Standpunt vereenvoudiging hoorrecht van slachtoffers bij strafuitvoering
We hebben geadviseerd bij een wetsvoorstel dat het mogelijk wil maken dat slachtoffers die zich geen burgerlijke partij hebben gesteld maar wel geïnformeerd en/of gehoord willen worden in de strafuitvoering, hier niet langer enkel schriftelijk maar ook mondeling om kunnen verzoeken.
Hoewel slachtoffers zich inderdaad niet zo vaak manifesteren bij de strafuitvoering, ligt de reden bij dat probleem volgens ons niet bij de vormvereiste.
De wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van veroordeelden en de rechten van het slachtoffer voorziet de mogelijkheid om een schriftelijk verzoek te richten aan de strafuitvoeringsrechter als zij geïnformeerd of gehoord wensen te worden bij de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.
Voorliggend wetsvoorstel maakt het mogelijk om dergelijk verzoek ook mondeling in te dienen bij de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, het openbaar ministerie of een strafuitvoeringsrechtbank. Volgens de indieners is de huidige schriftelijke vormvereiste vaak een administratieve en praktische hindernis waardoor een deel van de slachtoffers hun recht op betrokkenheid niet uitoefenen.
We erkennen dat betrekkelijk weinig slachtoffers zich melden bij de strafuitvoering, maar we denken dat de voorgestelde oplossing weinig impact zal hebben. Bovendien rijst de vraag naar de organisatie en de verwerking van mondelinge verzoeken door de bevoegde diensten.
Beter zou zijn om in te zetten op een tijdige identificatie en bewustmaking van slachtoffers die volgehouden wordt tot bij de strafuitvoering, ook als het slachtoffer zich geen burgerlijke partij stelt.