Deontologie-advies Advies 721
De statuten van de vennootschap, die betrekking hebben op het managen van BV’s, wijzen op een commerciële ingesteldheid, wat strijdig is met het absolute verbod op het drijven van handel en nijverheid. Het feit dat andere advocaten in het verleden toestemming hebben gekregen om commerciële activiteiten te ontplooien is niet relevant. Zeker wanneer de zetel van de vennootschap op de zetel van het advocatenkantoor wordt gevestigd, kan er bij cliënten verwarring ontstaan over de hoedanigheid waarin de advocaat die cliënten bijstaat.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
Mr. X en mr. Y hebben gezamenlijk vennootschap A opgericht, waarvan zij beiden ook de niet-statutaire bestuurders zijn voor onbepaalde duur.
Vennootschap A richt op zijn beurt, samen met vennootschap C (opgericht en bestuurd door een voormalige profvoetballer), en natuurlijke personen D (marketing/communicatie consultant) en E (sportarts), vennootschap B op. De statuten van vennootschap B zijn dezelfde als die van vennootschap A.
Vennootschap A en vennootschap C zijn aangeduid als de niet-statutaire bestuurders voor onbepaalde duur van vennootschap B, met mr. Y en de enige bestuurder van vennootschap C als vaste vertegenwoordigers voor respectievelijk vennootschap A en vennootschap C.
De statuten van vennootschap A en B vermelden de volgende specifieke activiteiten:
10. Voorwerp
De vennootschap heeft tot voorwerp om zowel in België als in het buitenland, zowel in eigen naam en voor eigen rekening als in naam en voor rekening van derden, alleen of in samenwerking met derden, als vertegenwoordiger, tussenpersoon of commissionair:
1. Specifieke activiteiten:
- advies te verstrekken en/of diensten te verlenen aan sporters, kunstenaars, artiesten en academici en dit zowel op zakelijk, commercieel, financieel, juridisch, sportief en artistiek vlak;
- consultancy, opleiding, technische expertise en bijstand te verlenen op voornoemde gebieden aan derden;
- op te treden als commercieel tussenpersoon voor derden die op die domeinen actief zijn;
- het besturen van vennootschappen
Dit alles in de meest ruime betekenis.
Voor het uitoefenen van het voorwerp kan de vennootschap:
- Samenwerken met, deelnemen in, of op gelijk welke wijze rechtstreeks of onrechtstreeks, belangen nemen in andere ondernemingen.
- Zich tot waarborg van eigen verbintenissen als tot waarborg van verbintenissen van derden borg stellen, onder meer door haar goederen in hypotheek of in pand geven, inclusief de eigen handelszaak.
- Deelnemen aan het bestuur, management en beheer van vennootschappen en verenigingen ongeacht hun voorwerp en activiteit.
De vennootschap kan in het algemeen alle commerciële, industriële, financiële, roerende of onroerende handelingen verrichten in rechtstreeks of onrechtstreeks verband met haar voorwerp of welke van aard zouden zijn de verwezenlijking ervan geheel of ten dele te vergemakkelijken.
De vennootschap mag alle roerende en onroerende goederen als investering verwerven, zelfs als vennootschap.
Ter uitvoering van haar opdrachten en voor het waarnemen van bestuursmandaten kan de vennootschap zich laten vertegenwoordigen door haar zaakvoerder of elke andere derde vertegenwoordiger, die door de vennootschap worden afgevaardigd om op te treden voor rekening van de vennootschap.
2. Beheer van een eigen roerend en onroerend vermogen:
- het aanleggen, het oordeelkundig uitbouwen en beheren van een onroerend vermogen; alle verrichtingen met betrekking tot onroerende goederen en onroerende zakelijke rechten zoals de huurfinanciering van onroerende goederen aan derden, het aankopen, verlopen, ruilen, bouwen, verbouwen, onderhouden, verhuren, huren, verkavelen, prospecteren en uitbaten van onroerende goederen; de aan- en verkoop, huur en verhuur van roerende goederen, alsmede alle handelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks met dit voorwerp in verband staan en die van aard zijn de opbrengst van de roerende en onroerende goederen te bevorderen, alsmede zich borg te stellen voor het goede verloop van verbintenissen door derde personen aangegaan die het genot zouden hebben van deze roerende en onroerende goederen.
- het aanleggen, het oordeelkundig uitbouwen en beheren van een roerend patrimonium, alle verrichtingen met betrekking tot roerende goederen en rechten, van welke aard ook, zoals het verwerven door inschrijving of aankoop en het beheren van aandelen, obligaties, kasbons of andere roerende waarde, van welke vorm ook, van Belgische of buitenlandse, bestaande of nog op te richten rechtspersonen en ondernemingen.
3. Bijzondere bepalingen
De vennootschap mag alle verrichtingen stellen van commerciële, industriële, onroerende, roerende of financiële aard die rechtstreeks of onrechtstreeks met haar voorwerp verwant of verkocht zijn of de verwezenlijking ervan kunnen bevorderen.
De vennootschap mag betrokken zijn bij wijze van inbreng, samensmelting, inschrijving of op elke andere wijze, in de ondernemingen, verenigingen of vennootschappen, die een gelijkaardig, soortgelijk of samenhangend voorwerp hebben of die nuttig zijn voor de verwezenlijking van het geheel of een gedeelte van haar voorwerp.
Bovenvermelde opsomming is niet beperkend, zodat de vennootschap alle handelingen kan stellen die op welke wijze ook kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van haar voorwerp. De vennootschap mag haar voorwerp verwezenlijken zowel in België als in het buitenland, op alle wijzen en manieren, die zij het best geschikt zou achten.
De vennootschap mag geenszins aan vermogensbeheer of beleggingsadvies doen als bedoeld in de Wetten en Koninklijke Besluiten terzake.
De vennootschap zal zich dienen te onthouden van werkzaamheden die onderworpen zijn aan reglementaire bepalingen voor zover de vennootschap zelf niet aan deze bepalingen voldoet.
U vraagt zich af of deze activiteiten verenigbaar zijn met het beroep van advocaat. Anderzijds wil u wel rekening houden met het standpunt dat hierover in het verleden werd ingenomen door uw voorganger(s).
Ik verleen u het volgende advies.
Advies
Vooreerst wijs ik erop dat artikel 11, lid 3 van de Codex deontologie voor advocaten (CDA) stelt dat de activiteit van de onderneming die niet het beroep van advocaat uitoefent en waarover een advocaat de bevoegdheden van dagelijks bestuur uitoefent of waarin de advocaat uitvoerend bestuurder is of de effectieve leiding uitoefent, onder welke titel ook, wordt gelijkgesteld met een andere activiteit die de advocaat persoonlijk uitoefent.
Bijgevolg moeten ook de activiteiten die advocaten via een aparte vennootschap uitoefenen verenigbaar zijn met het beroep van advocaat. De vennootschappen A en B vallen hieronder.
Volgens artikel 437, lid 1, 3° van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) is het beroep van advocaat absoluut onverenigbaar met het drijven van handel of nijverheid. De raad van de Orde heeft onder artikel 437, lid 1, 3° Ger.W., in tegenstelling tot de beoordeling of er sprake is van een onverenigbaarheid tussen het beroep van advocaat en specifieke bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 437, lid 1, 4° Ger.W., geen beoordelingsmarge.
Sinds de totstandkoming van het reglement van 19 december 2018 ‘tot wijziging van ‘Afdeling I.2.5 Onverenigbaarheden’ en ‘Deel IV Advocaat treedt op in een andere hoedanigheid’ van de Codex’ (beter bekend als het ‘reglement perimeter’, dat werd goedgekeurd na de Ondernemingswet van 15 april 2018 dat de begrippen ‘handelaar’ en ‘koopman’ verving door ‘onderneming’) werd dit verbod ten onrechte genegeerd, ervan uitgaande dat artikel 437, lid 1, 3° Ger.W. zou worden gewijzigd, of zelfs afgeschaft. Dit is uiteindelijk niet gebeurd.
Gelet op enerzijds artikel 254, tweede lid van de Ondernemingswet van 15 april 2018 (dat de toepassing van wettelijke, reglementaire of deontologische bepalingen die onder verwijzing naar ‘handelaar’, ‘koopman’ of afgeleide begrippen beperkingen opleggen aan de toegelaten activiteiten van gereglementeerde beroepen, onverlet laat) en anderzijds het openbare orde-karakter van artikel 437, eerste lid, 3° Ger.W., kan niet anders dan de onverenigbaarheid van het beroep van advocaat met het drijven van handel en nijverheid worden erkend. Dat betekent dat het arrest van het Hof van Cassatie van 14 januari 1993 onverkort van toepassing blijft. Bijgevolg heeft het verbod bedoeld in artikel 437, lid 1, 3° Ger.W. niet alleen betrekking op de handel in de enge zin, maar op alle soortgelijke werkzaamheden die uitlopen op een geestesgesteldheid die niet strookt met de geestesgesteldheid die de beroepsethiek van de advocaat moet beheersen.
De statuten van vennootschappen A en B wijzen overduidelijk op een commerciële geestesgesteldheid, wat maakt dat de activiteiten die de confraters X en Y via die vennootschappen wensen te verrichten onverenigbaar zijn met hun beroepsactiviteit als advocaten.
Zo zullen ze via vennootschappen A en B het cliënteel niet alleen op juridisch, maar ook op zakelijk, commercieel, financieel, sportief en artistiek vlak adviseren, en hen consultancy, opleiding, technische expertise en bijstand op die vlakken verlenen. Ook mogen vennootschappen A en B als commerciële tussenpersoon optreden, en andere vennootschappen (ongeacht hun voorwerp of activiteiten) besturen. Dit alles “in de meest ruime betekenis”. Om die activiteiten te vervullen kunnen vennootschap A en B alle commerciële, industriële, financiële, roerende of onroerende handelingen verrichten in rechtstreeks of onrechtstreeks verband met haar voorwerp of welke van aard zouden zijn de verwezenlijking ervan geheel of ten dele te vergemakkelijken.
Dat de statuten van vennootschappen A en B identiek zijn aan die van een vennootschap, opgericht en bestuurd door een confrater uit West-Vlaanderen, en die lijken te zijn goedgekeurd door de toenmalige raad van de orde van de balie van West-Vlaanderen, is niet echt relevant voor de beoordeling die u mij vraagt.
In het bijgevoegde krantenartikel staat dat de bovenstaande activiteiten in het verlengde liggen van de activiteiten die confraters X en Y nu al als advocaten uitoefenen. Zo geven ze geregeld (juridisch) advies aan acteurs, presentatoren en artiesten vooraleer ze een contract tekenen bij een tv-zender of een productiehuis.
De confraters X en Y moeten zich echter realiseren, zeker wanneer de zetel van vennootschap A op de zetel van hun advocatenkantoor wordt gevestigd, dat er bij hun cliënten verwarring kan ontstaan over de hoedanigheid waarin ze die cliënten bijstaan: vanaf welk moment gaat de hoedanigheid van advocaat over in die van BV-manager? De advocaat bekleedt nochtans een bijzondere vertrouwenspositie, niet alleen ten aanzien van zijn cliënteel, maar ook in de maatschappij.
Het onderscheid tussen de beide hoedanigheden is van belang in het licht van artikel 11, lid 2 CDA, dat bepaalt dat als een advocaat een andere activiteit uitoefent, hij erop moet toezien dat die activiteit zijn onafhankelijkheid en beroepsgeheim in de uitoefening van het beroep van advocaat niet schendt en dat hij ieder belangenconflict vermijdt. Momenteel zijn er op dat vlak te weinig waarborgen.
Indien u dus het feit dat uw voorganger geen bezwaar heeft geformuleerd, gestand zou willen houden (de raad van de Orde die in deze finaal bevoegd is heeft zich evenwel nog niet uitgesproken), meen ik dat minstens bijkomende maatregelen kunnen opgelegd worden, zoals een aanpassing van de statuten en het verplaatsen van de zetel (zowel de jure alsook de facto).
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering