard van de zaak, het belang van de zaak, de wijze waarop de zaak bij de advocaat is aangebracht, de informatie de cliënt zelf heeft verstrekt, enzovoort een rol spelen.

Bij dit alles mag men ook niet vergeten dat een advocaat niet verplicht is een zaak te behandelen onder het systeem van de juridische tweedelijnsbijstand. Ook de cliënt is daartoe niet verplicht. De cliënt kan perfect afzien van het recht een beroep te doen op de juridische tweedelijnsbijstand.

Dit alles kan het voorwerp uitmaken van een feitelijke discussie met een ingewikkelde bewijslastproblematiek.

De rechter zal ook moeten beoordelen of het niet verstrekken van de informatie over de juridische bijstand een contractuele fout is in het kader van de opdracht die de advocaat kreeg, dan wel eerder een inbreuk op een algemene zorgvuldigheidsnorm.

Ook bij de beoordeling van de eventuele civielrechtelijke gevolgen zullen vele feitelijkheden een rol spelen die in elke zaak afzonderlijk door de rechter zullen moeten worden beoordeeld. Hoe heeft de cliënt zichzelf voorgesteld? Diende de cliënt zelf ook niet te weten dat er een mogelijkheid was om een beroep te doen op een pro-deoadvocaat? Was het voor de cliënt van meet af aan niet duidelijk dat hij zich wendde tot een advocaat die geen pro-deozaken behandelt? Verantwoorden de aard en het belang van de zaak de keuze van een betalend advocaat? Enz.

Het is dienvolgens niet mogelijk om bij wijze van algemene regel een civielrechtelijk gevolg te koppelen aan een beweerde inbreuk op de deontologische regel dat de advocaat in principe zijn cliënt informeert over de mogelijkheid van juridische tweedelijnsbijstand.

Terugkomend op de concrete vraag van uw arbitragecommissie, moet ik u zeggen dat het mij niet duidelijk is wat de bedoeling van de arbitragecommissie precies is.

De arbitragecommissie dient te handelen overeenkomstig de artikelen 1676 e.v. Ger.W. en kan mijns inziens haar bevoegdheid niet delegeren aan een derde.

De stafhouder is niet bevoegd om ter zake enige uitspraak te doen, noch om de arbitragecommissie te adviseren.

De brief van de voorzitter van de arbitragecommissie kan door de stafhouder alleen aldus worden begrepen dat het mogelijk deontologische probleem aan de stafhouder wordt gesignaleerd, waaraan de stafhouder al dan niet een tuchtrechtelijk gevolg zal geven.

De stafhouder kan dan ook enkel antwoorden dat hij de melding goed ontvangen heeft, dat hij daaraan het gepaste gevolg zal geven en dat hij niet bevoegd is om de arbitragecommissie in welke zin dan ook te adviseren.

Voor zoveel als nodig wens ik ook te wijzen op artikel 477 Ger.W.: "In een strafrechtelijke, burgerrechtelijke of administratieve procedure mag geen melding worden gemaakt van een tuchtprocedure, noch van elementen daarvan".

Indien een tuchtonderzoek zou worden gestart, dan valt dit volledig buiten de arbitrage en dan kan geen enkel element daarvan doorsijpelen tot in de arbitrageprocedure.

Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 767

Meer lezen

Advies 760

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen