Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 187

Schuldbemiddeling - advocaat uit kantoor schuldbemiddelaar gelast met private processen of belangen van de debiteurs - tegenstrijdigheid van belangen en strijdigheid met de regel van de kiesheid

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Ik verwijs naar uw brief van 26 september ll. i.v.m. een bijzondere problematiek betreffende de schuldbemiddeling, nl. de vraag of de stagiair dan wel de associé eventueel in een loutere kostenassociatie met de schuldbemiddelaar kan optreden als persoonlijk raadsman van de schuldenaar.

In het ene door U geciteerde geval werd de advocaat die prodeo aangesteld werd i.v.m. echtelijke moeilijkheden, opgevolgd door een advocaat van hetzelfde kantoor als de schuldbemiddelaar, blijkbaar zonder prodeoaanstelling.

In het andere geval wordt een advocaat van een associatie, die een kostenassociatie is, door de beslagrechter aangesteld als schuldbemiddelaar in het kader van een procedure collectieve schuldbemiddeling.

Na deze aanstelling ontvangt de voorzitter van het bureau voor juridische bijstand diverse vragen tot aanstelling van een prodeo-advocaat, die een associé is in de kostenassociatie van de schuldbemiddelaar.

Er wordt geopperd dat er altijd een mogelijke belangentegenstelling bestaat tussen de advocaat van mensen die de schuldbemiddeling hebben verkregen en de schuldbemiddelaar. Ik meen dat deze opmerking juist is.

De wet bepaalt in artikel 1675/17, § 2 Ger.W. dat de schuldbemiddelaar onafhankelijk en onpartijdig moet zijn tegenover de betrokken partijen.

Hij kan worden gewraakt indien er wettige redenen zijn om te twijfelen aan zijn onpartijdigheid of zijn onafhankelijkheid. Dergelijke wraking is steeds mogelijk voor wrakingsgronden die bekend worden na de aanstelling van de schuldbemiddelaar.

De wrakingsprocedure verloopt overeenkomstig de artikelen 970 en 971 Ger.W., zijnde de procedure die dient voor wraking van deskundigen, waarvan in artikel 966 wordt gezegd dat de deskundigen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters. Hier echter bepaalt het wetboek dat de schuldbemiddelaar kan worden gewraakt indien er wettige redenen zijn om te twijfelen aan zijn onpartijdigheid of zijn onafhankelijkheid.

Ik denk dat dergelijke redenen steeds voorhanden zullen zijn wanneer een advocaat uit het kantoor van de schuldbemiddelaar met private processen van de schuldenaar belast wordt.

Er komen dan onvermijdelijk vroeg of laat problemen van beroepsgeheim en mogelijke belangentegenstellingen naar boven tussen de schuldenaar en de schuldbemiddelaar en dat geldt niet enkel in verband met onderhoudsgelden waarvoor een bijzonder regime bestaat (artikel 1775/13, § 3 Ger.W.) doch ook i.v.m. de raadgevingsplicht die de persoonlijke advocaat van de schuldenaar steeds zal hebben en waarvan men moeilijk kan aannemen dat deze zich niet zou uittrekken, al was het maar incidenteel, tot vragen over het optreden van de schuldbemiddelaar en de verplichtingen die de schuldenaar heeft i.v.m. zijn toestand en de tussenkomst van de schuldbemiddelaar.

Daarbij moet niet worden vergeten dat de schuldbemiddeling een onbeschikbaarheid van het vermogen voor gevolg heeft (artikel 1675/7, § 1 Ger.W.) wat vragen doet rijzen i.v.m. een optreden van een advocaat wanneer deze niet prodeo is aangesteld m.b.t. het bekomen van de betaling van zijn ereloonstaten.

Tot de boedel van de schuldenaar in het kader van de schuldbemiddeling behoren al de goederen die hij verkrijgt tijdens de uitvoering van de collectieve aanzuiveringsregeling (artikel 1675/7, § 1, 2de lid).

Er is een verbod tot benadeling van de schuldeisers in § 3 van hetzelfde artikel opgenomen en de schuldbemiddelaar kan inlichtingen van derden bekomen waarbij het beroepsgeheim niet telt (zelfde bepaling).

Het is juist omwille van de speciale situatie dat advocaten van deze verplichting tot het geven van inlichtingen zijn uitgesloten (Arbitragehof, nr 64/2000 van 3 mei 2000), wat eens te meer aanduidt dat er geen sprake kan zijn van gedeeld beroepsgeheim tussen de schuldbemiddelaar en de advocaat van de schuldenaar en dat hier onmiskenbaar belangentegenstellingen kunnen opduiken.

De schuldbemiddelaar is gelast met de opvolging en de controle van de bepaalde maatregelen (artikel 1675/14) en de schuldenaar moet hem een eventuele wijziging van zijn vermogenstoestand melden (ibidem).

Elke schuldeiser kan op elk moment de herroeping van de schuldbemiddeling vragen aan de rechter of van de vooropgestelde voorwaarden (artikel 1675/15).

Eén en ander doet een beeld ontstaan van onmogelijkheid dat een lid van een kantoor de taak van schuldbemiddeling kan opnemen in totale onafhankelijkheid en onpartijdigheid, terwijl een ander lid van het kantoor voor de betrokken schuldenaar zou optreden in welke zaak dan ook met een eigen beroepsgeheim, met een eigen onafhankelijkheid, met een partijdigheid die aan het optreden van een advocaat verbonden is, zodat er onmiskenbaar een belangentegenstelling ontstaat of kan ontstaan.

De schuldbemiddelaar is altijd een tegenpartij van de schuldenaar gezien zijn onafhankelijke rol in de schuldbemiddeling en zijn optreden voor de belangen van de schuldeisers en de schuldenaar vermits hij de controle heeft over de handelingen en daden van de schuldenaar.

Hetzelfde kantoor kan onmogelijk voor en tegen een cliënt pleiten, voor en tegen een cliënt optreden. Hier ontstaat een duidelijke tegenstrijdigheid van belangen of een gevaar van dergelijke tegenstrijdigheid, welke slechts kan opgelost worden door te verbieden dat hetzelfde kantoor tezelfdertijd optreedt als schuldbemiddelaar en als advocaat van de schuldenaar.

Zelfs daar waar geen duidelijke belangtegenstellingen of mogelijke strijdigheid van belangen aanwezig zijn of op het eerste gezicht in de nabije toekomst kunnen verwacht worden, strookt het niet met de regel van de kiesheid dat de advocaat van de schuldenaar van hetzelfde kantoor afkomstig is als de advocaat-schuldbemiddelaar, zijn medewerker of zijn stagiair.

Stafhouder Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie.

Ook interessant

Advies 707

Meer lezen

Advies 597

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen