Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Grie­ven­stel­sel in hoger beroep: Grond­wet­te­lijk Hof wijkt af van cas­sa­tie­recht­spraak

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de beperking voor een beroepsrechter om niet ambtshalve grieven op te werpen bij nieuwe elementen die opduiken na het indienen van het grievenformulier en die aantonen dat de feiten geen misdrijf zijn, strijdig is met het recht op toegang tot de rechter. Dat arrest velde het Hof op 16 mei 2019 naar aanleiding van een prejudiciële vraag van het hof van beroep in Luik.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 6743

Wettelijke achtergrond

De Potpourri II-wet voerde in 2016 een grievenstelsel in bij beroep in strafzaken. De partij die hoger beroep aantekent, moet in het verzoekschrift verduidelijken welke grieven hij heeft tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis (art. 204 Sv.). Het debat dat vervolgens in graad van beroep wordt gevoerd, is in principe beperkt tot die grieven.

Artikel 210 Sv. voegt daaraan toe dat de beroepsrechter ambtshalve grieven kan aanvoeren. Met uitzondering van de grieven opgeworpen door de partijen zoals bepaald in art. 204 Sv., kan dat echter slechts met betrekking tot de middelen van openbare orde die betrekking hebben op de gevallen bepaald in artikel 210, tweede lid Sv.

In­ter­pre­ta­tie Hof van Cassatie

De exacte en gewenste draagwijdte van artikelen 204 en 210 Sv. was het onderwerp van heel wat discussie. Het Hof van Cassatie interpreteerde de bepalingen op een beperkende wijze. De cassastierechtspraak bepaalt dat de appelrechter de ambtshalve middelen uit artikel 210, tweede lid Sv. enkel binnen de perken van de door de appellanten aangevoerde grieven kan aanvoeren. Pas op die wijze kunnen de doelstellingen van de wetgever zoals een efficiëntere behandeling van strafzaken in hoger beroep en het vermijden van nutteloze werklast en kosten worden bereikt. Het Hof van Cassatie stelt dat de regeling het recht op hoger beroep niet in de kern aantast.

Grond­wet­te­lijk Hof geeft bredere invulling aan art. 210 Sv.

In het arrest van 16 mei 2019 spreekt het Grondwettelijk Hof zich uit over de bevoegdheid van de appelrechter in de specifieke situatie waarin er een nieuw element opduikt na de neerlegging van het verzoekschrift in hoger beroep waarvan alleen de appelrechter kennis zou kunnen hebben en dat een weerslag kan hebben op de schuld. Het Hof oordeelt dat de onmogelijkheid voor de rechter om in dit geval ambtshalve een middel van openbare orde op te werpen met betrekking tot het gegeven dat de feiten geen misdrijf zijn, strijdig is met het recht op toegang tot de rechter zoals voorzien in art. 13 Gw. en art. 6 EVRM.

Het maakt dus niet uit dat de schuldvraag in het verzoekschrift of in het grievenformulier niet is beoogd. Het onvoorzienbare karakter van het nieuwe element belet dat de appellant daarmee rekening heeft kunnen houden wanneer hij zijn grieven bepaalde. De onmogelijkheid voor de rechter om dat nieuwe element op te werpen is onevenredig ten aanzien van de doelstelling van de wetgeving. De appelrechter moet ambtshalve de schuldvraag in het debat kunnen brengen en moet de beklaagde kunnen vrijspreken voor een feit waarvan kan worden vastgesteld dat het geen misdrijf uitmaakt, ongeacht het tijdstip waarop het nieuwe element is opgedoken.

Conclusie

Het Grondwettelijk Hof laat meer ruimte voor ambtshalve grieven dan het Hof van Cassatie. In geval van een nieuw element kan een stringente interpretatie van het grievenstelsel strijdig zijn met het recht op toegang tot de rechter. Maar het Hof heeft het enkel over het opwerpen van middelen als de feiten geen misdrijf zijn. De vraag of de appelrechter ook bevoegd is om dat te doen voor feiten die wel strafbaar zijn maar niet door de beklaagde werden gepleegd, is onduidelijk op basis van het arrest.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen