Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 620

Een curator kan zich niet beroepen op zijn beroepsgeheim van advocaat. De curator heeft veeleer een zekere discretieplicht. Wanneer de curator betreffende die informatieplicht in het kader van artikel 29 Sv. in gebreke blijft, zondigt de curator tegen de regel van de loyaliteit - die deel uitmaakt van zijn statuut als advocaat- tegenover de gerechtelijke overheden.


Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

U vraagt mijn advies in volgende kwestie.

Stafhouder X is samen met mr. Y – beiden advocaat aan uw balie- aangesteld als curator in een faillissementsdossier. Lastens mr. Y loopt momenteel een strafonderzoek met betrekking tot dit faillissement.

Mr. X heeft nu een uitnodiging ontvangen van de politiediensten om op 24 oktober as. als getuige verhoord te worden in dit strafdossier. Hij meent dat hij zich op zijn beroepsgeheim kan / moet beroepen om geen verdere uitleg te verschaffen over dit dossier.

U vraagt of mr. X dit kan of moet doen.

Advies

Ik verleen u volgend advies.

1.
Vooreerst merk ik op dat mr. X zich in zijn hoedanigheid van curator niet kan beroepen op zijn beroepsgeheim van advocaat. Artikel 18 van de Codex bepaalt:

“De advocaat gehouden is tot het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim strekt zich uit tot alle vertrouwelijke informatie die de advocaat in de uitvoering van zijn opdracht verneemt of vaststelt en geldt onbeperkt in de tijd.” (eigen markering)

Als curator (gerechtelijk mandataris) handelt de advocaat buiten zijn kerntaken en treedt hij niet op als advocaat. Hij is dus niet gedekt door het beroepsgeheim dat kleeft aan de kerntaken van de advocaat, en kan er zich derhalve ook niet op beroepen.

Dit betekent echter niet dat een curator helemaal geen beroepsgeheim zou hebben. Hij heeft veeleer een zekere discretieplicht waardoor hij niet zomaar alles mag rondbazuinen wat hij in het kader van zijn mandaat heeft vernomen (zie advies 459 van het departement deontologie).

Verder breng ik u artikel 162 van de Codex in herinnering, volgens hetwelk “De advocaat belast met een gerechtelijk mandaat [onderworpen blijft] aan de deontologie van de advocaat, tenzij de deontologische regel onverenigbaar is met dat mandaat.” De ‘gewone’ deontologische regels van de advocaat zijn dus het gemene recht voor de gerechtelijke mandataris, behalve indien die onverenigbaar zijn met de regels van het gerechtelijk mandaat. In dat geval primeren deze laatste deontologische regels. Van een dergelijke onverenigbaarheid tussen de deontologische regels van de advocaat, respectievelijk de curator is sprake op het vlak van het beroepsgeheim. (J. STEVENS, Advocatuur. Regels & Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2015, 505, nr. 700.)

2.
Hoewel de curator een zekere discretieplicht heeft, is hij ook een ‘openbaar officieer’ in de zin van artikel 29, lid 1 Sv. Deze bepaling luidt als volgt:

“Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar [en, voor de sector van de gezinsbijslag, iedere meewerkende instelling in de zin van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde] die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat al desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen.”

Dit betekent dat als mr. X kennis heeft van bepaalde strafrechtelijke feiten in het kader van het faillissementsdossier – ook al is dat in hoofde van een andere curator in dat dossier -, hij uit zichzelf reeds de procureur des Konings had moeten inlichten.

Wanneer hij betreffende die informatieplicht in het kader van artikel 29 Sv. in gebreke blijft, zondigt de curator tegen de regel van de loyaliteit - die deel uitmaakt van zijn statuut als advocaat- tegenover de gerechtelijke overheden. Bovendien is er conform Boek XX van het WER een transparantieverplichting in hoofde van de curator bij vragen om inlichtingen doo r de procureur des Konings en in zijn verslaggeving aan de rechtbank en aan de rechter-commissaris. Deze plicht tot transparantie maakt dat er geen sprake kan zijn van een beroepsgeheim tegenover de betrokken magistraten. Hoogstens kan er op gewezen worden dat gezien de regels van respect en hoffelijkheid die nageleefd worden tussen magistratuur en balie, de curator desgevallend ondervraagd kan worden door de onderzoeksrechter of een parketmagistraat en niet door een lid van de gerechtelijke politie. (J. STEVENS, o.c., 509, nr. 705.)

Alex Tallon
Bestuurder deontologie

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen