Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 306

Naar aanleiding van een concreet geschil verschaft een stafhouder in een TV-programma informatie over het begroten van het ereloon en verdedigt hij de belangen van de balie in het algemeen – later, in het kader van een beroepsprocedure invordering ereloon, consulteert de cliënt deze stafhouder als raadsman – geen schending van het beroepsgeheim: naar aanleiding van het TV-programma heeft de betrokken advocaat vertrouwelijk zijn brieven aan zijn cliënt overgemaakt aan de stafhouder. Deze brieven werden aangewend in de procedure tussen de advocaat en de cliënt in eerste aanleg; verlies vertrouwelijk karakter - stafhouder heeft geen vertrouwelijke informatie vernomen in het kader van zijn optreden in het TV-programma – geen probleem van onafhankelijkheid van de stafhouder: hij heeft in het TV-programma niet de belangen van de betrokken advocaat behartigd – geen probleem van kiesheid: de stafhouder trad in het TV-programma niet op als stafhouder van de betrokken advocaat maar omwille van zijn expertise.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

Mr. X heeft een geschil met zijn voormalige cliënt de heer A betreffende een ereloonstaat. In het programma "…", dat op … werd uitgezonden eind januari 2005 werd de heer A aan het woord gelaten ter illustratie van een item over "dure advocaten". De programmamakers hadden ook mr. X uitgenodigd, maar deze weigerde begrijpelijkerwijze. Ten slotte figureerden in het programma ook "een advocaat", mr. Z en "een stafhouder", stafhouder Y. De programmamakers hadden mr. X beloofd dat zijn naam niet zou worden vermeld en dat de zaak van de heer A eerder zou worden aangewend voor een meer algemeen debat. Mr. X ontving ook de namen van de advocaat en de stafhouder die in het programma het woord zouden nemen. Hij had voor het programma een uitvoerige telefonische bespreking met mr. Z, waarna hij een fax verzond naar mr. Z en naar stafhouder Y, waarin hij enige uitleg gaf bij de zaak en ten vertrouwelijke titel ook twee brieven meedeelde die hij eerder had verzonden naar de heer A. Na deze fax had hij nog een kort telefonisch contact met stafhouder Y. Volgens mr. X hebben stafhouder Y en mr. Z op een zeer goede wijze het standpunt van de balie verdedigd tijdens het programma. Stafhouder Y verklaart daaromtrent dat zijn tussenkomst in het

programma zich heeft beperkt tot het informatieve gedeelte. Hij heeft bij zulke gelegenheid nooit de behoefte om in te gaan op een dossier zelf, waarvan hij overigens de achtergrond niet kent.

Na dit programma werd de heer A door mr. X gedagvaard in de betaling van zijn staat van kosten en ereloon. De heer A nam persoonlijk zijn verdediging waar. De rechtbank van eerste aanleg te … velde een vonnis op 6 februari 2007. Na dit vonnis consulteerde de heer A mr. V van de balie van ... Mr. V stelde hoger beroep in, maar diende zich vervolgens op verzoek van de stafhouder van … uit de zaak terug te trekken (evenals mr. W, die toegezegd had om mr. V bij te staan).

Ingevolge deze beslissing van de stafhouder te … diende de heer A een advocaat te zoeken buiten de … balie. Hij deed een beroep op stafhouder Y.

Mr. X beklaagt zich nu bij zijn stafhouder over het feit dat stafhouder Y de belangen behartigt van de heer A en hij verwijst daarvoor naar de interventie van stafhouder Y in het televisieprogramma en naar de contacten die hij in dat verband had met stafhouder Y.

Advies

De vraag of stafhouder Y al dan niet kan optreden als raadsman van de heer A, moet worden onderzocht vanuit diverse oogpunten: het beroepsgeheim, de onafhankelijkheid en de kiesheid en loyaliteit.

1.

Naar aanleiding van het televisieprogramma heeft mr. X contact gezocht met stafhouder Y. Mr. X schrijft dat hij een uitvoerig gesprek had met mr. Z, maar niet met stafhouder Y. Hij had met deze laatste slechts een kort telefonisch contact na de verzending van zijn fax van 25.01.2005. Er mag worden aangenomen dat mr. X aan stafhouder Y omtrent de zaak geen andere mededelingen deed dan deze die vervat zijn in de brief van 25.01.2005.

Mr. X schreef in deze brief:

"Wij hebben vooral begrepen dat het de bedoeling is om aan het publiek mee te delen op welke wijze staten van kosten en erelonen van advocaten kunnen begroot worden. Hiermede rekening houdend menen wij dat het nuttig is dat wij u vertrouwelijk de brieven overmaken welke wij op 18.03.2004 en op 23.06.2004 verzonden aan dhr. A. U zult daarbij vaststellen dat wij reeds in de eerste brief erop aangedrongen hebben dat onze staat van kosten en erelonen zou onderworpen worden aan de meest gestrenge taxatie. In onze brief dd. 23.06.2004 hebben wij anderzijds toegelicht op welke wijze tot taxatie kan worden overgegaan."

Verder vermeldt mr. X dat hij de heer A ondertussen heeft opgeroepen in verzoening en dat hij op deze verzoeningsvergadering opnieuw heeft aangedrongen op een verzending naar de taxatiecommissie, hetgeen door de heer A werd verworpen.

In de brieven van 18.03.2004 en 23.06.2004 richt mr. X zich tot de heer A om zijn standpunt uiteen te zetten over de weigering van de heer A om het saldo van zijn staat van kosten en ereloon te betalen (de grond van de zaak betreft de problematiek dat er slechts een beperkte dekking was van de rechtsbijstandsverzekering, zodat de heer A een deel van het ereloon zelf diende te betalen).

Deze brieven zijn gedekt door het beroepsgeheim en werden door mr. X ten vertrouwelijke titel overgemaakt aan stafhouder Y.

Er moet evenwel worden vastgesteld dat deze brieven zich reeds in de procedure voor de rechtbank van eerste aanleg te … in het dossier bevonden van de heer A en mogelijkerwijze ook in het dossier van mr. X. Dit blijkt uit de motivering van het vonnis. Overigens verliezen deze brieven hun vertrouwelijk karakter wanneer zij worden aangewend in een geschil tussen de advocaat en zijn cliënt.

Ook het feit dat de heer A reeds was opgeroepen in een verzoening is in het kader van de lopende procedure geen geheim.

Uit de stukken valt verder niet af te leiden dat stafhouder Y in het kader van zijn optreden in het televisieprogramma "…" van mr. X vertrouwelijke zaken zou hebben vernomen die hij thans enkel met schending van het beroepsgeheim zou kunnen aanwenden in zijn hoedanigheid van raadsman van de heer A.

Op grond van de stukken die worden voorgelegd en de verklaringen van de betrokkenen dreigt er geen potentiële schending van het beroepsgeheim wanneer stafhouder Y de belangen behartigt van de heer A.

2.

Er zou zich een probleem van onafhankelijkheid kunnen stellen mocht stafhouder Y eerder zijn opgetreden om de belangen te behartigen van mr. X in deze of in een andere zaak. In het bewuste televisieprogramma heeft stafhouder Y evenwel niet de belangen behartigd van mr. X, maar wel deze van de balie in het algemeen en dit door zo correct mogelijke informatie te verschaffen. In zijn brief van 25.01.2005 schreef mr. X overigens geheel terecht:

"Het is geenszins de bedoeling van deze brief dat u onze verdediging zou waarnemen in een tv-uitzending."

Er lijkt in deze omstandigheden geen enkel probleem te zijn voor stafhouder Y om in alle onafhankelijkheid de belangen van de heer A te behartigen.

3.

Ten slotte stelt zich de problematiek van de kiesheid en de loyaliteit.

In het algemeen kan worden gesteld dat het, nog afgezien van de problematiek van het beroepsgeheim en de onafhankelijkheid, onkies is dat een stafhouder de belangen zou behartigen van een partij in een zaak waarvan hij in zijn hoedanigheid van stafhouder eerder kennis had genomen.

De vraag is evenwel of dit hier het geval is. Stafhouder Y heeft immers niet deelgenomen aan het televisieprogramma als stafhouder van mr. X. Als stafhouder van … had stafhouder Y immers geen enkele bevoegdheid omtrent deze zaak. Hij werd enkel aangezocht omwille van zijn hoedanigheid als stafhouder en de veronderstelde expertise over de deontologische kwesties en discussies over ereloonstaten.

Het is te begrijpen dat mr. X op het eerste gezicht de wenkbrauwen fronst wanneer hij vaststelt dat stafhouder Y de belangen behartigt van de heer A, nadat stafhouder Y in het televisieprogramma de belangen van de balie behartigde tegenover de heer A, maar bij nader toezien ben ik ervan overtuigd dat ook mr. X die, naar ik meen te kunnen afleiden uit zijn brieven, een bijzonder integere advocaat blijkt te zijn, tot de vaststelling zal moeten komen dat objectief niets zich verzet tegen de tussenkomst van stafhouder Y.

Philippe De Jaegere

Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 779

Meer lezen

Advies 778

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen