Deontologie-advies Advies 310
Alleen de stafhouder van de advocaat die zich eventueel uit de zaak moet deporteren is bevoegd.
Geen schending van het beroepsgeheim: wat de advocaten van de diverse partijen vernemen van de vennootschappen kunnen ze eveneens vernemen van hun cliënten die afwisselend bestuurder en gedelegeerd bestuurder zijn geweest – de belangen van de vennootschappen kunnen niet volledig los worden gezien van die van de partijen. Het gaat om gezamenlijke vennootschappen waarvan de controlemeerderheid mogelijk nog dient opgeklaard te worden door de rechtbank.
De stafhouder kan aan een advocaat bevel geven zich in bepaalde gevallen (die zich in casu niet voordoen) te deporteren uit een zaak in het kader van bewarende maatregelen.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
De problematiek is een klassieke: een advocaat, mr. W, vraagt dat mr. X zich deporteert uit een aantal zaken wegens strijdigheid van belangen.
1. Mr. W treedt op voor de heer A die aandeelhouder is van de vennootschappen NV B en NV C (en bestuurder, tot 2003 gedelegeerd bestuurder; in deze laatste periode trad het kantoor W ook op voor de NV B op instructie van haar toenmalig gedelegeerd bestuurder).
De heer A is gescheiden. Tot de ontbonden huwgemeenschap behoren de aandelen in de twee vennootschappen. Voor de ex-mevrouw A, mevrouw D, treedt mr. Y op in het kader van de procedure vereffening-verdeling. Voor deze dame, in het kader van de vennootschapsrechtelijke problematiek, treedt mr. X op. Hij treedt in dit kader ook op voor de zoon E, en diens vrouw F.
2. Mr. W voert aan dat mr. X naast raadsman van mevrouw D en zoon en schoondochter A, ook doorgaans de raadsman is van de twee NV’s, en ook voor zijn drie cliënten zelfs eenmaal de NV B heeft gedagvaard, terwijl hij in andere procedures voor zijn drie cliënten en de twee NV’s optreedt.
De kern van de betwistingen raakt het aandeelhouderschap in de NV’s. Mevrouw D houdt voor dat ze de meerderheidsaandeelhoudster is, haar ex-echtgenoot noemt zich alleen aandeelhouder. De zoon is gedelegeerd bestuurder, zijn vrouw bestuurder.
Gezien deze strijdige aanspraken voert mr. W aan dat er een onoverbrugbare en objectieve strijdigheid van belangen bestaat tussen alle partijen, waardoor de belangen van de NV’s behartigd worden vanuit de belangen van mevrouw D.
Bovendien hebben, volgens hem, de zoon en schoondochter “geobjectiveerd totaal andere belangen te verdedigen” dan mevrouw D.
3. Mr. X stelt dat hij inderdaad in procedures op eenzijdig verzoekschrift (en derden verzet en kortgeding) is tussengekomen voor de drie natuurlijke personen en voor de twee rechtspersonen. Het ging om een opschorting van een algemene vergadering en een raad van bestuur gehouden door A en om een verbod van toegang van dezelfde heer tot de vennootschap. Hij had instructies van het dagelijks bestuur van de NV B (gedelegeerd bestuurder E, en bestuurders D en F) die volgens hem gelijklopende belangen hadden met deze van de NV.
Er is ook een procedure waar mr. X (noodzakelijkerwijze) de NV B gedagvaard heeft. Het gaat om de vernietiging van zogenaamd valse verslagen van de algemene vergadering en raad van bestuur door A opgesteld, vernietiging die is uitgesproken door de rechtbank van koophandel te … op 23 mei 2006. Dergelijke vordering dient ingesteld tegen de vennootschap (artikel 176 Vennootschapswet), die dan ook vertegenwoordigd werd door mr. Z. De NV verschijnt daar inderdaad procedureel als de tegenpartij van de eisers, zodat ze niet door de raadsman van de eisers kon worden vertegenwoordigd.
Mr. X duidt nog aan dat mr. W eerst in het dossier is gekomen in 2006, maar dat zijn talrijke voorgangers nooit opmerkingen formuleerden i.v.m. een mogelijk belangenconflict. Hij voegt een aantal procedurestukken.
4. Mr. W repliceert dat de positie van mevrouw D broos is omdat ze kan kantelen als in de procedure ten gronde (een strafzaak) zou blijken dat ze slechts door een valsheid in geschrifte een meerderheid kan claimen. Hij besluit er uit dat er persoonlijke belangen van deze dame niet (noodzakelijk) gelijklopend zijn met deze van de vennootschappen, noch zelfs met deze van E en zijn echtgenote. Deze belangen van eenieder “moeten geobjectiveerd verschillend en tegenstrijdig zijn”. Mr. X treedt de facto maar op voor mevrouw D, “verlamt” daarbij de belangen van de NV B en “kan niet voluit gaan” voor de belangen van de twee NV’s en de zoon en schoondochter, want dan kunnen de belangen van zijn cliënte D in het gedrang komen.
Advies
Deze problematiek werd reeds uitgebreid onderzocht in de adviezen van het departement nr. 158 (09.04.2002), 207 (28.05.2004) en 239 (08.04.2005).
Ik zal enkele van de daar ontlede principes hier herhalen:
1. Vooreerst gaat het niet om een gedeelde beslissingsmacht van twee of meer stafhouders, maar is het de stafhouder van de advocaat die zich eventueel uit de zaak zou moeten deporteren die beslist (advies nr. 239 nr. 3). Het zou enkel anders kunnen gaan indien er zich een incident ter zitting zou voordoen en de stafhouder van de rechtbank waar gepleit wordt op de banken zou moeten beslissen.
2. De problematiek van onverenigbaarheden heeft te maken met het beroepsgeheim (vernemen van door dat geheim gedekte gegevens in een andere en eerdere hoedanigheid) en anderzijds met de plicht tot onafhankelijkheid. Deze laatste is van openbare orde: het vermijden van (zelfs een schijn van) belangenvermenging (advies nr. 158 nr. 2).
3. Dat de regel van openbare orde is maakt dat aan het argument van het gedogen of verbeuren van het recht op reclamatie hier maar moeilijk gevolg kan worden gegeven (advies nr. 239 nr. 4). Toch houdt een appreciatie van de vereiste goede trouw in de procedure de mogelijkheid in al te laattijdige reclamaties opzij te schuiven.
4. Ter zake is er geen sprake van dat elementen gedekt door een beroepsgeheim advocaat X zouden verhinderen op te treden voor de diverse cliënten. Wat de advocaten van de diverse partijen vernemen van de vennootschappen hebben ze even zo goed ter beschikking van hun cliënten die afwisselend bestuurder en zelfs gedelegeerd bestuurder zijn geweest (advies nr. 207 nr. 3.1 – 3.3)
5. Men kan bezwaarlijk voorhouden dat de belangen van de vennootschappen volledig los kunnen gezien worden van die van de partijen. Het gaat om gezamenlijke vennootschappen waarvan de controlemeerderheid mogelijk nog dient opgeklaard te worden door de rechtbank.
Hoe zou een van de advocaten aangesteld door een deel van de bestuurders/aandeelhouders kunnen voorhouden dat hij enkel en alleen de belangen van de NV’s los van deze van zijn opdrachtgevers vertegenwoordigt? Dat zou maar kunnen zo zijn in het geval van een advocaat aangesteld door een door de rechtbank of tussen partijen aangestelde voorlopig bewindvoerder (advies nr. 158 nr. 7).
6. Men kan enkel vaststellen dat deze procedures worden gevoerd tussen een aantal aandeelhouders maar niet zijn gericht tegen de vennootschappen, de vennootschappen zijn enkel de inzet van de procedures. Beide partijen willen immers door de procedure grip krijgen of hun grip behouden op de vennootschappen, minstens hun belangen daarin beveiligen. Het is moeilijk in dergelijke zaak te zeggen wie “de vennootschap” of “het vennootschapsbelang” het zijne mag noemen, en dus welke advocaat de vennootschap of haar belangen representeert. Dat vormt juist de inzet van het geding en dus moet de rechter dat uitmaken. Ondertussen mogen de beide advocaten ervan uitgaan dat hun cliënt het bij het juiste eind heeft en dus de vennootschap en/of haar belangen representeert.
In die zin is er geen sprake van tegenstrijdige belangen met deze van de vennootschap, juist omdat elke aandeelhouder pretendeert voor het belang van de vennootschap op te komen en dat ook zolang kan doen tot de rechtbank heeft beslist wie nu eigenlijk de meerderheid heeft en dus het uiteindelijk vennootschapsbelang als gedelegeerd bestuurder of raad van bestuur kan bepalen (advies nr. 207 nr. 3.3 en 3.4).
7. Het bevel zich te deporteren uit een zaak dat een stafhouder kan geven aan een advocaat in het kader van de bewarende maatregelen die hij kan nemen en de beslissingen ex autoritate die hij als tuchtoverheid van zijn Orde kan nemen, wordt slechts gegeven in geval van strijdige belangen of van een onverschoonbare fout, wanneer de persoonlijke integriteit van de advocaat in opspraak is gebracht, wanneer er een vertrouwensbreuk is tussen de advocaat en zijn cliënt of wanneer een advocaat dergelijke blijk heeft gegeven van persoonlijke animositeit en betrokkenheid bij het dossier van zijn cliënt dat het verder handhaven van de advocaat op de zaak problemen zou kunnen meebrengen voor een verdere normale, rustige en confraternele rechtsgang in de betrokken zaak.
Deze veronderstellingen doen zich ter zake niet voor en ik meen dan ook dat er geen aanleiding kan zijn om de betrokken advocaat te verzoeken zich uit het dossier te deporteren. De terugwijzing van een advocaat uit een dossier dat hij voor zijn cliënt behandelt als tuchtrechtelijk “wapen” gaat in tegen de – eveneens hoog in het vaandel te voeren – vrije keuze van raadsman en kan dus slechts in uiterste omstandigheden geschieden (advies nr. 161 nr. 8). Deze liggen, naar mijn bescheiden mening, hier niet voor.
Jo Stevens
Voorzitter